Organische kunstmachine

B-architecten
gepubliceerd op 16.12.2015 | tekst Thomas Martin publieke ruimte

NL255

Het Gemeentelijk Museum van Elsene is het op één na het grootste kunstmuseum van Brussel, met een topcollectie van vooral Belgische moderne kunst. Tegen 2020 moet B-architecten de circulatie optimaliseren en meer ruimte creëren voor ‘bonusactiviteiten’. Het prijskaartje: 1,5 miljoen.

In 1892 zocht de gemeente Elsene onderdak voor de kunstverzameling van Edmond de Pratere, romantisch-realistisch dierenschilder uit Kortrijk. Nieuwbouw was te duur, dus koos men voor de herinrichting van een slachthuis. Of hoe de 20e-eeuwse verstedelijking langzaam maar zeker het 19e-eeuwse leven verbande naar de periferie en de representatie ervan in de kunst. Te midden van een volkse, wat vervallen wijk kende het museum een onstuitbare bloei dankzij vele legaten en een groeiende hoop kleinburgers, met geld en vrije tijd, die zich hier vestigde. Reeds in 1893 bouwde men links aan het slachthuis (750 m2) een feestzaal met podium en twee galerijen

(1000 m2). de achterkant (200 m2), was het museum in ‘73 opnieuw te klein. Op rechts voorzag architect Georges Simon nu een L-vormig volume (600 m2) met hoofdingang, ontvangstruimte, twee (weinig intieme) expozalen, projectiezaal en grote reserve. Op de eerste verdieping huist de administratie. Door de volledig beglaasde gevel heeft dit gedeelte meer weg van een kantoorgebouw dan van een museum. Luttele 20 jaar na de laatste ingreep, moest Georges Baines (zie A+242) van de feestzaal opnieuw de hoofdexporuimte maken. Ondanks het nieuwe grote glazen dak, lijdt het museum sindsdien steeds meer onder diens ‘gesloten’ ontwerp. Conservator Claire Leblanc : “We missen een echt onthaalgedeelte. Musea vandaag zijn schizofreen : je grootste prioriteit is conserveren en exposeren, maar het publiek wil vooral bonusactiviteiten. Een gezellig restaurant, een aantrekkelijke shop, ruimte voor pedagogische activiteiten… En daar knelt het schoentje: onze workshops moeten doorgaan in de expozalen, de schilderklassen wijken uit naar een lelijk achterkamertje…”

NL255_1

Na het verwerven van het aanpalende burgerhuis in 2004, rijpte het plan voor een verbouwing. Via een oproep voor een onderhandelingsprocedure met bekendmaking komt B-architecten nu aan zet. Zij stellen voor om het inkompaviljoen van Baines te vervangen door een uitnodigende, beglaasde uitbouw die de schaal weerspiegelt van het gebouw uit ’73, aan de andere kant van de voortuin. Hier heeft men toegang tot de permanente of tijdelijke expo, zodat beiden afzonderlijk kunnen functioneren. Door de trappen van de feestzaal weg te breken, ontstaat een dubbelhoge ruimte. Samen met het inkompaviljoen wordt dit één grote zone met ‘grand café’; bookshop en ticketbalie smelten samen. Eén travee van het burgerhuis wordt opgeofferd aan een lift, twee trappen en een bordestrap; zo sluiten de afwijkende niveaus van huis en feestzaal op elkaar aan. De bovenste galerij van de feestzaal wordt volgens brandweernormen ontsloten, zodat er tentoongesteld mag worden. Het huis herbergt verder een polyvalente zaal, ateliers, kantoren en een bibliotheek. Een nieuwe achterbouw met extra scenografieateliers, verbindt via zijn dak de feestzaal met de intieme achtertuin.

Het huidige gebouwenensemble is veelzijdig en soms bijna recalcitrant. De wandeling door de vaste en tijdelijke collecties wordt zo een kunstwerk op zich. De bruuske overgangen tussen de drie onderdelen doen dienst als tijdmachine: van de nineties vallen we pardoes de 19e eeuw binnen, van daar is het back to the seventies. Er wacht B-architecten dan ook een loodzware taak: het moet een bijna organisch gegroeid complex op een logische wijze de 21e eeuw inloodsen, zonder echter de genius loci te verdrijven.

download pdf
B-architecten
Elsene | 2015
A+A+255
pagina's 14

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer

schrijf je in voor de nieuwsbrief