Ringland. Geen gerommel in de marge

gepubliceerd op 20.02.2017

Ringland_Snede

Eind 2015 nam het Antwerpse burgerinitiatief Ringland de Grote Prijs voor Toekomstige Generaties in ontvangst. In A+256 spraken we met oprichter Peter Vermeulen over de wortels van het succes van dit piepjonge collectief.

Ringland is een burgerorganisatie die pas in 2013 opgericht werd. Slechts gefinancierd door ‘crowdfunding’ was ze de stad Antwerpen, het Vlaams Gewest en de BAM te vlug af met een revolutionair voorstel om de Ring volledig te overkappen. Niet met een wensbeeld, maar met een concreet becijferd en technisch uitgewerkt alternatief. Ringland kreeg de Antwerpse bevolking massaal op zijn hand en bracht de overheid, die dacht dat de sluiting van de Antwerpse Ring met een ‘verbeterde’ Oosterweelverbinding nu wel verworven was, andermaal ernstig in verlegenheid. Alweer bleek immers die verbinding misschien niet de beste, of zelfs maar wenselijke, oplossing voor het Antwerpse verkeersinfarct. A+ sprak met oprichter Peter Vermeulen, architect en stedenbouwkundige.

 

Ademloos en stRaten-Generaal ageren al veel langer tegen de Oosterweelverbinding. Ringland is echter een veel uitgewerkter tegenvoorstel, gestaafd door onafhankelijk onderzoek. Daar gingen twee publicaties van jouw hand aan vooraf, met name ‘Oh, duurzaam Antwerpen’ (2009) en ‘Uit de Ban van de Ring’ (2012). Wat drijft je?

Peter Vermeulen: Het ontwerp voor de sluiting van de Ring is louter verkeerstechnisch van opzet. De eerste schets was een lijntje over de Schelde, dwars over de droogdokken die UNESCO-werelderfgoed zijn! Conceptueel is het plan nog steeds enkel dat. Zo verzandde het debat ook in pure infrastructuurkwesties. Na gesprekken met mijn omgeving wilde ik het vraagstuk anders formuleren. ‘Oh, duurzaam Antwerpen’ stelt voor om infrastructuur in te zetten als hefboom om de stad op geïntegreerde wijze te veranderen. Ik had daar eerder al onderzoek naar gedaan. ‘Antwerpen – Leefbaar en bereikbaar’ was een studie met de werkgroep Stadsbelang voor het NCMV, nu Unizo (1988). Het ‘Globaal Structuurplan Antwerpen – Antwerpen Herwonnen Stad’ (1990), was de eerste opdracht van Stramien, het kantoor dat ik mee oprichtte. Deze nota concentreerde zich meer op het wonen in de 19e-eeuwse gordel, maar pleitte toen al voor een reorganisatie van de ring. Die presteert ondermaats door het groot aantal op- en afritten die te veel weefbewegingen veroorzaken. Je moet dat aantal dus drastisch beperken. Toen al suggereerden we een groene Ring: het Ringbos met stedelijke ontwikkelingen die zich beperken tot enkele knooppunten. Het verhaal van Ringland gaat dus veel verder terug!

 

De stad heeft zelf toch ook onderzoek verricht naar zo’n overkapping?

PV: Zeker. Dat onderzoek werd al in 2006 aangekondigd, maar lag er pas in 2012. Het bevestigde het positieve effect van de overkapping voor de omwonenden, en concludeerde zelfs dat de investering zichzelf zou terugbetalen door stadsontwikkeling op het gewonnen terrein. Tegelijk stelde het dat de Europese richtlijnen voor tunnels een volledige overkapping beletten, alweer omwille van de vele weefbewegingen. Ik beschouwde het als een uitdaging om een tegenvoorstel te ontwikkelen dat doorgaand verkeer scheidt van lokaal verkeer. Ik toetste dat af met kennissen en activisten. Het resultaat was het plan ‘Uit de Ban van de Ring’. Vanuit de politieke wereld kreeg ik echter weinig respons. Mijn omgeving spoorde mij toen aan om het concept nog voor de verkiezingen van 2014 verder uit te werken, in de hoop nog enig effect te bereiken. Zo ontstond het project ‘Ringland’: een stevig onderbouwd totaalvoorstel voor stadsontwikkeling, volksgezondheid, leefbaarheid en mobiliteit.

 

Onderscheidt die omvattende vakexpertise jullie van de andere activistische groeperingen, Ademloos of stRaten-Generaal?

