Een vlaag van nostalgie

BINARIO ARCHITECTES
gepubliceerd op 23.01.2018 publieke ruimte

19 ©François Lichtlé22François LichtléIn 2016 opende het door BINARIO ontworpen bezoekerscentrum van de abdij van Villers-la-Ville. Dat is veel meer dan een gerestaureerde molen. Via een brug over de rijksweg geeft het toegang tot de ruïnes van de site, die zo een nieuwe leesbaarheid krijgen.

“Fragmenten zijn uiterst belangrijk in architectuur, want wellicht zijn alleen ruïnes de volledige expressie van een fenomeen. Ik droom van een eenheid, of een systeem dat louter uit wedersamengestelde fragmenten bestaat”, schreef Aldo Rossi.

In de abdij van Villers is de geschiedenis noch autobiografisch, noch wetenschappelijk, maar complex en door meerdere handen geschreven. Bij nader inzien blijkt ze zelfs onmogelijk gereconstrueerd te kunnen worden en is de situatie kritiek. Maar dat heeft geen belang, het gaat om iets heel anders: een bezoekerscentrum in 2009, besteld door het Institut du Patrimoine wallon (IPW). De expliciete doelstelling was een startpunt te creëren voor een parcours langs de aantrekkelijke fragmenten van de ruïnes van de abdij – het ontwerp van het bureau Binario bewijst het verleden zo een kleine dienst.

De in 1146 opgerichte abdij van Villers is een beschermde site. Ze heeft een lange, bewogen geschiedenis achter de rug. Eerst bloeide ze onder de cisterciënzerorde, dan werd ze verwoest tijdens de Franse Revolutie, en daarna volgden jaren van verval. Wat overblijft, zijn de structuur en de statische, duurzame stenen. 

“De architectuur van een klooster ontstaat niet door gebouwen samen te voegen, maar als een sculptuur, in één massief blok”, stelde Fernand Pouillon. Het is een belediging voor de auteur van Pierres sauvages, maar het blok is in stukken gevlogen, een versnippering waarvan het lot werd bezegeld door het tracé van rijksweg N27. Er zijn situaties waarin de infrastructuur ronduit primeert op erfgoed. De site werd in twee gescheurd; de logica achtergelaten op de parking; de eenheid moest wijken voor de melancholie van Rossi. De plannen op overtrekpapier overlappen elkaar en laten soms onvermijdelijk nostalgisch de vorige doorschemeren.

Het zij zo. Het ontwerp van Binario is gebaseerd op een richtschema van het IPW. Een plan dat de verloren coherentie wil herstellen, de transparantie accentueren en leesbaarder maken in een opeenvolging van sequenties.

Vanaf het zuiden rijdt de automobilist over het asfalt van de N275 – een grijs lint doorheen het alomtegenwoordige groen. Aan het einde van de weg, op een kruispunt, doemen de ruïnes op, door elkaar geschud door de spoorlijn van de NMBS die erlangs loopt. Rechts een parking. Links de eerste sequentie van het parcours: de molen van de abdij, door de architecten gerestaureerd en verbouwd tot bezoekerscentrum. Een onthaalruimte, een boekenwinkel. Op de verdieping een reconstructiemaquette van de abdij.

Een trap loopt sculpturaal door een leeg volume vol sluimerende stenen. Sereen fungeert een betonnen liftkoker als ruggengraat voor een hoge ruimte onder het gebinte. Dan, opnieuw, licht. Een voetgangersbrug loopt over de molenbeek en voert de bezoeker naar een pad. Op de flank van de heuvel is er een knik in het traject, maar de richting is duidelijk: de sacrale, omsloten ruimte van de abdij. Vanaf enkele hier en daar op de hoogte geplaatste banken kan de site in haar geheel worden overschouwd. De abdij versmelt met haar topografie en vindt heel even haar eenheid terug. Geschiedenis is een kwestie van perspectief.

Via het pad bereikt de bezoeker de voorlaatste sequentie van het parcours: de siertuin. Een muur en twee vredig symmetrische trappen doen denken aan klassieke tuinen, een artistieke plek voor herinnering. Dan slaat het pad af naar de rijksweg, maar vier meter erboven, ter hoogte van de arcades, waar een door een vrachtwagen overreden zuster wordt herdacht.

“Moeilijkheid is een van de zekerste elementen van schoonheid”, zei Pouillon. Bij gebrek aan voldoende steun werd de aanvankelijk voorziene houten vloer vervangen door een laatste loopbrug. Hier bevindt zich de toegang tot de ruïnes en dus ook tot nostalgie, dezelfde als diegene die in de tuin wordt gecultiveerd. Een gepantserde trap in cortenstaal distantieert zich van de stenen, maar neemt hun kleur over. Als hedendaags spoor rijst een volume in ruw ontkistingsbeton op, dat versmelt met de geschiedenis.

De monniken, de NMBS, het IPW: geschiedenis wordt door velen geschreven. Het ontwerp van Binario is een ingetogen gebed voor een besluiteloos kadaver, halfweg tussen de N275 en de vergetelheid.

Mathias Bouet

Fotografie François Lichtlé

>> Lees verder in A+263


 
download pdf
BINARIO ARCHITECTES
Villers-la-Ville | 2018
A+263
pagina's 28-29-30-31

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer

schrijf je in voor de nieuwsbrief