C-mine expeditie

NU Architectuuratelier + @rchitectenbureau L-groep
gepubliceerd op 18.06.2012 | tekst Audrey Contesse publieke ruimte
© Stijn Bollaert
© Stijn Bollaert
© Stijn Bollaert
© Stijn Bollaert
© Stijn Bollaert

Op de oude mijnsite van Winterslag bij Genk spelen de door Nu Architectuur­atelier heringerichte ventilatietunnels met je gevoelens. Het parcours, dat de bezoeker door enge en open ruimtes leidt, weet de essentie van deze plek te vatten en de context zelfs nog te versterken.

Het project startte enkele jaren geleden met de vraag om in de oude ventilatietunnels van de mijn van Winterslag een attractie te ontwerpen die tot 100.000 bezoekers per jaar zou aantrekken. Als antwoord stelde het wedstrijdontwerp van Nu Architectuuratelier, in plaats van enkel de inkleding van de twee oude ventilatietunnels, een volwaardige rondgang voor. Om de continuïteit te verzekeren, sluiten beide ventilatietunnels op elkaar aan en lopen ze door tot de dubbele gang die vroeger van de barakken naar de ingang van de mijnschacht leidde. Tegelijkertijd wordt deze ingang verbonden met de ventilatietunnels via een nieuwe pentagonale tunnel. Zo ontstaat een ruimtelijk uitdagende wandeling die het ondergrondse ventilatiecircuit, het plein en de schachtbok verbindt.
De ingang van het parcours is een trap in een verre uithoek van het C-mine-gebouw. De trap wordt steeds nauwer, tot hij uitmondt in een smalle deuropening: slechts één voor één kunnen de bezoekers binnendruppelen. Enkele bochten later komt aan de rechterkant de ventilatieschacht tevoorschijn. Nog wat verder naar links staat de kolossale ventilator, roerloos. De luchtstromen blijven echter voelbaar en de akoestiek werkt verwarrend. Rechts, zes meter dieper, start de lange en hooggewelfde luchtextractietunnel. In deze schacht, bedekt met het stof van vele jaren, wisselen eenvoudige en herkenbare geometrische vormen elkaar af. Ze zijn gemaakt van wit plaatstaal, geplooid en gelast, en hebben de slankheid én de fragiliteit van origamifiguren. Ze verwijzen naar de vormen die aan de oppervlakte terugkomen, en die op het centrale plein als de witte steentjes van Klein Duimpje de weg tonen naar het cultureel centrum. Deze vormen, die dus op het eerste gezicht vrijblijvend leken, vormen een fysieke link met het ondergrondse. De ‘panoramakijker’ is aangesloten op een scherm dat eveneens rond kan draaien, en de ‘banken’ op het plein staan in verbinding met een lichtkoepel en een ‘geluidscel’. De uitloper van de lichtschacht annex ‘echoruimte’ verschuilt zich onder de kleine schachtbok.
Het eerste element dat we tegenkomen op onze onderaardse wandeling is het enige dat zich niet tot aan de oppervlakte wurmt. Het ‘geheugen’ bestaat uit vijf alkoven, opgehangen in de luchtextractietunnel, die werken van schrijvers en kunstenaars herbergen die een hedendaagse interpretatie geven aan de mijngeschiedenis. Daarna volgen de geluidscel, de panoramakijker en de lichtschacht. Deze ruimte geeft de bezoeker niet alleen de gelegenheid zich even te oriënteren, maar ook om nog eens goed in te ademen voor hij verder doordringt in een nauwe doolhof die uitgeeft op twee parallelle gangen met tonggewelven. Hier wordt de bezoeker vergezeld door het geluid van de voetstappen van pratende kompels. Deze geluidsinstallatie begeleidt de bezoeker naar een dicht bos van stutten. Dit smalle labyrint creëert een ruimtelijk spel dat de verbeelding stimuleert en dat eindigt op een dubbele helixtrap. In plaats van te worden verzwolgen door de mijnschacht, rijst de bezoeker eruit op en eindigt na het beklimmen van de betonnen wenteltrap vijftien meter boven het plein. Hier vertrekt een hangende metalen wenteltrap in een metalen ‘fuik’ die klappert in de wind. Een rechte steektrap brengt de bezoeker uiteindelijk tot op het hoogste platform. Een ferme klim doet de bezoeker dus tachtig meter hoger belanden om het liftmechanisme te bewonderen, de rest van de C-mine-site en de andere mijnen in de omgeving te ontdekken en bij helder weer zelfs een glimp op te vangen van Luik en Maastricht.
Door de mijn van Winterslag op een nieuwe manier in haar landschappelijke context te plaatsen, slagen de architecten erin de archetypische waarde van dit stuk industrieel erfgoed te versterken. Zo volgt het parcours de morfologie en de materialiteit van de plek. De toevoegingen zijn hulpmiddelen om deze plek beter te kunnen doorgronden. De metalen trappen die zich op de schachtbok enten, vallen op door hun kleur, maar vloeken niet met de oorspronkelijke architectuur. Ze gebruiken immers dezelfde functionele taal en breiden de logica van metalen constructies verder uit. Dit soort benadering kan men trouwens terugvinden in alle realisaties van het bureau, te beginnen met hun inzending voor de tentoonstelling 35m3 in deSingel (2006). Het presenteerde daar de bekisting voor een keukenblok, in plaats van het keukenblok zelf.
Hoewel het project het terrein ontdoet van zijn historische betekenis, kon men de essentie van de plek opnieuw vatten en roept het project heel wat sensaties wakker in de bezoeker. Een discrete en houdbare manier om aan de geschiedenis te schrijven.

download pdf
NU Architectuuratelier + @rchitectenbureau L-groep
Winterslag | 2012
A+236
pagina's 26-28

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer
© Stijn Bollaert
© Stijn Bollaert
© Stijn Bollaert
© Stijn Bollaert
© Stijn Bollaert

schrijf je in voor de nieuwsbrief