Atelier d'architecture Pierre Hebbelinck

gepubliceerd op 27.06.2013

A+ U werkt al veertien jaar samen: hoe verloopt jullie samenwerking binnen het Atelier?
pierre hebbelinck Bij sommige aspecten van ons gezamenlijk werk vinden we zeer intuitief en vlot raakpunten, maar er zijn ook aspecten van onze werkrelatie die we hebben moeten opbouwen. Ik heb soms moeite met de piste die Pierre wil kiezen, en dat is ook omgekeerd het geval. We praten met elkaar over procedés die de vorm doen verschijnen. Kiezen voor de ene of de andere weg is helemaal iets anders. Pierre is bij de uitwerking van het ontwerp, bijvoorbeeld, zeer sterk in het structureren van de materie en het inschatten van de bewegingen van de constructie. Er is nooit een conflict tussen ons tweeën, maar een meningsverschil, een anders-zijn, een differentiatie, dat wel, ja. Het is een manier om je niet op te sluiten, maar de dingen opnieuw in vraag te stellen.
pierre de wit Een van de interessantste manieren om niet in redundantie te verglijden, is de dingen niet op eenzelfde manier bekijken. Het is een van de emotionele waarden van onze relatie.
pierre hebbelinck We hebben gemeenschappelijke en afwijkende kenmerken, vooral op het gebied van cultuur. In tegenstelling tot Pierre ben ik de hele tijd aan het lezen, aan het wandelen, architectuur aan het bekijken en erover aan het schrijven. En dat bevrijdt me. Ik ga ook elders op zoek naar vormen van ontwerplogica, want het is in andere artistieke disciplines dat de notie van twijfel uitgedrukt wordt. Zeer weinig architecten drukken die twijfel uit, maar toch is het iets fundamenteels als je geen stijl wil ontwikkelen. Ons gemeenschappelijke kenmerk is dat we nooit spreken over iets wat we niet gezien hebben. We hebben behoefte aan die fysieke realiteit om intellectuele bedenkingen te verankeren.
pierre de wit Ik lees zoals ik borrelhapjes knabbel: ik neem wat ik bij de hand heb en lees alles. Ik loop met een bocht heen om alles wat referenties heeft. De boulimie van Pierre voedt elk ontwerp en voorziet het van een discours. In mijn manier van functioneren ben ik spaarzamer in woorden. Ik vat mijn intuïties en redeneringen in één woord samen.
pierre hebbelinck Samen proberen wij een grote rechtlijnigheid te ontwikkelen in onze doelstellingen, in onze middelen en in de resultaten die we willen bereiken. Maar tegelijkertijd willen we er ook veel plezier aan beleven. Dit plezier creëert bressen in iets wat anders enkel rechtlijnigheid zou zijn. Het project Dejardin-Hendricé vertegenwoordigt door zijn buitenkant misschien het toppunt van die rechtlijnigheid, terwijl het interieur dan weer een poëtische ruimtelijke organisatie laat zien.
A+ Voor deze tentoonstelling koos u ervoor “de mechanismen te tonen die de architecturale reflectie voeden, veeleer dan alleen maar de voorstelling van het architecturale resultaat”. Vanwaar deze keuze?
pierre de wit Door deze aanpak te kiezen, wilden we de monografie vermijden die het Atelier niet wenste. ‘Methodologie van het gevoel’ is een momentopname.
pierre hebbelinck Cédric Libert is effectief vertrokken van het materiaal dat op een gegeven moment op de tafels van het Atelier lag, zonder op zijn stappen terug te keren. Stilstaan bij het moment, in zekere zin. Dat hij zich interesseerde in processen stelde ons helemaal gerust.
cédric libert Wat mij absoluut niet interesseerde, was een compleet beeld te geven van de projecten. Ik heb de materie die het Atelier produceert in twee keer ontdekt. De eerste keer bracht ik een dag door in het Atelier, waar ik van tafel tot tafel ging om de projecten te leren kennen via de uitleg van de projectverantwoordelijken. Ik was toen sterk onder de indruk van de projecten Droog en Schaap. De tweede ontdekking had plaats bij een koffie, toen Pierre Hebbelinck me uitlegde dat gedurende het bestaan van het Atelier de activiteit twee of drie keer stilgevallen was en dat hij die eerste keer gebruikt had om te reizen. Hij ging toen een map halen, die met zijn reizen uit 1991. Al zijn reizen waren samengebracht, ingedeeld, genummerd… in een dikke map. Natuurlijk heeft elk van de ontwerpen afzonderlijk minder of meer relevantie, maar het is het concept dat erdoorheen loopt dat het meest waardevol is. De rijkdom van het Atelier ligt in de terugkerende procedures.
A+ Het hart van de tentoonstelling is een boek: Méthodes. Waarom een boek? Is dat het beste compilatiemiddel?
cédric libert Mijn eerste schets voor de scenografie van de tentoonstelling bestond uit grote tafels waarop thematisch objecten samengebracht waren: de schetsen, de blauwdrukken, de reisboekjes, enz. Vervolgens kreeg ik het idee om deze ruimtelijke installatie te condenseren tot iets anders. Ik moest toen denken aan de Atlas van kunstenaar Gerhard Richter. De atlas is een manier om een zo uitgebreid mogelijk repertorium te creëren binnen de grenzen van de afmetingen van een boek. Een manier om het terrein zo ruim mogelijk open te trekken. De gelijktijdige realisatie van het boek en de tentoonstelling maakte het mogelijk om het materiaal door elkaar te schudden en in vraag te stellen. De voorstellen van vormgeefster Manuela Dechamps Otamendi om het materiaal te organiseren, gingen terug naar de kern en stelden die opnieuw in vraag. Maar eigenlijk, waarom een boek en bijvoorbeeld geen film… ik heb daar geen rationeel antwoord op. Een affiniteit met het medium, ongetwijfeld.
