Monsieur Hulot à Bruxelles

gepubliceerd op 19.06.2017 | tekst Pieter T’Jonck
© Rotor

© Rotor

Toen in 2014 Rotor DC cvba opgericht werd, een spin-off van Rotor vzw, was meteen duidelijk dat de kantoren van Rotor in de Lakensestraat in Brussel nooit voldoende plaats zouden kunnen bieden aan de nieuwe activiteit. Trauma: Rotor DC moest uitwijken naar een loods in Vilvoorde, en verliet dus het Brussels Gewest, de bakermat van Rotor. Sinds 21 april kwam aan dat gedwongen exil een einde: Rotor en Rotor DC huren samen een pralinefabriek in de Prévinairestraat 58 in Anderlecht. Een afgedankte, uiteraard. En ook de huurceel is ‘precair’. Noblesse oblige.

Het collectief Rotor houdt zich al sinds 2005 intensief bezig met de materiaalstromen in de bouwsector van de laatmoderne stedelijke conditie. Het gaat hen om meer dan een beter beheer van grondstoffen. Rotor stelt maatschappelijke kwesties aan de orde, vanuit de idee dat de materiële en de sociale cultuur van een samenleving een siamese tweeling zijn. Rotor evolueerde zo tot een expert in recyclage, en stond daarmee aan de wieg van concrete beleidsmaatregelen in de bouwsector. Hun expertise trok ook internationaal aandacht. Zo werden ze gevraagd als curator van de Triënnale van Oslo. De resulterende tentoonstelling ‘Behind the green door’ stelt stekelige vragen over het vermeende ‘groene’ karakter van het hedendaagse bouwen. Tegelijk was Rotor actief als ontwerper van installaties en zelfs hele inrichtingen op basis van gerecycleerde bouwonderdelen.

Op dat punt verschijnt de spin-off Rotor DC: de zoektocht naar waardevolle afbraakmaterialen leidde tot een nieuwe, gespecialiseerde activiteit als afbreker van waardevolle gebouwonderdelen. Rotor DC recycleert bouwelementen immers in hun geheel, in plaats van materialen op een dure en energie-intensieve wijze om te zetten in nieuwe producten. Rotor DC levert daarbij de consultancy waar kopers vaak behoefte aan hebben als ze willen omgaan met recuperatie. Uiteraard vraagt zo’n activiteit ook stockage-, werk- en verkoopruimte.

De Brusselse kantorenmarkt is het favoriete jachtterrein van Rotor DC–denk maar aan de afbraak van de Generale Bank. De grondgedachte daarbij is dat de ‘gewonnen’ materialen terug ingezet worden binnen dezelfde regio, het Brussels Gewest, om de cyclus van afbraak, transport en hergebruik zo klein mogelijk te maken. Een tijdelijke opslagplaats in Vilvoorde kon dus enkel een noodoplossing zijn. Na overleg met CityDev, de gewestelijke immobiliënvennootschap, kon Rotor DC voor vier jaar zijn intrek nemen in een oude fabriek die daarna herontwikkeld zal worden als nieuwe woonwijk. Ook de moederorganisatie Rotor verhuist mee naar deze locatie.

Het werd een imposant geheel: 2360 m2 bureaus, werkplaatsen, opslagplaatsen en toonzaal en daarnaast 2760 m2 buitenruimte om materialen op te slaan. Rotor en Rotor DC financierden de verbouwing van de bestaande fabriek met eigen middelen. Pronkstuk van de nieuwe locatie zijn de bureaus en de aanpalende keuken. Van buitenaf zien de bureaus er niet uit: je ziet alle hulpmiddelen als haken en stangen die de constructie overeind  houden. Eens je binnen gaat kom je echter terecht in een wereld die als twee druppels water lijkt op een ‘echt’ kantoor, zij het dat de licht gedateerde plafonds en ingebouwde kastenwanden er een nostalgische toets aan verlenen. Alsof je plots in ‘Playtime’ van Jacques Tati binnenwandelde. Of is het een installatie van Guillaume Bijl?

Deze bureaus werpen een bijzonder licht op de kritische strategie van Rotor en Rotor DC. Beide organisaties werpen zichzelf met een heus kantoor en toonzaal op als serieuze partners in de Brusselse bouwwereld. Qua economische credibiliteit zijn ze dat ook. Ze hebben dit tenslotte toch maar met eigen middelen gedaan. Tegelijk merk je dat ze ‘not only in it for the money’ zijn. Je zal in de ateliers geen onderbetaalde ex oostblok werknemers aantreffen. De kantoorruimtes zijn bovendien net iets te duidelijk een ‘mock-up’, een  theater van het ‘make believe’ dat zakendoen altijd is om helemaal ‘serieus’ te zijn. Deze kantoren pronken niet met het nieuwste en het beste, maar met objecten die ooit, zelfs niet zo lang geleden, het nieuwste en beste waren, maar nu om onnaspeurbare redenen uit de gratie vielen. Daardoor rijst als vanzelf de vraag over wiens rug en tegen welke maatschappelijke kost elders wel gepronkt wordt met het nieuwste en het beste als het oude niet eens versleten is. Wat zegt dat over het theater van onze economie? Wat zegt dat over de relatie tussen onze materiële en sociale cultuur, de eerste vraag die Rotor zich in 2005 stelde? Die vraag kan je hier niet zomaar ontlopen. Rotor drukt je er echter niet brutaal met je neus op maar laat je er met lichte ironie over struikelen, zoals Tati’s Monsieur Hulot struikelde over het moderne leven.

Maar als je van dat soort lastige vragen hoofdpijn zou krijgen kan je hier nog altijd gewoon goede koopjes doen. Altijd leuk om een co-working space of een hip kantoor mee in te richten.

www.rotordb.org - www.rotordc.com

schrijf je in voor de nieuwsbrief