Rechtenfaculteit en rectoraat stadscampus UHasselt

noAarchitecten
gepubliceerd op 17.12.2012 | tekst Jürgen Vandewalle niet-residentieel
© Kim Zwarts
© Kim Zwarts
© Kim Zwarts

Het Hasseltse centrum binnentrekken in een toegankelijke universiteit, maar terwijl plaats bieden voor kamers waarin geconcentreerde studie mogelijk blijft. Of hoe noAarchitecten een rechtencampus deed oprijzen in en rond een oude gevangenis.

Wil men kritische studenten opleiden, dan moet men de suburbane en in zichzelf gekeerde universiteiten stilaan inruilen voor de open universiteit die tegen het stadsleven aanleunt. De heroriëntatie van de UHasselt naar de stad, was de aanleiding om een architectuurwedstrijd te organiseren voor een nieuwe campus. Door Hasselt werd een in onbruik geraakte gevangenis aan de ring als locatie aangeduid. Nabijgelegen terreinen werden mee opgekocht om naast de verbouwing van dit 19e-eeuwse bouwwerk ook nieuwbouw te realiseren. Maar hoe in een gesloten, volledig ommuurd gebouw met smalle gangen en cellen een open universiteit integreren?
NoAarchitecten gebruikt een openstaande vogelkooi als metafoor om het antwoord op deze vraag te formuleren. Het gebouw blijft de kenmerken van een gevangenis behouden, maar wordt opengezet om zijn nieuwe functie binnen te laten. In tegenstelling tot het voor de wedstrijd door Abscis Architecten opgemaakte masterplan, dat nog vertrok van het slechten van een deel van de muren, kiest noA voor het behoud van de essentie van deze specifieke typologie. Dat de UHasselt zichzelf presenteert als een beschermende biotoop voor de studentengemeenschap, sluit rechtstreeks aan bij deze architectuurstrategie.

De oude gevangenis vormt het hart van de stadscampus. Twee nieuwe volumes (rectoraat en rechtenfaculteit) die langs het landschappelijke Koekerellenpad zijn ingeplant vervolledigen deze kleine universiteitsstad. “De drie gebouwen kunnen, gezien de specifieke condities en programma’s niet op elkaar worden afgestemd”, stelt Phillippe Viérin van noA. Net daarom presenteren ze zich als autonome delen van een masterplan, elk met een eigen architectuurtaal, alleen ondergronds fysiek met elkaar verbonden. De circulatie is zo uitgedacht dat er zoals in een stedelijk weefsel vaak meer dan één weg is naar een bepaalde plek. Voldoende ruimte wordt gelaten voor stedelijke binnenpleinen waar spontane interactie en een gevoel van gemeenschap mogelijk worden. Door de integratie van bovenlichten, dakterrassen en een openluchtauditorium is het ‘buiten’ nooit veraf. Een kleine campus wordt net door die interventies gevoelsmatig zo groot mogelijk. Men kan er plekken blijven ontdekken.
De typische stervormige lay-out van de gevangenis, met vijf vleugels en ertussen open ruimte, wordt grotendeels bewaard. Die tussenruimtes worden door noA gelezen als de aanzet voor de integratie van nieuwe functies. Een klein en een groot auditorium, een cafetaria met tuin en twee ontvangstplekken gesitueerd aan de voorgevel worden hier ingevoegd. De cellen blijven behouden als kleine ‘concentratiewerkplekken’ voor de studenten, de naastgelegen gangen zijn daartoe functioneel verbreed en sporadisch opengewerkt naar buiten toe. De hoge koepelruimte vormt, net als voor haar vorige functie, het centrum van deze campus. Vroeger was hier een preekstoel opgesteld en moesten de gevangenen op de bovenste verdieping plaatsnemen om van daaruit de priester te aanhoren die hen het rechte pad wees. Nu wordt de ruimte op dezelfde manier gepercipieerd, met de trappen als een verhoogd platform van waarop de rechtenstudenten een groter publiek kunnen toespreken. Doorheen heel de campus wordt bijzondere aandacht besteed aan de integratie van dergelijke plekken waar overzicht wordt geboden en het toespreken van anderen mogelijk wordt.
De drie geschakelde en licht ten opzichte van elkaar verschoven volumes van de nieuwe rechtenfaculteit herbergen vooral klas- en onderzoekslokalen. Het laagste volume zoekt aansluiting met de nabijgelegen woningen, het hoogste volume strekt zich uit naar het park. Omdat de rechtenfaculteit amper twee jaar na de bouwaanvraag moest worden opgeleverd werd de architectuur ingeschakeld binnen het snelle bouwen. Waar mogelijk wordt de afwerkingsgraad beperkt, blijven technieken zichtbaar en wordt prefabricatie toegepast (alle ramen zijn identiek). Het resultaat is een robuust gebouw dat voor minder dan 1000 euro/m2 kon worden gerealiseerd.
In lijn met de door noA gerestaureerde voorgevel van de gevangenis is het rectoraat als een derde volume ingeplant. In contrast tot de gevangenis is dit zenuwcentrum van de universiteit volledig met glasplaten bekleed en functioneert het als een markeerpunt langs de Hasseltse ring. De gevel is opgebouwd uit verticale en horizontale banden glas die over elkaar liggen waardoor op de kruispunten andere kleurintensiteiten ontstaan. De beglazing is op traditionele wijze bevestigd, een high-tech methode die alle aandacht zou opeisen werd al vlug van de ontwerptafel geveegd.
De gedeeltelijke integratie van een nieuwe functie in een oud gebouw is een taak die noA al vaker tegenkwam. Van de restauratie en herinrichting van de ‘s hertogenmolens te Aarschot (A+232), over het invoegen van enkele nieuwe elementen in een complex van bestaande gebouwen te Menen (A+210 en A+220) tot de recent gewonnen wedstrijd voor de transformatie van een pakhuis tot een vlasmuseum voor Kortrijk. Telkens behoudt het gebouw zijn specifieke kenmerken als echo’s uit het verleden en voegt de nieuwe functie zich subtiel in met respect voor de typische eigenheid van het bestaande. “Hoewel de gevangenis geen monument is geworden, is het vreemd om zo’n gebouw niet met respect te behandelen”, aldus Phillippe Viérin.
Waar het contrast tussen de oude en nieuwe functie een hindernis leek, wordt het door de architecten net beschouwd als een kwaliteit. Het op scherp stellen van dat contrast, enerzijds door een gesloten gebouw grotendeels te conserveren maar door het anderzijds open te werken tot een stedelijk weefsel, levert een campus op met een gradiënt aan intensiteit waar de student naargelang zijn taken telkens een uitgelezen plek vindt.

download pdf
noAarchitecten
Hasselt | 2012
A+239
pagina's 28-32

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer
© Kim Zwarts
© Kim Zwarts
© Kim Zwarts

schrijf je in voor de nieuwsbrief