laureaat architectuur eengezinswoningen – Weekend House

Office Kersten Geers David Van Severen
gepubliceerd op 10.12.2013 | tekst Pieter T'Jonck
© Bas Princen
© Bas Princen
© Bas Princen

Huizen, zoals we ze kennen, proberen meestal de vele ongelijksoortige activiteiten die we thuis uitvoeren te laten samenvallen onder één noemer: gezellig samenzijn. Helemaal ‘passen’ doet zo’n project echter zelden, al was het maar omdat we niet precies weten wat we daarmee bedoelen, tenzij we met z’n allen samen voor het tv-toestel zitten (een verdwijnende praktijk overigens). In realiteit blijken we elkaar veeleer te hinderen als we tegelijk in de woonruimte zijn, zodat die vaak leeg blijft. Je kan er niets ‘doen’ dat ertoe doet.

Waarom dan niet huizen anders denken? Als een reeks kamers van voldoende maat om elk op zich andere activiteiten toe te laten, een andere sfeer te bieden, zonder elkaar te hinderen? Dat is, in een notendop, de opzet van een ‘weekend house’ dat Office ontwierp in Merchtem. Het huis bestond al: een rijtjeshuis in de dorpskern, met een zijdelingse doorrit naar een diepe tuin. Dat huis, met een bewoonbare oppervlakte van 150 m2, werd gerenoveerd tot gastenhuis.
De tuin daarentegen werd verdeeld in vier identieke ‘kamers’, ruim 10 m lang en ruim 9 m breed. Elke kamer is dus zo groot als een gemiddelde flat. De kamers worden van elkaar geschieden door een ontdubbelde muur van twee maal 19 cm, met daartussen een spleet van 11 cm die toelaat schuifdeuren weg te werken, maar ook zo diep is dat een dubbelzijdige haardcassette erin geïntegreerd kan worden. Tussen twee kamers is er telkens een doorgang van 3 m breed, ongeveer in het midden van de wand.
Elke kamer heeft een andere functie. De eerste kamer na de bestaande woning is een buitenkamer met een vaste betonnen pingpongtafel (de gelijkenis met de roemruchte tafel van kunstenaar Richard Venlet is niet ver weg…) en een door vouwschuifdeuren afgeschermde overdekte berging. De tweede kamer is een ontspanningsruimte, met o.a. een klein zwembad met palmboompjes toe. Boven deze twee ruimten hangt een glazen dak dat op rails heen en weer kan schuiven van de ene naar de andere ruimte. De rails voor dat schuivend dak zijn weggeborgen in witgelakte metalen koven die, als een soort leitmotiv, ook de bovenrand van de andere kamers markeren.
Volgt een ‘echte’ woonruimte, met een keuken, een eethoek, een zithoek rond de in de muur ingebouwde haardcassette en een kitchenette. Boven deze ruimte is een vast, flauw hellend dak geplaatst. De laatste ruimte tenslotte is een ommuurde tuin, een rustruimte als een klein hof van Eden. Hierna volgt een restje ‘echte’ tuin, die door een spiegelende wand dubbel zo groot lijkt.
De gebruiksmogelijkheden van dit complex van voorhuis en nieuw ‘tuinhuis’ zijn, volgens de seizoenen, eindeloos. “It’s a fairy tale”, “It’s really a weekend house”, merkte de jury op. Maar waarom? Omdat het ontwerp zich beperkt tot pure architectuur: kamers met gaten in de muren, die – op wat spaarzaam meubilair na – niets bedoelen of willen. In het weekend doen we wat we willen. Dan komen we echt thuis, omdat we niet ‘thuis’ hoeven te zijn. Omdat niets past en alles kan. “C’ est le seul projet qui questionne la façon d’habiter, et propose des nouveaux modes de vie” is nog zo’n jurycommentaar, dat de nagel op de kop slaat.

download pdf
Office Kersten Geers David Van Severen
Merchtem | 2013
A+245
pagina's 22-24

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer
© Bas Princen
© Bas Princen
© Bas Princen

schrijf je in voor de nieuwsbrief