Analoge architectuur uit Nederland

gepubliceerd op 27.06.2014 | tekst Paul Vermeulen

 Een Analoge Architectuur

“Van ‘Polis’ komt, naast politiek en politie, ook ‘politesse’”, aldus Lieven De Cauter in een oproep voor stedelijke, en dus hof
felijke architectuur. Twee monografieën uit Nederland leveren stof daarvoor. “Adding to the city as found”, heet het bij Wingender Hovenier (Winhov). “Gebouwen die lijken op hun buren”, stelt biq.

In beide boeken valt wel ergens de naam van Aldo Rossi, maar ze beperken zich niet tot de historische stad. De projecten tonen een dwarsdoorsnede door de Nederlandse stad van vandaag, van historische kernen over de bouwblokkenstad en de naoorlogse stadsuitbreiding tot uitdijende dorpen en Vinex-wijken. Dit is analoge architectuur, naar de term die Rossi’s Zwitserse studenten smeedden voor werk dat put uit de alledaagse stad. Er zijn dus stevige wortels in voorgaande generaties architectuurcultuur, maar Heinz Wirz, de uitgever van de serie De aedibus waarin Wingender Hovenier nu figureert, situeert het, beleefd polemisch, na de extravaganza van Superdutch: na het hyperindividualisme en de overspannen fascinatie voor het onuitgegevene van deze tijd komt werk dat van alle tijden lijkt en zich richt op de stad als een geheel.

Wirz’ tijdslijn is meer wens dan feit. De Hollandse architectuur opereerde altijd al op de grens met stedenbouw. In de collectieve woningbouw als bouwsteen voor de stad lag altijd al haar kracht. Ook deze traditie, deze vele generaties métier in het ontwerpen voor het ‘grote getal’ verklaren de vanzelfsprekende vitaliteit van dit werk. Wie zou geloven dat alleen de kleine schaal, het riante budget en ambachtelijke productie bouwkundige kwaliteit opleveren, moet kijken naar dit werk. Een analogon is geen reproductie, zo viel steevast te lezen in commentaren op Rossi, van Geert Bekaert en anderen. Winhovs woningen aan het Staalmanplein te Amsterdam geven de strokenbouw van de wijk Bos en Lommer een waardige zelfverzekerdheid die ze alsnog niet bezat. En biqs aanpassingen van Lotte Stam-Beese galerijflats in Ommoord (Rotterdam) maken de meedogenloze herhaling bijna aaibaar. De tektoniek van de nieuwe sokkels trekt de harde taal van de massaproductie voorgoed binnen in de stad van altijd.

Winhov en biq verzetten zich tegen de helaas ook erg Nederlandse gewoonte van de tabula rasa. Ze zetten de geschiedenis niet stop, ze zetten ze verder. Biqs boek is intellectueel het breedst en het scherpst, niet alleen omdat het een kritische terugblik op het eigen oeuvre bevat. De titel, Habitat, is ontleend aan Henri Lefebvre. Ontwerpers bewegen zich “in een krachtenveld waarin dromen, verlangens en ficties
van de stadsbewoner en maatschappelijke conventies en ideeën op elkaar inwerken.” De instroom van veelkleurige nieuwe huurders en het schrikbeeld voor “kinderfietsjes op de galerij” speelden in Ommoord een rol. Met materiaal als dit wordt over de stad onderhandeld: stadsvorming is een emancipatorisch proces. Dat een sterke architecturale vorm daarbij helpt – op het kaft staan huizen van Biq gedrukt als sjablonen – is de paradox die dit boek aannemelijk maakt.

 

Habitat. biq bouwt de stad
Hans van der Heijden, Rick Wessels, Ellis Woodman, Stefan Müller
nai010 Uitgevers, Rotterdam, 2013
isbn 978-94-6208-055-3
www.naipublishers.com

De aedibus international 6. Wingender Hovenier Architecten
Heinz Wirz (red.)
Quart Verlag, Luzern, 2012
isbn 978-3-03761-044-2
www.quart.ch

schrijf je in voor de nieuwsbrief