In memoriam: Jean Cosse (1931-2016)

gepubliceerd op 07.11.2016 | tekst Roland Matthu À propos

Cosse_WEB

Jean Cosse, opmerkelijk figuur uit de Belgische architectuur is op 18 september laatstleden op 85-jarige leeftijd overleden. Hij is geboren in 1931 in Emptinne (Le Condroz) als zoon van een landbouwer en kleinzoon van een steenhouwer. Hij volgde een opleiding architectuur aan de ESA Saint-Luc in Doornik waar hij in 1954 zijn diploma behaalde.

Zijn loopbaan als architect is een rijke aaneenschakeling van uiteenlopende realisaties: woningen, collectieve wooneenheden, hoeves, onderwijsinstellingen, kerken, kloosters, abdijen, … Naast zijn activiteit als architect, gaf hij ook les aan het Institut Supérieur d’Architecture Saint-Luc in Brussel en aan de faculteit polytechniek van Mons. Sinds 1979 was hij lid van de Belgische Koninklijke Academie.

Van in het prille begin was zijn werk doordrongen van invloeden uit de Scandinavische architectuur. Voor Jean Cosse stond architectuur ten dienste van fundamentele waarden. Dit blijkt onder meer duidelijk uit zijn eigen woning (1958) evenals uit drie hoeves in de Ardennen (Van de Ven Prijs in 1962) en een reeks sociale woningen in (1ste Prijs Nationaal Instituut voor Huisvesting in 1963). Deze realisaties vormen, net zoals de woningen Descampe (1964) en Toussaint (1965), de uitdrukking van een inventief en bevrijdend regionalisme in dialoog met het landschap en de geschiedenis van de plaats.

In 1965 ontvangt hij de 1e prijs Maison Européenne evenals de Koninklijke medaille. Vanaf 1968 zien we hoe Cosse evolueert naar een natuurlijke expressie van materialen en een vrijere en meer complexe volumetrie, met name in de vakantiewoning in Noiseux (1968), de D’Hoop woning in Waterloo, de Goethals woning in Ohain (1970) maar ook de vier woningen in Dion-le-Mont (1974). Met de Dierckx woning in Gottechain (1979) grijpt Cosse terug naar een ascetische stijl, met arme materialen, een robuuste en sobere volumetrie die doet denken aan de romaanse architectuur.

Zijn realisaties in een stedelijke omgeving, het Erasmuscollege in Louvain-la-Neuve (1977), het Forum van het Institut Saint-Luc in Sint-Gillis (1989) en het C.R.E.P.A.C in Limal (1992) vormen een kentering naar een  uitgesproken tektonische expressie en een indeling die volledig aansluit bij de context.

De Sint-Pauluskerk in Waterloo (1968) zal het startpunt zijn van zijn uitgesproken belangstelling voor de religieuze architectuur en zullen de aanzet geven tot zijn spirituele zoektocht met als getuigen de kerken van Louvain-la-Neuve (1982), van Dongelberg (1985), de Prieuré Saint Benoit de Chauveroche in de Elzas (1990), de abdijen Saint André de Clerlande (1980) en la Paix Dieu in de  Cévennes (1998) of ook de abdij Sainte Marie de la Pierre qui vire in le Morvan (1993) en le Carmel de Saint Maur in de Jura (2002).

In het volgende februari/maart nummer van A+, A+264, gaan we dieper in op het werk van Jean Cosse, op de verschillende facetten van zijn persoonlijkheid en zijn architectuur.

schrijf je in voor de nieuwsbrief