Keukentoren campus Elishout

Xaveer De Geyter Architecten
gepubliceerd op 20.02.2012 niet-residentieel
© Frans Parthesius

Xaveer De Geyter Architecten ontwikkelde in de Brusselse rand een kooktoren. Als referentie­punt diende een gebouw uit de jaren vijftig, waarmee een nieuwe ruggengraat werd gevormd. Een baken in de omgeving, een excentrisch middelpunt van de campus Elishout.

Waarin ligt de enorme aantrekkingskracht van de toren die door Xaveer De Geyter Architecten aan de skyline van de Brusselse rand is toegevoegd? De meest directe reden is de onvatbaarheid van het architecturale object. Het gaat om verschillende ranke torengebouwen die in een verrassende montage tegen elkaar zijn gekleefd. De verticale elementen onttrekken elkaar voortdurend aan het zicht. Eén glazen volume, vierkant in grondplan, telt in het midden veertien quasi-identieke verdiepingen. Langs drie zijden zijn er verschillende functionele kokers tegen deze doorzichtige kern aangezet, als rechtopstaande latten. Een zwarte en met cirkels doorboorde circulatiekoker bevat een noodtrap; een blinde betonnen toren is opgevuld met circulatie en sanitair; en vier smalle grijze balken, als een rooster vlak naast elkaar opgesteld, bieden plaats aan een lift, technische ruimtes en bergingen – terwijl er in de kieren tussen de balken nog eens twee liften op en neer gaan. Als dit gebouw al gevels heeft, dan zijn ze samengesteld en driedimensionaal – en dan is het onmogelijk om te zeggen wat de voor- of de achterzijde is. Deze toren is niet spectaculair, sculpturaal of symboliserend – en toch is het een energetische ervaring om er blikken op te werpen.
Dat kan op verschillende manieren. De autosnelweg en het treintraject Gent-Brussel zijn vlakbij. De toren staat een vijftal meter lager dan de ring, zodat de basis van het volume langs die kant onzichtbaar is. Het gebouw rijst mysterieus boven de bomen uit, en de auto’s scheren er rakelings langs. Vanuit de trein wordt duidelijk hoe de nieuwe toren de schoolcampus organiseert en structureert, door samen met een bestaande toren uit de jaren vijftig een ruggengraat te installeren. Het oude en het nieuwe verticale element worden samen de polen van het terrein, die een ruimtelijk spanningsveld over de campus leggen. Xaveer De Geyter Architecten had overigens nog andere plannen met dit landschap van schoolinfrastructuur. In een eerste fase, ondertussen bijna tien jaar geleden, werden ook ontwerpen gemaakt voor een toegangsplein, een inkompaviljoen, een sporthal onder een gebogen dak, en een even sober als spannend gebouw van vijf bouwlagen voor studentenhuisvesting. Om budgettaire redenen werd helaas besloten enkel de toren uit te voeren – maar zelfs dit ene volume is zo consequent vormgegeven en gepositioneerd, dat het de hele campus transformeert. De nieuwe toren wordt een verticale lijn aan de horizon, een baken in de omgeving, een excentrisch middelpunt dat de site bestraalt.
En dan is er het programma, en de activiteiten in de toren. Op de gestapelde en beglaasde vloeren zullen de topkoks van de toekomst worden opgeleid, hoewel er ook ‘specifieke doelgroepen’ die aan de rand van de maatschappij leven, een nieuwe levensinvulling zal worden aangeboden. De eet- en de kookgekte die de afgelopen jaren de westerse cultuur is gaan domineren, heeft er al bij al lang over gedaan om de hedendaagse architectuur te bereiken. Er is immers niets dat de media zo consequent en eenstemmig zijn gaan opdringen als het culinaire tijdverdrijf. Er is zelfs een Vlaams televisiekanaal dat dag en nacht kookshows uitzendt. Ieder mens is een kok! Dit meest recente en ook meest absurde onderdeel van de cultuurindustrie had zich geen betere architectuur kunnen dromen. Het hedonisme van de culinaire wereld wordt letterlijk te kijk gezet: de uitgangspunten van het programma worden zichtbaar gemaakt en tegelijkertijd overstegen. In een decor dat de inderdaad industriële aspecten van de gastronomie als scènes op een filmstrip naar de wolken doet reiken, worden de kooklessen geconcentreerd en quasi-identiek op elkaar gezet, verdieping na verdieping. Voor wie de toren van op afstand bekijkt als de aspirant-koks aan het werk zijn, is het alsof de wonderbare broodvermenigvuldiging uit het Nieuwe Testament op een even onwaarschijnlijke als fantastische manier door deze architectuur wordt belichaamd.
Over het interieur is er dan ook weinig te zeggen. Eigenlijk heeft deze architectuur geen interieur: er is slechts plaats voor activiteit, voor het krioelen van de met witte mutsen en uniformen getooide studenten en docenten, voor wie de wijde omgeving constant zichtbaar is – en die zelf constant zichtbaar zijn voor alle mogelijke passanten. Omdat de glazen toren overeind wordt gehouden door de verticale kokers, en er ook veelvuldig door wordt ontsloten en bevoorraad, zijn de keukenvloeren volledig open, als het effen vlak van een boksring. Enkel de twee bovenste verdiepingen zijn anders: ze worden met elkaar verbonden door een binnentrap en een vide. Helemaal bovenaan kan iedereen proeven van het studentenwerk in een publiek restaurant. Op deze bovenste etage culmineert de architectuur in een kleine centrale patio: een terras van het restaurant, waarop het mogelijk is naar binnen te kijken en weer naar buiten, zonder het gebouw te moeten verlaten – een leeg hart dat is blootgelegd in de open lucht. Met slechts de hemel als dak wordt de even lucide als progressieve logica van de architectuur beknopt samengevat.
Op de verwantschap van de architectuur van Xaveer De Geyter Architecten met de Russische avant-garde is al eerder gewezen. Het volstaat dan ook om de grondslag van dit gebouw te omschrijven met een citaat uit een tekst uit 1925 van Nikolai Dokuchaev, theoreticus van het rationalisme: “Alles wat wij bouwen moet aan de gebruiker niet alleen comfort en beschutting tegen slecht weer bieden, maar ook, voor het oog en voor het logisch denken, een zekere opwinding en actie, door de organisatie en door de functionering, omdat op die manier onze levenswijze en onze bezigheden beter worden. Door zo te bouwen sparen we de psychische en de fysieke energie van onze medeburgers. Onze gebouwen zullen allesbehalve terneerdrukken en vervelen, maar onze levenskracht optillen door middel van ritme en organisatie. En dat is een diepgaande sociale gebeurtenis.”

download pdf
Xaveer De Geyter Architecten
Anderlecht | 2012
A+234
pagina's 38-41

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer
© Frans Parthesius

schrijf je in voor de nieuwsbrief