Van nevelstad tot vlekkenstad

gepubliceerd op 20.03.2017 | tekst Pieter T’Jonck

60_overderand_final_3D-klein

Over de Rand. Onderzoek naar een toekomst voor de stadsrand

Het boek Over de rand. Onderzoek naar de toekomst van de stadsrand is de vrucht van een uitgebreid onderzoek dat Omgeving, bureau voor landschapsarchitectuur en stedenbouw, tussen 2013 en 2016 voerde naar een alternatieve inrichting en bestemming voor de stadsrand, met name die van Gent. Het bureau deed dat op eigen initiatief, als denkoefening voor een eigen toekomstvisie. Dat resulteerde ook in een soort overzicht van good practices om de urban sprawl de baas te worden.

Origineel kun je het boek in dat opzicht niet noemen. Het gaat van start met een overzicht van alle bedjes waarin de rand van de meeste Vlaamse steden ziek is. Dat wordt gedemonstreerd aan de hand van de historische ontwikkeling en huidige toestand van Gent en zijn randgemeenten Melle, Destelbergen, Lochristi, Evergem, Lovendegem, Sint-Martens-Latem en De Pinte. Uitsneden uit het territorium bewijzen wat we eigenlijk allemaal weten: de verrommeling van het territorium rond de historische kernstad ontstond door de sterke uitbreiding van auto-infrastructuur en verkavelingen na 1945. De gevolgen zijn bekend: congestie, sociale segregatie, luchtverontreiniging, onveilig verkeer, verlies van open ruimte én van publieke ruimte, teloorgang van stadslandbouw, overstromingen enzovoort.

De oplossingen die Omgeving aandraagt, klinken intussen ook vertrouwd. De tentoonstelling The Ambition of the Territory (Venetië / Antwerpen 2012) liet hier duidelijk sporen na. Omgeving prijst drie grote remedies of ontwikkelingssporen aan: continuïteit, connectiviteit en collectiviteit. Alle drie steunen ze op een kritische densiteit, die ontstaat door te afgelegen en geïsoleerde woningen of verkavelingen op te ruimen, en gunstig gelegen kernen te verdichten. De nevelstad wordt een vlekkenstad, met tussenin meer open ruimte.

Continuïteit staat hier dus voor het herstel van zo’n doorgaande open ruimte, en connectiviteit voor een performant multimodaal mobiliteitsnetwerk. Zwakke weggebruikers komen op het voorplan. Het openbaar vervoer biedt een ruggengraat, terwijl autoverkeer verschrompelt tot een optie. Collectiviteit is een minder tastbaar ontwikkelingsspoor, maar wellicht het belangrijkste. Het drukt de wil uit om van straten en wegen weer echte publieke ruimten te maken, en niet enkel infrastructuur. Of zelfs om privégroen of privéruimte terug te dringen. Zo kunnen nieuwe markten en stadspleinen ontstaan waar nu enkel eindeloze verkavelingen zijn.

 

Goede wil?

Die drie strategische sporen hebben dus een gelaagd – en niet langer functioneel gesegregeerd – ruimtegebruik op het oog. Dat maakt opnieuw een mix van stadslandbouw, industrie, wonen, ontspanning en natuurontwikkeling mogelijk – precies wat The Ambition al voorstond. De hamvraag is natuurlijk hoe dat kan. Die vraag pluizen de auteurs ruimtelijk uit via ontwerpend onderzoek op drie locaties (Drongen, Ledeberg-Gentbrugge en Evergem), telkens met een andere thematische insteek. Daar werd veel en grondig werk in gestoken.

Toch beperkt de studie zich vooral tot de ontwerpzijde van de problematiek. Ze rekent nogal vlot op de goede wil van de bewoners, ook zij die moeten opkrassen. Slechts af en toe alluderen de ontwerpers op geavanceerde technieken als community land trusts of economische prikkels om deze megatransitie op gang te trekken. Het architecturale resultaat doet zelden je hart sneller slaan; het blijft een beetje blokkendoosachtig. Een finale oplossing is dit niet, wel een professioneel sterk ondersteunde, goed doordachte voorzet in een complex debat. De gevoelige foto’s van Stijn Bollaert, Steven Decroos en Annik Laruelle doen je bovendien beseffen dat actie hoogstnodig is.

 

Over de Rand. Onderzoek naar een toekomst voor de stadsrand

Filip Lagiewka, Peter Swyngedauw, Jonas De Maeyer, Dominique Pieters, Public Space, Mechelen, 2016, 232 p. ISBN: 9789491789120

Prijs: € 28 / 20 (studenten)

schrijf je in voor de nieuwsbrief