Toerismekantoor en residentie Welnis

DierendonckBlancke architecten + Frank Godderis
gepubliceerd op 18.06.2012 | tekst Dominique Pieters
© Julien Lannoo
© Julien Lannoo
© Julien Lannoo

Zee. Meteen deinen talloze alliteraties door het hoofd. Zon, zand, zout, zeilen, zoenen, zalig. Maar de gedachte aan kwaliteitsvolle architectuur is ver te zoeken. De uitreiking van de kustarchitectuurprijs ArK#01 in 2010 was tekenend: de hoofdprijs werd deels weggekaapt door een onuitgevoerd project. In dit vacuüm wachten betekenisvolle projecten op een inhoudsvolle stedelijkheid. Het appartementsgebouw met bureau voor toerisme door DierendonckBlancke architecten en Frank Godderis is er daar één van.

Al meer dan een halve eeuw heeft een cultuur van consumptie het landschap veroverd aan de Belgische kust. Zij heeft het duinenlandschap zo goed als geabsorbeerd, de natuurlijke stroming van de zee ingedijkt en geflankeerd door een aaneenschakeling van inspiratieloze hoogbouw. Een beeld dat op het netvlies brandt, of men nu naar Blankenberge, Knokke of Oostduinkerke trekt. Deze identiteit is van een vreemde stedelijkheid: flaneren en vertoeven primeren er op ontmoeten. Ondanks, of juist door zijn kleinschaligheid tracht het bureau voor toerisme dit mechanisme te doorbreken.
Gelegen op het enige plein in Oostduinkerke-bad, dat meer aandoet als een openluchtparkeergarage, biedt DierendonckBlancke met het bureau voor toerisme niet alleen een informatief punt, maar tevens een multifunctionele (tentoonstellings)ruimte en op de tweede verdieping een vergaderzaal voor lokale verenigingen. Op de gelijkvloerse ruimte van 7 meter breed en 28 meter diep, geeft het jonge Gentse architectenbureau natuurlijk licht de prioriteit die het, zeker aan de kust, verdient. Langs de vergaderzaal laat een zenitale opening overvloedig licht middenin de langgerekte ruimte binnenstromen. De kleine patio achteraan zuigt de argeloze architectuurleek als het ware verder naar binnen, tot voorbij de lager gelegen polyvalente ruimte. Meteen grepen de architecten de mogelijkheid aan om in deze drie meter diepe open ruimte voor elke tentoonstelling een bijpassend gecreëerd doek op te spannen. De lichtkuil is tegelijkertijd een antwoord op de vereiste onbebouwde oppervlakte en als voorbeeldfunctie voor de kustlijn is de lucht groep van het toerismebureau niet op het dak geplaatst, maar verdoken ondergebracht in de opgetilde patio.
Meteen vanaf het Astridplein opent zich een verblindend wit interieur met spaarzame lichtbruine accenten. De balie, de borstwering en de bergruimtes aan de patio zijn uitgevoerd in een fijn gedetailleerd lattenwerk van essenhout (met lederen handgrepen voor de kasten) en leiden het oog van de toeschouwer via een luie trap naar het met licht overgoten eindpunt. De ter plaatse gepolijste granitovloer en het vals plafond in strekmetaal contrasteren in hun robuustheid fel met het geraffineerde, bleke beeld van het interieur.
Voor de zes bovenliggende appartementen bedacht DierendonckBlancke een constructie van prefabbetonelementen met bijpassend sober grijs getint metselwerk. Op de flexibele basisplattegrond met natte kern kon de promotor die de goedgekeurde bouwaanvraag van de gemeente aankocht, een variant bieden. De schuin aflopende gevel is autonoom ontworpen: hij staat zowel los van de constructie als van de flexibele indeling van de plattegrond, en biedt zowel terras als beschermd zicht op de omgeving. Dit zwartstalen duo is per verdieping afwisselend naast elkaar geplaatst, wat meteen ook een oplossing is voor de problematiek van brandoverslag. Op de plaats van een klein vissershuisje is elegante hoogbouw opgerezen die zich bescheiden, maar perfect schakelt binnen de grillige skyline van de kust.
Het ontwerp onderscheidt zich in de langs alle kanten verpeste Belgische kustlijn door lichtheid, gevoel voor proportie, sobere, maar verfijnde materialen en een dynamische en tegelijk rustgevende gevelcompositie. De functies en interieurinrichting van het bureau voor toerisme spreken vanuit een bekommernis om het gebrek aan kwalitatieve publieke (ontmoetings)ruimte aan de kust. Zonder de deur in te trappen, oliën DierendonckBlancke en Frank Godderis de scharnieren voor een overgang van flaneren naar ontmoeten. Hun invalshoeken leveren ingrediënten voor een hernieuwde identiteit, maar blijven nog steeds fragmenten op zoek naar een overkoepelend kader.

download pdf
DierendonckBlancke architecten + Frank Godderis
Oostduinkerke | 2012
A+236
pagina's 36-38

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer
© Julien Lannoo
© Julien Lannoo
© Julien Lannoo

schrijf je in voor de nieuwsbrief