PV: Voor mij zijn de drie groepen juist complementair. Ringland was nooit ontstaan zonder de eerdere inspanningen (en concrete voorstellen) van stRaten-Generaal en Ademloos om elk met hun aandachtspunten het debat over de Ring open te trekken. Aanvankelijk was ik eerder sceptisch over de mogelijkheid om de Ring te overkappen. Ik onderschatte ook het probleem van de luchtkwaliteit. Het eerste Tunnelcongres van stRaten-Generaal in 2008 deed de schellen van mijn ogen vallen. De experts die daar spraken toonden aan dat een overkapping haalbaar is. Ademloos overtuigde me in die periode met rapporten van andere experts van de urgentie om de luchtkwaliteit te verbeteren. Je leert van elkaar. Het was voor mij trouwens altijd evident om anderen bij te springen om kennislacunes op te vullen. Zo heb ik voor anderen dossiers geschreven over monumentenzorg, verkeer, sociale huisvesting, stadsvernieuwing,…

 

Ondertussen blijft de Oosterweelverbinding wel op de agenda staan van het Masterplan 2020 voor mobiliteit, als deel van het Ruimtelijk Structuurplan RSA. Collega-stedenbouwkundigen blijven de Ring dus hanteren als uitgangspunt in het ontwerpend onderzoek dat de stad bestelt voor verdere stadsontwikkeling.

PV: Het beleid beseft dat een brede visie op de stad een noodzaak is, en zet daartoe ook in op onderzoek. Labo XX presenteerde zo interessante denkbeelden over stadsvernieuwing en -verdichting in de 20e-eeuwse gordel, buiten de Ring dus. De Groene Singel moest dan weer een antwoord bieden aan het nijpend tekort aan groen in en rond de stad. Maar beide studies maken abstractie van de Ring. Men deinst op beleidsniveau immers terug voor een vermenging van dossiers en sectoren. Dat dwingt die deelonderzoeken al van bij de start in een keurslijf. Zo blijf je rommelen in de marge.

 

Zit de kracht van Ringland niet vooral in het feit dat jullie geen druk van ambtstermijnen kennen en buiten vooraf bepaalde doelstellingen kunnen werken?

PV: Natuurlijk willen politici daadkrachtig overkomen en vooruitgang boeken. De dingen lijken dan beheersbaarder door ze op te splitsen. Die logica heeft echter geleid tot procedures en ontwerpen waar geen maatschappelijk draagvlak voor bestaat. Zo is in maart het ‘Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan’ goedgekeurd, dat toch uitgaat van het BAM-tracé. Andere actiegroepen grijpen nu ook voor het eerst naar de grote middelen; Ademloos en stRaten-Generaal stapten dit jaar naar de Raad van State om dit te vernietigen. We blijven waken over de kwaliteit van het proces en de uitkomst van het dossier.

 

De drie actiegroepen hadden samen een aanzienlijke impact. Er wordt momenteel een ‘overkappingsintendant’ aangesteld, al moet die werken binnen de krijtlijnen die de overheid uittekende. Jullie wijzen dat af.

PV: Hoewel de opdracht ‘de maximale overkapping van de hele Ring’ als doel heeft, blijft de overheid vasthouden aan de Oosterweelverbinding. En dat is natuurlijk dubbelzinnig. Wij redeneren net omgekeerd. Pas nadat de huidige Ring beslissend verbeterd wordt, kan blijken of een oeververbinding nodig is. Die moet dan ‘het sluitstuk’ vormen van de ontwarring van de mobiliteitsknoop rond Antwerpen. De feiten zijn bekend. Er zijn geen verdere studies meer nodig. Nu moet het debat gevoerd worden, in afwachting van het rapport van de intendant en het advies van de Raad van State eind 2016. Tegen die tijd zijn er weer verkiezingen in aantocht.

 

Het vraagt lef om op eigen houtje zaken in vraag te stellen, zeker als ontwerper met een eigen praktijk.

PV: Eerst en vooral: ik engageer me als persoon, niet als vennoot van Stramien, al steunen ze me wel. Maar daarnaast ook dit: Er bestaan twee soorten bureaus. De eerste levert wat de opdrachtgever vraagt. De tweede neemt de vraag ernstig, denkt ze professioneel door en formuleert een verantwoorde oplossing, maar die kan sterk afwijken van wat de opdrachtgever voor ogen had. Ik wil enkel bij die laatste horen.

 

www.ringland.be

download pdf
A+256
pagina's 34-36

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer

schrijf je in voor de nieuwsbrief