'de Heug' 1933 – 2014?

gepubliceerd op 18.06.2014 | tekst DoCoMoMo België Debat
Leborgne établissements De Heug_AAM_website

© AAM, Brussel

In Charleroi heerst er momenteel een erg levendige polemiek rond het rationalistische gebouw ‘Pianos De Heug’ van architect Marcel Leborgne, met als cruciale vraag: houdt het steek om een beschermd gebouw voor driekwart te ‘deconstrueren’ en dan te beweren dat men het ‘naar oorspronkelijk ontwerp’ reconstrueert?

Na twee jaar studie en analyse werd dit voorstel, uitgewerkt door de opdrachtgever Saint-Lambert Promotion en de ontwerpers DDS & Partners en architect Nicolas Créplet (TV), zopas bekrachtigd door een ‘Certificat de Patrimoine’, dat nodig is om een bouwaanvraag in te dienen. De logica die aan de basis lag van deze keuze is triest maar eenvoudig en past volledig in het huidige economische klimaat van speculatie: een belegger verwerft het deels beschermde gebouw in het kader van een veel grotere stedenbouwkundige operatie. Hij wil zijn investering rendabel maken in de economische context van Charleroi, waar volgens hem de woonprijzen lager liggen dan de prijs van de werken. Hij geeft de gebouwen, waarin vroeger een indrukwekkende pianohandel was ondergebracht met daarboven vier appartementen en een spectaculair auditorium, dus een nieuwe bestemming. Hij wil werken uitvoeren die een voldoende levensduur verzekeren voor zijn investering en het gebouw aanpassen aan de huidige standaarden: functionaliteit, duurzame ontwikkeling, structuur en brandpreventie.

Plan_Archives

© Archives de la ville de Charleroi

Het gebouw dat deels werd beschermd in 1995, werd toen door de overheid als uitzonderlijk beschouwd. Het moest dus in het algemeen belang bewaard blijven door de autoriteit van de eigenaar over zijn goed te verminderen, met een substantiële subsidie van de restauratiewerken als tegenprestatie. De bescherming betrof het dak, de gevels en het trappenhuis, waarmee ze dus al te zeer beperkt bleef tot het omhulsel en de meest expliciete esthetische elementen. Sindsdien raakte het gebouw almaar meer in verval, zonder dat er enige maatregel werd genomen om dit tegen te gaan.

Om technische redenen die het gevolg zijn van de huidige staat, kunnen bepaalde elementen en/of oorspronkelijke materialen inderdaad niet meer bewaard worden en moeten ze worden vervangen (bijvoorbeeld gebarsten of afgebroken gevelstenen).
Hoe is het zover kunnen komen? Waarom was de tegenzin van de eigenaar zo groot om het gebouw te onderhouden? Waarom tonen de verantwoordelijke instanties zich zo machteloos tegenover deze situatie? Kan een beschermd pand worden afgebroken? Gaat het hier niet om een gevaarlijk precedent dat het hele erfgoedbeleid op de helling zet?

Bovendien blijkt bij nadere analyse van het dossier dat de premissen die leiden tot de sloop en de reconstructie van het gebouw, geen accuraat beeld geven en men bijgevolg ook de verkeerde conclusies trekt.
Eerst en vooral bevindt het gebouw zich in een minder slechte staat dan op het eerste gezicht lijkt. Daarnaast zou het programma en de mate waarin dit schade aan het oorspronkelijke ontwerp berokkent, moeten worden herbekeken. Als het gebouw een publieke bestemming krijgt, moeten er inderdaad strengere regels worden nagevolgd (draagkracht, brandpreventie) dan het geval is bij privéhuisvesting.

Erger is het feit dat er op elke verdieping grote vergaderzalen zonder tussenzuilen worden gepland, die niet alleen de oorspronkelijke typologie verminken, maar ook haaks staan op de bestaande structuur van het gebouw. Deze nieuwe ingreep is vrijwel de enige reden dat de bestaande structuur als verouderd wordt bestempeld en dus zou moeten worden gesloopt.

Voor zo’n kwalitatief complex, dat ongetwijfeld een van de meest representatieve voorbeelden van de radicale architectuur uit de jaren ‘30 in Wallonië is, moeten we minstens even veeleisend zijn als voor eender welk ander beschermd monument, zo niet zelfs veeleisender. Talrijke personen en verenigingen die opkomen voor de bescherming van het erfgoed, hebben opgeroepen om tot een alternatieve oplossing te komen die het behoud van het gebouw in zijn oorspronkelijke staat garandeert. Blijkbaar is de dialoog op gang gekomen en wordt er gehoopt dat de dienst Stedenbouw veeleisender is dan Erfgoed, zodat dit symbool van de rationalistische architectuur niet wordt gereduceerd tot ersatz, tot een versimpelde reproductie.

www.docomomo.be

schrijf je in voor de nieuwsbrief