laureaat architectuur niet-residentieel publiek – keukentoren

Xaveer De Geyter Architecten
gepubliceerd op 10.12.2013 | tekst Pieter T'Jonck niet-residentieel
© Frans Parthesius
© Frans Parthesius

De centra voor volwassenen­onderwijs COOVI en CERIA, opgericht rond 1950, bevinden zich op een bijna vergeten locatie in Anderlecht. Het gebied is immers opgesloten tussen de Ring, de Bergense Steenweg, het Kanaal en de spoorweg. Sindsdien werd deze hotelopleiding gesplitst in een Nederlandstalige en Franstalige vleugel. Het Nederlands­talige gedeelte, COOVI/Elishout, genoemd naar de Elishout­hoeve vlakbij, resideert nu in een nieuwe toren, getekend door Xaveer De Geyter Architects.

De campus werd bij zijn oprichting gemarkeerd door een hoge, smalle toren waarop de letters CERIA prijken. Recent werd op hetzelfde terrein een tweede toren opgeleverd, een ontwerp van XDGA. Het gebouw is slechts een fragment van een ruimer masterplan om de campus op te waarderen, maar daar kwam behalve de toren niets van in huis. Die toren creëert wel een nieuwe ruggengraat voor de campus en vrijwaart het terrein meteen van te breed uitgesmeerde bebouwing.
Toch is het ongewoon om keukens te stapelen in plaats van ze naast elkaar te schikken. Even ongewoon is het om ze rondom van glas te voorzien. Precies dat gebeurt hier. Het gebouw telt, gelijkvloers inbegrepen, 14 bouwlagen met een vierkant grondvlak van ca. 13 bij 13 m. De meeste zijn ingericht als opleidingskeukens. De eerste en tweede etage dienen echter als omkleedruimte en voorraadruimte. De twee bovenste etages, intern verbonden door een trap, dienen als bar en restaurant voor gasten. In de bovenste etage is een vierkant buitenterras uitgespaard, als een door glas omgeven leegte binnen een glazen doos. De achtste etage tenslotte is afgesloten: hier bevinden zich alle technische installaties.
Als je de toren op het gelijkvloers betreedt merk je dat hier iets vreemds in het spel is. De ingang bestaat immers uit nauwelijks meer dan glazen wanden die onder de vloer van de eerste verdieping staan. Er valt geen steunelement te bespeuren, ook al is de toren alzijdig beglaasd. Dat glas wordt enkel onderbroken daar waar dienstkokers langs buiten tegen de toren aansluiten. Aan één zijde van het gebouw staan zo vier witte betonnen kokers tegen de gevel. Drie ervan zijn technische schachten, één is de koker van de dienstlift. Tussen twee andere kokers bewegen panoramische glazen liften op en neer. Ze bieden zicht op de Brusselse Ring die vlak langs het gebouw passeert. Een trapeziumvormige koker in lichtgrijs beton, die sanitair en trappen omvat, sluit tegen de tweede gevel aan. Aan een derde gevel steekt een smalle zwarte trappenkoker met ronde perforaties uit het gebouw uit. Die omvat de noodtrappen.
Plots besef je zo dat dit gebouw de gebruikelijke logica van een torengebouw omkeert: dragers als kokers, trappen en liften, zitten niet in de kern van het gebouw, maar aan de buitenzijde. Ze dragen de ononderbroken vloeren als een exoskelet. Die logica is tot in het detail doorgetrokken: zelfs de dragers van de gordijngevels zijn aan de buiten-, en niet aan de binnenzijde geplaatst zoals gebruikelijk. Daardoor is elke vloer een onbeperkt vrij indeelbaar vierkant.
Het effect is een wonderlijk spektakel. Als er file is op de Ring kunnen bestuurders de tijd doden door te kijken naar de studenten die kookles krijgen. Of ze kunnen zich vergapen aan de intrigerende sculptuur die het samenspel van vloeren en kokers oplevert. Omgekeerd biedt het gebouw een verbluffend uitzicht over de omgeving. Het is daarmee niet alleen een technisch huzarenstukje, het ensceneert ook op verrassende wijze de bedrijvigheid in en rond de school.

download pdf
Xaveer De Geyter Architecten
Anderlecht | 2013
A+245
pagina's 68-70

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer
© Frans Parthesius
© Frans Parthesius

schrijf je in voor de nieuwsbrief