Belgische Prijs voor Architectuur 2013 – Stadshal en centrumpleinen

Robbrecht en Daem architecten + Marie-José Van Hee architecten
gepubliceerd op 10.12.2013 | tekst Pieter T'Jonck
© Bert Callens
© Tim Van de Velde
© Tim Van de Velde

De jury sloot de Gentse Stadshal van Robbrecht en Daem architecten en Marie-José Van Hee architecten meteen en unaniem in haar hart. De Gentenaar deed ondertussen hetzelfde, tot spijt van wie het benijdt. “A monument for public space”.

Sinds de opening, einde 2012, van de Gentse Stadhal, liet dit gebouw niet na de gemoederen te beroeren (> A+242). Het gebouw, al moet je meteen ook van een volledige heraanleg van de belendende pleinen – het Emile Braunplein en de Poeljemarkt – spreken, zou immers het zicht op het stadhuis belemmeren vanaf het Emile Braunplein, te nadrukkelijk zijn plaats opeisen naast de historische torens van Gent, te modern ogen enzovoort. Zelfs de UNESCO bemoeide er zich op een bepaald moment mee, overigens niet gehinderd door veel inzicht in de kwestie.
Tegelijk, en geheel tegengesteld aan dit protest, kreeg het gebouw twee maal na elkaar een belangrijke prijs, namelijk de Prijs Bouwmeester en nu dus de Belgische Prijs voor Architectuur. Twee keer, en dat is opmerkelijk, gaat het om een prijs voor de publieke ruimte. Daar gaat het in dit ontwerp inderdaad ook om. Het is een gebouw, maar het herdenkt ook de ‘kuip’ van Gent, waar historische monumenten als het Belfort, het stadhuis, de Sint-Baafskathedraal en de Sint-Niklaaskerk op een kluitje bij elkaar staan. De ruimte daarrond is een aaneenschakeling van pleinen – Korenmarkt, Botermarkt, Poeljemarkt, Emile Braunplein en Sint-Baafsplein.
Anders dan we denken liggen die pleinen er echter maar sinds 1913 bij zoals we ze nu kennen. Toen liet ingenieur en burgemeester Emile Braun immers de rond de ‘torens’ aan elkaar geklonterde bebouwing van woningen en handelshuizen verwijderen. Plots ontstond een enorme, nauwelijks gearticuleerde leegte in het hart van de stad. Ideaal om de monumenten te laten schitteren, maar dodelijk voor het leven op deze plekken. Dat werd alleen maar erger toen, vanaf de jaren ‘60, de auto de vrijgekomen ruimte als parkeerplek in beslag nam. Vanaf ‘96 dacht de stad er daarom aan om hier een grootse ondergrondse parking te bouwen. Een plan waar reusachtig protest tegen rees, omdat het weliswaar een esthetisch probleem kon oplossen, maar tegelijk definitief de legitimiteit van deze pleinen als stadshart letterlijk zou ondergraven. Robbrecht en Daem en Marie-José Van Hee liepen voorop in dit protest met hun voorstel om het gebied beter leesbaar te maken door een heraanleg waarvan de stadshal slechts het orgelpunt is.
Wie de stadshal zo bekijkt ziet, ongeacht zijn vormelijke kwaliteiten, inderdaad dat het bouwblok structuur verleent aan de anders oeverloos uitdijende ruimte. Het staat symbool voor wat hier eerder verdween aan publieke ruimte voor ontmoeting en handel. Het komt in de plaats van een zielloze parking die slechts zou bevestigen dat deze plek enkel voor toeristen nog van tel is. Dat heeft de stad Gent ook begrepen, en ze liet Robbrecht en Daem en Van Hee hun gang gaan. Maar het heeft deze ontwerpers wel bloed, zweet en tranen gekost om hun ‘gelijk’ te halen.
Het resultaat is echter ook een klein wonder. Het evoceert een bijna terloops gegroeide structuur van publieke hallen, met zijn twee onregelmatig gevouwen puntdaken. Tegelijk is het een feest van zintuiglijke ervaring. De grillige lichtinval door de 1600 gaten in het dak, de spannende contrasten tussen lichte materialen als glas en hout en de zware stalen balken en betonnen voeten, de stoere haard met zijn schuin weglopende schouw, het is architectuur met instant-monumentale-kwaliteit. Dat zie je nog zelden.

download pdf
Robbrecht en Daem architecten + Marie-José Van Hee architecten
Gent | 2013
A+245
pagina's 81-83

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer
© Bert Callens
© Tim Van de Velde
© Tim Van de Velde

schrijf je in voor de nieuwsbrief