Kapel Eden

Geert De Groote Architecten
gepubliceerd op 12.12.2011 | tekst Christine Roels
© Filip Dujardin
© Filip Dujardin
© Filip Dujardin

De volledig demonteerbare kapel, ontworpen door Geert De Groote Architecten en tot stand gekomen in samenwerking met het glasraambedrijf Atelier Mestdagh, was bedoeld als een tijdelijke constructie voor het Groot Begijnhof van Sint-Amandsberg. Dit architecturale experiment spreekt echter zo sterk aan, dat het daar langer dan voorzien zal blijven staan.

De betekenis van de verlenging wordt duidelijk als we inzien welke uitdaging de ontwerpers hebben aangegaan. Het door henzelf gefinancierde project werd als enige architecturale object geselecteerd voor Diafaan V, een festival van hedendaagse glaskunst dat in juli 2011 plaatsvond in het Groot Begijnhof Sint-Elisabeth te Sint-Amandsberg (de andere inzendingen waren sculpturen van allerlei omvang). Dit object houdt het midden tussen een prototype en een ruimte die werd ontworpen in functie van een bepaalde plek. In de opvatting van Geert De Groote Architecten kan de kapel inderdaad ook elders worden opgesteld en kunnen de geassembleerde onderdelen niet alleen worden samengevoegd tot andere vormen, maar ook met een ander doel dan het verlenen van meerwaarde aan sterk doorleefde en religieus gevierde momenten. Anderzijds heeft het begijnhof als oorspronkelijke bestemming een grote invloed gehad bij de uitwerking van het concept. Om het te zeggen met Sébastien Marot, de Franse theoreticus die onderzoek doet naar de manier waarop het collectieve geheugen tot uiting komt in bouwkunst en stedenbouw: deze kapel “verkent, leest en vindt uit, kortom, biedt een beeld” van de plaats waar ze voor het eerst aan het publiek werd getoond. Zou het door “het ontwerpmatig onderzoeken van het flexibel gebruik van de stedelijke ruimte” zijn dat de architecten erin slagen tegelijk prototypes en echte plaatsen te creëren?
Blijven we bij de letter van het theoretische project dat aan deze constructie ten grondslag ligt, dan is dit ragfijne prisma op een ondergrond van groen niet meer dan een paviljoen dat de openbare ruimte een nieuwe dimensie kan geven. De verwijzing naar het religieuze (de kapel-functie) is slechts een voorwendsel. Zo gezien is de tuin van Eden de belichaming van het ideaal van een absolute publieke ruimte waar begrippen als grens en privé-eigendom niet bestaan. In deze utopische ruimte zou de kapel ongehinderd leiden tot wat de architecten met een project als dit in de dagelijkse omgeving beogen. Ze willen het in onze samenleving weer mogelijk maken dat initiatieven als een huwelijksviering of een rouwplechtigheid, die nu zijn teruggedrongen tot de privésfeer en tot plaatsen die ‘onder controle’ zijn, weer publiek, weer toegankelijk, weer gedeelde ervaringen kunnen worden.
Kijken we integendeel naar de concrete realisatie, dan gaat het om een kapel in de klassieke zin van het woord, verankerd zowel in de geschiedenis van de architectuur als in een plaatselijke context. Atelier Mestdagh heeft ambachtelijke glastechnieken gebruikt. Geert De Groote Architecten heeft een modern structureel systeem ontworpen dat teruggaat op historische vormen. Aan elkaar gevezen ronde buisschijven vormen een stalen netwerk op gebogen stijlen. Elk van de roosvensters in de schijven bestaat uit twaalf stukken geblazen, getextureerd, wit of gekleurd glas, gevat in lood. De roosvensters zijn zo op hun dragers geassembleerd, zodat de gebogen lijnen van de vattingen visueel in elkaars verlengde liggen en de indruk ontstaat dat de cirkels met elkaar vervlochten zijn. Voor het windverband zorgen twee stalen panelen die het geheel afsluiten.
Met de twee nabijgelegen kerken is er dus niet alleen een visuele maar ook een bouwtechnische analogie. Wat dit laatste betreft, gaat het evenwel niet om gewoon voortzetten of overnemen: voor het project wordt een idioom gehanteerd dat het resultaat is van het abstraheren en vervormen van verwijzingen naar Vlaamse kerken en naar de Sint-Barbarakathedraal van Kutná Hora in de Tsjechische Republiek. Elk deel van de kapel is de geometrische vereenvoudiging van een symbool of een architecturaal element. De elementen waarnaar wordt verwezen, worden niet alleen gesynthetiseerd maar ook verkleind. Concreet verwijst de gebogen vorm naar de spitsbogen van de gotiek en de vervlechting van de cirkels naar het lijstwerkpatroon van het plafond van de Tsjechische kathedraal. Het kruis in de scheiding tussen de twee stalen panelen is in de eerste plaats aangebracht om constructieve redenen (een paneel van deze omvang is bijna niet te vervoeren als het uit één stuk is en in het midden doorboord door een kruis) en is pas in de tweede plaats een religieus symbool.
Geert De Groote Architecten is de overtuiging toegedaan dat de dragende structuur bepalend is voor de toekomst van de bouw. Enerzijds moet de structuur zo worden geoptimaliseerd, dat slechts een minimum aan materie – en een beperkt gamma aan materialen – nodig is, anderzijds moeten zijn prestaties worden gediversifieerd. Dat is hier gebeurd: de elementen die de druk opvangen, dienen niet alleen als geraamte (er werden slechts drie materialen gebruikt), maar kwalificeren ook de ruimte (bijvoorbeeld door het licht te moduleren): zij zijn dus ook dragers van zin. Door zijn mogelijke intellectuele impact wint dit van nature broze en bovendien kortstondige werk aan stevigheid en duurzaamheid. Het geeft op een duidelijke manier een centrale plaats aan de ontwerpregels en doet voor het architecturale werk een beroep op ambachtelijkheid. In een tijd waarin de christelijke religie terrein verliest, roept het vragen op bij de ambities waarvoor het een middel is, maar is het vooral een elegante manier om de vraag te stellen of dit de beste manier is om ‘de kerk weer in het midden van het dorp te plaatsen’.

download pdf
Geert De Groote Architecten
Sint-Amandsberg | 2011
A+233
pagina's 20-21

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer
© Filip Dujardin
© Filip Dujardin
© Filip Dujardin

schrijf je in voor de nieuwsbrief