Kazerne Fonck

Dethier Architectures
gepubliceerd op 15.02.2011 niet-residentieel
© Serge Brison
© Serge Brison
© Serge Brison
© Serge Brison
© Serge Brison
© Serge Brison
© Serge Brison

Fonck is de naam van de eerste Belgische soldaat te paard die in 1914 gedood werd.
In het complex van bakstenen gebouwen laat de oude manege uit 1837 niets blijken van de hedendaagse ingreep door Daniel Dethier. De architect houdt rekening met het bestaande patrimonium en de aard van de plek. Hij voerde een chirurgische ingreep uit, zonder het bestaande te verminken. Een uitdaging, gezien de technische installaties die nodig zijn voor het uitvoeren van de podiumkunsten. In de eerste plaats bevrijdt de architect het hoofdvolume van de bijge- bouwen die in de loop der tijd toegevoegd werden: zo benadrukt hij de autonomie van
het gebouw en de specifieke identiteit van
de constructie. Vervolgens heroriënteert hij het gebouw: hij maakt de hoofdingang aan de doorgang die de rue Ransonnet verbindt met het binnenplein van de vroegere kazerne. Voor een betere stedelijke leesbaarheid
wordt de dakbedekking uit polycarbonaat die deze passage bedekte, verwijderd. Enkel een metalen hek sluit deze semiopenbare doorgang soms af. Een kunstwerk van
Jean Glibert buigt er het perspectief op de doorgang af: in het werk wordt de toegangs- poort weerkaatst in een oranjeachtige licht. Een aandachtstrekker die noodzakelijk blijkt in deze nauwe doorgang, en het signaal
vervolledigt van de naam van het theaterge- bouw in uitgehouwen letters aan straatzijde. Om binnen te kunnen gaan in de inkomhal en de grote theaterzaal, zijn in de dikke bakstenen muren (1,20 m) openingen uitge- zaagd met een metaalzaag. Een deklaag van in de massa gekleurd zwart beton, lateien van ruw beton, scherpe uitsnijdingen die het weefsel van het oorspronkelijke gebouw laten zien, metalen toevoegsels voor de lichtere delen: de toegepaste architectuurtaal vloekt niet met het bestaande bouwwerk. Zonder aanspraak te maken op de esthetiek van het Palais de Tokyo in Parijs, noopte het beperkte budget om tot de essentie te komen. Sporen van gesloopte elementen zijn bewaard gebleven, zoals die van een trap die de vlotte aaneenschakeling van de zijruimtes hinderde. Het gebouw diende aangepast te worden aan hedendaagse bouwvoorschriften en normen. Structureel gezien bleek het in goede staat, maar er moest een ventilatie- en rookafvoersysteem voorzien worden. Daarom werden de muuropeningen afgesloten met sandwichpanelen van rotswol tussen twee metalen platen, die het effect van de black box versterken. Tegelijk werden ook de booggewelven in de gevel afgesloten met platen, alsook de ramen aan de kant van het binnenplein. Samen vormen ze het rookafvoersysteem.
Een opmerkelijk gewelf van houten balken over de grote zaal is in zekere zin de voorloper van het gelamineerde houten spant. Het ontwerp ervan is afgeleid van een model dat ontwikkeld werd door kolonel Emy, docent vestingbouw aan de Koninklijke Militaire School van Saint Cyr. Een gelijkaardige structuur is terug te vinden in de manege van Libourne in Frankrijk uit 1827, die 1.008 m² overspant. In Luik is er echter 700 m² meer, en er wordt geen gebruik gemaakt van tussensteunpunten. Het zou absolute zonde zijn om aan dit majestueuze werk te raken. De hoofdbeuk van 25 op 65 meter biedt een capaciteit van 1.600 plaatsen. Daarom werd die intact gehouden. Er werd alleen een onzichtbare dakisolatie toegevoegd. De vloer van aangestampte aarde heeft evenwel plaats gemaakt voor betontegels, waarvan de onderkanten uitgehold zijn om ruimte te maken voor een kelder waarin toneelmateriaal opgeslagen wordt en waar een doorgang is die via luiken uitkomt in de loges en de podia.
Op de begane grond vereist het programma een aanpasbare ruimte voor diverse voorstellingen, vooral voor theatervoorstellingen, omdat het gesproken woord van de menselijke stem goed gedragen wordt door de vorm van de bestaande hoofdbeuk. Met de hulp van scenograaf Vincent Lemaire werd een mikadospel ontworpen dat de skeletstructuur onder spanning zet en bijdraagt om de extra lasten van spots en theatergordijnen op te vangen. Zo blijkt hoe vooruitziend men in der tijd was en hoezeer rekening werd gehouden met de mogelijke bestemmingen van de plek. In de ruimte staat geen enkel extra steunpunt, waardoor verschillende toneelopstellingen, zoals variabele configuraties en innovatieve mise-en-scènes, mogelijk zijn.
Geprefabriceerd beton en zelfdragende glasdallen delen de loges aan de zijkant in. Een cafetaria/foyer kan dienst doen als tweede theaterzaal. En er is een repetitiestudio op de verdieping. Van de manege zijn de drinkbakken bewaard gebleven, die nu dienst doen als ondersteuning voor de zitbanken. De aanpassingen die uitgevoerd zijn om deze plaats geschikt te maken voor podiumkunsten, versmelten met de bestaande gebouwde massa. De verbouwing gebeurde in de geest van de plek, een gerespecteerde manege die lichtjes ‘verminkt’ werd om het originele volume te laten zien en ze een nieuwe hartslag te geven.

download pdf
Dethier Architectures
Luik | 2011
A+228
pagina's 42-46

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer
© Serge Brison
© Serge Brison
© Serge Brison
© Serge Brison
© Serge Brison
© Serge Brison
© Serge Brison

schrijf je in voor de nieuwsbrief