Universitaire site van Sart Tilman

Claude Strebelle
gepubliceerd op 15.06.2011 niet-residentieel
© ULG TILT
© ULG TILT
© ULG TILT
© ULG TILT
© ULG TILT

De globale herinrichting van universiteitscampussen in België, waartoe de reorganisatie van de site van Sart Tilman behoort, werd opgesteld in de jaren 1950. Men moest het daarbij eens raken over architecturale, stedenbouwkundige en ook budgettaire aspecten. De architecturale kwaliteit was zeer divers; de wensen en het beheer van de universiteiten werden immers op zeer uiteenlopende manieren uitgedrukt.
De ontwikkeling van de Luikse campus, die door de universiteit gepland werd vanaf 1960, toonde in de eerste fases duidelijk de architecturale beslissingen van Claude Strebelle. De keuze voor de terreinen van Sart Tilman, op een bosrijke oppervlakte die naar de Ourthevallei afdaalt, kreeg wel kritiek omdat ze zo ver verwijderd lagen van het stadscentrum. De architectuur van de gebouwen uit de eerste en tweede fase werden daarentegen over het algemeen sterk gewaardeerd. Claude Strebelle had zich immers kunnen omringen met uitstekende ontwerpers, zoals André Jacqmain, Roger Bastin, Pierre Humblet, Jean Opdenberg, Bruno Albert en René Greisch. En ook Charles Vandenhove, die aan de rand van de campus een universitair ziekenhuis en een sportcentrum bouwde. De bijzonder coherente architecturale keuzes van Claude Strebelle kwamen zowel voort uit een grote appreciatie van de architecten voor elkaars werk, als uit de perceptie van een modernisme dat vaak meer poëtisch dan strikt functioneel was. Ook het stedenbouwkundige gedeelte is het resultaat van een gevoelsmatige denkoefening die de eerste schetsen overtuigend vertalen. Wanneer de architect met pensioen gaat en de budgetten drastisch worden beperkt, wordt Jean Englebert aangewezen om de site op een meer ‘bescheiden’ manier te beheren. Tegelijkertijd stond hij in voor de coördinatie van de realisatie van enkele nieuwe gebouwen.
Vandaag vormt Sart Tilman een uitzonderlijk ‘reservaat’ van gebouwen van een zeer hoge architecturale kwaliteit. Het toont aan dat niet alles in België van bedenkelijke kwaliteit was tijdens de zogenaamde ‘Golden Sixties’. Toch is het behoud, de restauratie en de waardering van dit hedendaagse erfgoed verre van eenvoudig. De problemen die zich stellen bij het dagelijkse beheer van de site kunnen niet ontkent worden. Uiteraard worden de gebouwen ouder en is er nood aan onderhoud en zelfs restauratie. En al staat de renovatie van gewapend beton bijvoorbeeld nog in de kinderschoenen, toch bestaan er oplossingen om het correct te restaureren. De steeds hogere eisen aangaande veiligheid en energiebesparing dwingen ook tot een algemene denkoefening over het behoud en het beheer van dit uitzonderlijke patrimonium.
Omwille van veranderingen op functioneel gebied werd de universiteit ertoe verplicht nieuwe gebouwen op te trekken, met het risico de bestaande gebouwen op te geven. Parallel blijft de terugkeer naar de stad van enkele universitaire functies zich opdringen. Maken we hier een gelijdelijke degradatie van de eigenlijke ziel van de campus mee? En hoever kan men gaan om de ziel ervan te bewaren? In de zomer van 2009 had net in Sart Tilman een colloquium plaats over de erkenning, restauratie en valorisatie van het hedendaagse architecturale erfgoed in België. Het belichtte de moeilijkheden van een dergelijke onderneming, die echter enkel gebaseerd kan zijn op actieve erkenning.

download pdf
Claude Strebelle
Luik | 2011
A+230
pagina's 88-89

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer
© ULG TILT
© ULG TILT
© ULG TILT
© ULG TILT
© ULG TILT

schrijf je in voor de nieuwsbrief