Doorschijnende composiet

gepubliceerd op 21.03.2014

In zes jaar tijd heeft het bureau Util zich uitgebreid van drie tot veertien personen. Tijdens die zes jaar en in de loop van drie projecten en verschillende ontmoetingen tussen architecten, kunstenaars, specialisten in materialen, aannemers en opdrachtgevers, brachten de ingenieurs een doorschijnend composietmateriaal tot stand.

1

© Util

 

2

© Util

De ingenieurs van Util voerden hun eerste experimenten met composietmaterialen op basis van vezels en hars uit tijdens hun samenwerking met kunstenares Virginie Bailly en architect Roland Piffet, voor de inrichting van een rotonde in Halle (2005). Een van de uitstekende elementen was een mast van 35 meter hoog die in het midden van de rotonde oprijst. Deze mast moest zeer flexibel zijn om op de wind te kunnen reageren en licht te kunnen bewegen: de mast is in de grond verankerd en het composietmateriaal doet de rest. De kern van deze mast van 35 cm diameter is van geëxpandeerd PUR. Het grootste gedeelte van de vezels is in de lengterichting van de mast geplaatst, en ongeveer 5% is rondom de mast gewikkeld. De dikte van de met hars gelegeerde vezels varieert tussen 7 cm aan de onderkant van de mast en slechts 5-7 mm aan de top. Deze fijnheid maakt het mogelijk gebruik te maken van de doorschijnendheid van het materiaal en zo aan het uiteinde de kern van PUR te verwijderen en te vervangen door een lamp.
 

Kris Mys (Raum architecten) kende deze mast en nam contact op met Rolf Vansteenwegen, Filip Van de Voorde en Frans Leenaerts van Util om een gezamenlijke kandidatuur in te dienen voor de realisatie van luifels voor de busstations in Aalst (2006). In dit project werden alle eigenschappen van het materiaal toegepast. Eerst en vooral de modulariteit, want de luifels moeten de busperrons over een afstand van ongeveer 275 meter overspannen. Verder ook de lichtheid van het materiaal, waardoor gemakkelijk overstekken van 6 meter gehaald kunnen worden. En tot slot ook de doorschijnendheid, om zoveel mogelijk schaduw en schaduw op de gebruikers te vermijden.


Wat het composietmateriaal zelf betreft, trok dit project ook lessen uit een fietsenstallingproject dat Util in Oedelem realiseerde met architectuurbureau Goossens & Bauwens. Hier gaat het om composietplaten van 7,5 op 2,5 m. Twee overwegend unidirectionele platen van vezels van 5 mm dik zijn met elkaar verbonden door een kern die ook van composiet is. Deze zigzagkern van 1 mm dik is op een golfplaat gemouleerd. De verlijming tussen de platen en de kern gebeurt met hetzelfde hars dat in de elementen gebruikt wordt: een polyesterhars.


Twee varianten van dit type hars werden in het laboratorium getest om de mechanische en esthetische veroudering ervan te controleren: het hars werd 5000 uur blootgesteld aan uva en xenon (het equivalent van tien jaar blootstelling in de klimatologische omstandigheden van België). De resultaten zijn positief want in tegenstelling tot de harsen uit de jaren ’60 en ’70 is er geen mechanische veroudering merkbaar en blijft de doorschijnendheid stabiel in contact met de uv-stralen. Deze tests zijn een aanvulling op de tests in verband met de mechanische resistentie na de realisatie van de platen tegen het zware gewicht van sneeuw en tegen rukwinden.
In Aalst werd echter een andere kern ontwikkeld om de doorschijnendheid te verhogen. Een kern in honingraatstructuur met afmetingen die het resultaat zijn van een compromis tussen de wens van de architect (zoveel mogelijk tussenruimte voor het licht) en de technische en economische haalbaarheid. De ingenieurs en de fabrikant die met hen aan de mast werkten, hebben heel wat gedaan om de vormen uit te denken die nodig waren voor de uitwerking van de honingraatstructuur: ofwel vormgiettechniek, ofwel extrusietechniek. 

Hoewel ze in het bestek voor de aanbesteding van de aannemers allebei werden voorgesteld, was de productiemethode volledig vrij.
Een nauwkeurige beschrijving van dit bestek is uiterst belangrijk omdat het om de implementatie van een materiaalsoort gaat die vaak onbekend blijft bij zulke toepassingen. Het eindresultaat hangt immers af van de assemblage van de platen zelf en van de modules onderling. Opdrachtgever De Lijn heeft dat goed begrepen door de opdracht te scheiden van die voor de wegenwerken. De gedefinieerde modules zijn 13 meter lang en in het midden verbonden door stalen palen. De afwatering gebeurt via het midden van de platen en het water wordt afgevoerd langs de palen. Net zoals in Oedelem is het de bedoeling om zweven de volumes creëren en geen naast elkaar geplaatste platen; vandaar de precisie en de aandacht die besteed wordt aan alle verbindingen.

util_technique

© Util

 

util_technique

© Util

 

util_technique

© Util

 

7

© Util

 

download pdf
A+242
pagina's 96-98

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer

schrijf je in voor de nieuwsbrief