Basisschool De Bron

Lens°Ass
gepubliceerd op 16.04.2012 | tekst Maarten Delbeke niet-residentieel
© Philippe van Gelooven
© Philippe van Gelooven
© Philippe van Gelooven
© Philippe van Gelooven

In een verloederd gedeelte van de Brusselse gemeente Sint-Gillis bloeit er iets achter de gevels van twee statige rijhuizen. De basis- en kleuterschool van Lens°Ass werd op slimme wijze ingeplant: door de wijk niet te willen veranderen verandert de wijk.

De straten van Sint-Gillis net naast het Zuidstation bevinden zich in een limbo. Ze liggen aan de achterkant van kantoorgebouwen en goedkope hotels die zich naar het station richten en delen in het drukke verkeer van de stationsbuurt. Ze ondergaan de schoorvoetende vastgoedontwikkeling die zich op het cliënteel van Thalys en Eurostar richt. Dit deel van Sint-Gillis is – mede omwille van het station en zijn ongerichte ontwikkeling – onderkomen en arm. Hier verwierf de gemeenschapsschool De Bron een perceel voor een nieuw gebouw dat twee bestaande scholen zou vervangen en plaats kon bieden aan een klein kinderdagverblijf. De opdracht werd via een Open Oproep toegewezen aan Lens°Ass. In tegenstelling tot de andere mededingers opteerde Lens°Ass architecten ervoor het volledige programma onder te brengen in één volume aan de straat en het binnengebied, inclusief een bestaande achterbouw, als speelplaats te gebruiken. Zo ontstaat een gebouw waarvan de schaal aansluiting zoekt bij de visuele geleding van de straat, die is bepaald door de gevels van negentiende-eeuwse rijwoningen. De plattegrond en de gevel reflecteren de oorspronkelijke opdeling van het terrein in twee percelen. In plan zijn deze twee delen elk weer in een voor- en achterkant opgedeeld, zodat een helder systeem van vier kwadranten ontstaat. Eén van de kwadranten aan de straatkant bevat het sanitair en de verticale circulatie (in het andere ‘perceel’ scheidt de brandtrap voor- en achterkant); de andere drie dienen als klaslokalen op de tweede, derde en vierde verdieping. Op de bovenste verdieping bevinden zich de lerarenkamer en het bureau van de directie. In de straatgevel zijn de twee delen van elkaar onderscheiden door de verspringende horizontale geleding. De gevelelementen die voor de twee delen zijn aangewend doen meteen de interne organisatie van het gebouw vermoeden: horizontaal verspringende raamkaders voor de klassen, en gemetselde muren voor de trap.
De referentie aan het burgerhuis zet zich verder in de doorsnede. De gelijkvloerse verdieping ligt iets hoger dan de straat en heeft een royalere plafondhoogte, zodat, in de woorden van de architecten, een bel-etage ontstaat. Anders dan in de woning is deze ruimte volledig opengemaakt, haast als de foyer van een klein theater. Deze polyvalente ruimte geeft toegang tot de traphal en sluit zowel visueel als functioneel onmiddellijk aan op de speelplaats. Daar wordt de referentie aan de woning hernomen in de bestaande achterbouw. Door het openmaken van de voor- en zijgevel is die getransformeerd tot een soort open huis met daarin een ook weer ‘huisvormig’ sanitair blok. Een gevelbrede trap of tribune daalt van de speelplaats af naar de open gevel van het souterrain, waar het kinderdagverblijf komt.
De systematische referentie aan de burgerwoning maakt dat dit gebouw het programma van de school niet vormgeeft volgens een op pedagogische overwegingen toegesneden typologie. Evenmin zet het zijn semipubliek karakter zwaar in de verf; alleen wanneer de schoolpoort volledig openstaat krijgen voorbijgangers een beeld van wat er zich achter de discrete gevel afspeelt. Dit gebouw is geen baken. Maar het veinst ook geen overdreven terughoudendheid. De open foyer en de buitentrap theatraliseren het schoolgebeuren, net als de loopbrug die het gebouw met de speelplaats verbindt en de brede schoolpoort die onmogelijk met een voordeur kan worden verward. Deze theatraliteit dient echter niet om het schoolgebeuren uit te vergroten of te idealiseren, maar voorziet het van een waardig kader.
De architecturale uitwerking van het gebouw speelt een belangrijke rol in het tot stand brengen van dat kader. Zo is de gevel aan de speelplaats behandeld als een achterkant, wat het representatieve karakter van de voorgevel accentueert. Maar ook in de achtergevel, die uitkijkt over het binnengebied, zijn de openingen opgevat als diepliggende ramen die occasioneel een vignet van het schoolgebeuren kaderen maar vooral duidelijk maken dat er binnen in het gebouw iets gebeurt dat van een andere orde is dan het dagelijkse leven dat zich afspeelt op straat en in de omliggende gebouwen. Deze distinctie wordt ook gecommuniceerd met behulp van ornamenten. In de voorgevel en de afsluiting van de loopbrug werd er een gestileerd bladmotief verwerkt. Op de speelplaats roept het evidente associaties op met bomen en parken, maar aan de voorgevel signaleert het discreet de ambities die het gebouw wil schragen. De eenvoud en eenduidigheid van dit ornament zouden storend geweest zijn als het te overdadig was aangewend of als logo had gediend. Dit gebouw zet het echter haast op klassieke wijze in, als een welgekozen toevoeging die uitdrukt waar een gebouw voor staat. Op die manier wijst het de school haar plek toe in de stad.

download pdf
Lens°Ass
Sint-Gillis | 2012
A+235
pagina's 30-32

Mensen die dit artikel lazen bekeken ook

    Belvédère des Coteaux de la Citadelle de Liège

    En porte-à-faux, la plate-forme triangulaire de 60 m² culmine sur le versant sud des Coteaux de la Citadelle. Le belvédère, imaginé par le bureau d’études paysage du Service de l’Aménagement des espaces publics de la Ville de Liège, a été conçu et réalisé par le Bureau d’études Greisch. Il fait partie du réaménagement complet des [...]

    lees meer

    Luifel

    Er breidt zich langzaam maar zeker een witte pixelwolk uit over het land. Een ludieke studie van de openbare ruimte, BXL 100, (> A+213) resulteert sinds 2011 in een aantal ingrepen in de openbare ruimte. Ze duiken op in het Brusselse Sint-Gillis en worden ontwikkeld in het Gentse Ledeberg. In Mechelen siert een luifel sinds kort het nieuw aangelegde Pasbrugplein.

    lees meer

    Porte-à-faux

    Quatre ouvrages architecturaux récents
ou en cours de réalisation montrent des résolutions particulières à la réalisation de porte-à-faux, pour des programmes et avec des matériaux différents. Cet auvent carré en béton, réalisé dans le cadre d’un contrat de quartier pour un jardin récréatif à Molenbeek-Saint-Jean, se compose d’une grille octogonale de poutres. Les poutres aux côtés ont un très grand moment sur appui. Ces moments coïncident avec le moment d’une poutre en porte-à-faux de 9 m soumise à la même charge. Les poutres centrales de l’auvent ont quant à elles un grand moment en travée, comparable à celui d’une poutre avec une portée de 18 mètres.

    lees meer
© Philippe van Gelooven
© Philippe van Gelooven
© Philippe van Gelooven
© Philippe van Gelooven

schrijf je in voor de nieuwsbrief