Uitbreiding seniorencampus

51N4E
gepubliceerd op 17.12.2012 | tekst Jürgen Vandewalle collectief wonen
© Filip Dujardin
© Filip Dujardin
© Filip Dujardin

Vlaanderen slibt alsmaar vaker dicht met verkavelingen waar iedereen voor zichzelf gaat wonen, ver van publieke voorzieningen. 51N4E zoekt uit hoe een gebouw in dit geprivatiseerde landschap ruimte terug kan geven. De publieke ruimte wordt hier ingezet als bemiddelaar tussen een in zichzelf gekeerde buurt en een traditioneel gesloten programma.

In de rand van het Oost-Vlaamse Nevele, tussen typische woonverkavelingen, troffen de architecten van 51N4E een oud OCMW-gebouw aan. Via een Open Oproep werd hen gevraagd op het terrein nabij het bestaande gebouw een uitbreiding te realiseren waarin een woonzorgcentrum zou worden ondergebracht. In plaats van het loutere scheppen van functionele ruimte werd de originele ontwerpvraag al vlug overstegen. De vraag hoe een vaak gesloten programma als een woonzorgcentrum ook een publieke functie kan vervullen wordt als voornaamste uitgangspunt genomen. De uitbreiding positioneert zich niet als een autonoom volume dat een grens trekt in zijn omgeving. Tussen de armen van deze nieuwbouw worden namelijk nauwkeurig ingeplante buitenruimtes voorzien, die door de gevels van de nieuwbouw worden geaccentueerd.
Met een doorsteek voor trage circulatie naast het woonzorgcentrum en enkele publiek toegankelijke ‘tuinen’ strekt het gebouw zich uit naar zijn omgeving. Zo wordt een vaak gestigmatiseerd programma geopend naar de andere bewoners van het dorp en voorziet het tegelijkertijd in de publieke ruimte die bij de geprivatiseerde verkavelingen uit de buurt maar al te vaak ontbreekt. Fietsers die een kortere weg nemen, kinderen die het speelplein gebruiken of gewoon toevallige voorbijgangers worden, mede door de grote raamopeningen en terrassen, in contact gebracht met de bewoners van het zorgcentrum. Voor ouderen en hulpbehoevenden is het contact met anderen, zelfs al is het slechts visueel, zo goed als onontbeerlijk. Waar die noodzaak in traditionele woonzorgcentra vaak naar de achtergrond wordt verschoven past 51N4E het concept toe om niet alleen de OCMW-site, maar ook de buurt een publieke dimensie te geven.
Ook intern worden alle architecturale middelen ingezet om die ambitie te bewerkstelligen. De kamers zijn telkens gepositioneerd tussen een buitengevel enerzijds en een voor een zorgcentrum atypisch brede gang anderzijds. Die laatste wordt geconcipieerd als een ‘binnenterras’ dat zich naar de publieke ruimtes richt, waardoor het alledaagse leven in het woonzorgcentrum niet afgeschermd wordt. Door een getrapte schakeling van de kamers komt de privacy van de bewoners nooit in het gedrang. De slaapkamer wordt planmatig verschoven ten opzicht van de leefruimte, enkel verbonden door een gang met bergruimte. 51N4E maakte een model op ware grootte om de dimensies en beleving van deze kamers af te toetsen aan de normen van de opdrachtgever.
De ontsluiting van de kamers is opgevat als een eenvoudig schema, wat in de ontvangsthal al duidelijk blijkt. Daar is een blik op alle vleugels mogelijk en levert een ‘binnenraam’ zicht op de circulatie op de verdieping. Een verfrissend leesbare lay-out die terwijl ook een hoge graad van functionaliteit herbergt. Door de brede gangen kan het personeel onder meer dienstkarren opstellen aan beide zijdes zonder de circulatie te blokkeren, ‘s nachts wordt via diezelfde gangen het gebouw gekoeld.
Omdat de uitbreiding niet in de eerste plaats is opgevat als het ontwerpen van volumetrie, maar eveneens als het uitzetten van kwalitatieve buitenruimte, functioneren de gevels als raakvlak tussen publieke ruimte en woonzorgcentrum. Net zoals de grens van een klooster met zijn binnentuin zowel de functie van tuinmuur als binnengevel vervult, bespelen de gevels die 51N4E heeft opgetrokken eenzelfde dualiteit, maar dan in haar omgekeerde variant: veel meer een muur tussen ruimtes dan een gevel van een gebouw. Door de toepassing van twee materialen wordt die dubbele status verder benadrukt. De gevels aan de buitenruimtes worden afgewerkt met een geëmailleerde gevelsteen, terwijl de ‘zijgevels’ die langs het bestaande gebouw of de perceelgrens zijn gelegen een neutrale cementering krijgen. Doordat de geëmailleerde gevel visueel niet wordt beëindigd met een dakrandprofiel en aan de hoeken over de cementering ligt, presenteert hij zich ook in zijn details als een raakvlak dat zich tussen twee ruimtes opstelt.
Voor een volgende fase krijgt 51N4E de opdracht om een haalbaarheidsstudie op te maken voor het bestaande gebouw. Door de kostprijs van een renovatie en de beperkte kamermaat kan het gebouw in zijn huidige situatie niet langer onderdak bieden aan functies die volgens de hedendaagse normering de ruimte anders benutten. 51N4E maakte daarom een masterplan op waarin twee van de vier vleugels worden afgebroken en vervangen door een efficiënte en flexibele nieuwbouw. Aan de binnentuin tussen OCMW-gebouw en het zorgcentrum komen onder meer een kinderdagverblijf en kantoren, terwijl langsheen het nieuwe fietspad zorgflats worden ingeplant. Het samenklitten van verschillende zorgfuncties op een open en gediversifieerde site wordt met deze tweede fase voltooid. Het al aanwezige programma wordt opgeladen met de inbreng van nieuwe gebruikers en bezoekers waardoor het concept om de zorgcampus van een publieke dimensie te voorzien volledig wordt doorgetrokken.
De rol van de architect is in deze ontwikkeling opmerkelijk, 51N4E stelt zich immers niet op als adviseur voor het bouwen, maar als volwaardige projectadviseur. Dat statuut stelt de architect in staat een integraal concept op te leveren waarin de gesuggereerde ambitie niet verwordt tot een verflaagje achteraf, maar in alle architecturale middelen is doorgetrokken. In een context waarin de geprivatiseerde ruimtes als een olievlek uitdijen, breekt 51N4E met dat patroon door een gebouw in te voegen dat de traditionele grens tussen publiek en privaat doet vervagen.

download pdf
51N4E
Nevele | 2012
A+239
pagina's 40-43

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer
© Filip Dujardin
© Filip Dujardin
© Filip Dujardin

schrijf je in voor de nieuwsbrief