Blaas de stad op. Brussel na 1968

gepubliceerd op 16.01.2017 | tekst Charlotte Lheureux

9781472437358.PPC[1]

Van 1968 herinneren we ons de studentenrevoltes. In België was 1968 het jaar dat Eddy Merckx de Ronde van Italië won, dat Vlucht 714 van Hergé werd gepubliceerd en dat Chantal Akerman de kortfilm Saute ma ville uitbracht. 1968 markeerde in België ook het begin van het verzet uit diverse hoeken tegen het Brusselse wan­beleid op stedenbouwkundig vlak.

Brussel, de hoofdstad van het lelijkste land ter wereld, was net als de rest van het land zo heteroclytisch dat steden­bouwkundigen het neologisme verbrusseling introduceerden, om aan te geven hoe project­ontwikkelaars de stad in hun greep hadden ten koste van haar architecturale samenhang. De situatie wekte zowel in de media als in de kunst en zelfs in universitaire laboratoria steeds meer aandacht (Archibelge van S. Benoot, G. Coton en O. Magis of Ugly Belgian Houses van H. Coudenys). Stedenbouwkundige Isabelle Doucet wijdde een studie aan dit fenomeen en publiceerde ze bij de Britse uitgever Ashgate.

The Practice Turn in Architecture probeert de veel­lagige, multiculturele, meerta­lige stad te doorgronden, een stad heen en weer slingerend tussen haar geschiedenis en haar geografie, zowel centrum van Europa als onderdeel van Vlaanderen en Wallonië. Het boek gaat op een heldere manier op zoek naar de me­chanismen achter de Brusselse complexiteit. Na een voorstel­ling van het terrein, worden de methodologische instrumenten gepresenteerd. Vervolgens worden enkele van hun he­dendaagse producten kritisch geanalyseerd. Referenties op het vlak van architectuur, maar ook van kunst, filosofie en poli­tiek zijn talrijk. Veel citaten en casestudy’s komen aan bod. Deze laatste zijn geïllustreerd met oude en actuele foto’s (afgedrukt in zwart-wit en in een centraal katern in kleur). Het boek is in het Engels, wat getuigt van de afwezigheid van een dominante cultuur in Brussel én van het universele van deze problematiek. Kan kritiek de praktijk voeden? Is er plaats voor de opinie van bewoners in het ontstaan van een project? Hoe kan een stad samen met haar bewoners wor­den vormgegeven?

Isabelle Doucet laat talrijke voorstellen de revue passeren – hun initiatiefnemers, de media die ze gebruikten, hun doelen. Deze aaneenschakeling kan vermoeiend zijn voor de lezer, maar weerspiegelt dat niet de aard van het studieobject? De tijd die sinds de eerste ex­perimenten voorbijging, geeft de auteur voldoende afstand om hun resultaten te beoorde­len, wat dan weer verhelderend is voor recente projecten. De revolutionaire ideeën van 1968 worden getoetst aan actu­ele gemeenplaatsen. Urinoirs, openbare pleinen en beledigin­gen aan het adres van de archi­tect worden geanalyseerd als belangrijke elementen van het Brusselse landschap en leven. Deze atypische beelden blijven echter te verankerd in het lokale om er algemene lessen uit te trekken. De auteur geeft dat ook toe. Ze verdedigt immers de stelling dat de stad moet wor­den ontworpen vanuit de stad zelf en niet vanuit universele doctrines.

Isabelle Doucet pleit er­voor de belanghebbenden die als triviaal worden afgedaan omdat ze niet professioneel, niet productief of te klein zijn, bij het architecturale proces te betrekken. We kunnen scep­tisch zijn over de geschiktheid van dergelijke instrumenten om de 21ste-eeuwse metropool te realiseren. Het blijft wel zinvol om deze trage en onzichtbare processen te belichten en het boek slaagt erin om de indi­recte en langetermijneffecten ervan in de huidige Brusselse complexiteit bloot te leggen. Dus nee, we moeten Brussel niet opblazen, we moeten sa­men de stad vormgeven.

 

The practice turn in architecture: Brussels after 1968
Ashgate, Farnham, 2015
isbn 978-1-4724-3735-8
www.routledge.com

schrijf je in voor de nieuwsbrief