A+ Dit werk telt zevenentwintig hoofdstukken, die de rationele organisatie van het bureau en de persoonlijke zoektocht van Pierre Hebbelinck op dezelfde manier benaderen. Hoe is het verzamelen en de keuze van de organisatievorm verlopen?
cédric libert Ik ben echt in een droste-effect terechtgekomen bij het verzamelen en inventariseren van het materiaal: steeds meer mappen ontdekken en ze nachtenlang bekijken. Sommige stukken waren minder evident dan andere, maar ze kregen zin in die ruimere structuur van de atlas. De keuze hing af van de intrinsieke kracht van het document. Een bepaald gebouw kan dus meer voorkomen dan een ander. Maar één enkel gebouw bevindt zich impliciet in bijna elk hoofdstuk, en dat is Krantz-Fontaine. De anekdoten van dat project ontdek je doorheen het lezen van die hoofdstukken. Maar het was sowieso niet de bedoeling om per ontwerp een verhaal te vertellen of het expliciet uit de doeken te doen. Uiteindelijk is het boek een vorm van spoorzoeken: elk hoofdstuk bevat sleutels om het werk van het Atelier te lezen, en die sleutels bevatten telkens een antwoord en vullen elkaar aan.
A+ Een van de hoofdstukken van Méthodes verzamelt intimistische foto’s door Pierre Hebbelinck over de perimeters van de lichamen van zijn kinderen. Die perimeter drukt de continuïteit uit die we terugvinden in de opeenvolging van ruimten in de ontwerpen van het Atelier. Het begrip ‘vouw’ lijkt daarbij herhaaldelijk terug te komen in de projecten: om een ruimte tegenover een andere te definiëren, gaat de vloer, het plafond of een wand zich plooien. Het is ook door een stuk papier te vouwen dat jullie een vorm of een constructiemethode vinden.
pierre hebbelinck Dit houdt inderdaad verband met de instrumenten die we gebruiken. De ontwerpen starten op een groot blad kalkpapier waarop zeer snel een schatting van oppervlakten, budgetten, vrij ruime reflecties over het terrein en ontwerpen van organogrammen opduiken. Deze organogrammen brengen potentiële ruimtelijke organisatiemanieren aan het licht, alsook de vormen die ze kunnen bevatten. Intuïtief zijn sommige overtuigender dan andere. Die worden gecheckt met Pierre en daarna met de Lectoren (nvdr. referenten uit de omgeving van het Atelier). Parallel daarmee controleer ik ze in het maquette-atelier met stukjes karton die ik samenvoeg, vastspeld, manipuleer, kortom, ik steek heel snel iets in mekaar. Het vertrekpunt is dus meer een volume dan een schets, om de overtuiging uit te drukken dat een ruimte zo goed mogelijk de spanning tussen programma en context moet vertalen. Aan de ruimte hecht ik de meeste waarde. Ik probeer ruimtelijke verhoudingen toe te passen die verschillende richtingen uitgaan en een soepelheid in het ontwerp bieden. Vervolgens worden de dingen geplooid, ze nemen een vorm aan, maar worden niet bij elkaar opgeteld.
A+ Gebeurt het werken aan deze ruimtelijke continuïteit bewust?
pierre de wit Continuïteit is verbonden met coherentie, een gevoel van juistheid en beheersing. De schil is een beetje de grens die je beheerst. Een manier om de cirkel te sluiten en te beginnen spelen. Het spel van het vouwen bestaat erin de elementen in handen te hebben, ze vast te zetten en in te beginnen spelen op de lege ruimte die binnenin zit. Het is de verhouding tussen de perimeter en de oppervlakte. Later is er de intuïtieve contextuele dimensie. Maar deze intuïtie komt vrij laat: na de pragmatiek.
A+ Het is een manier om de intuïtie te omkaderen…
pierre hebbelinck Inderdaad. We beroepen ons pas op de intuïtie na een hele reeks van controles en voorafgaand onderzoek. Mijn cognitieve kennis over het ontwerp interesseert me niet als een opeenstapeling van kennis, maar wel als een confrontatie ervan met de plek, wat die ook moge zijn. Het is dus een kenniskader. En daar is er opnieuw een methode: we zetten ons pas redelijk laat aan het tekenen, want anders hebben we het gevoel dat we een onuitwisbare schets gemaakt hebben en dat het onmogelijk is om uit dat spoor te geraken. Het project Kranz-Fontaine is daar een mooi voorbeeld van. Het eerste ontwerp is een perfecte cirkel. Uiteindelijk wordt het een onregelmatige vijfhoek. Die evolutie is zeer uitgesproken: we maken een maquette van de cilinder en merken dat die de omgeving volledig uitsluit. Het is te autoreferentieel, centripetaal. Toch vinden we dat een perceel grond geen absolute is: het is eerder een verwijzing naar een veel grotere wereld. Dat in tegenstelling tot Paul Neefs of Villanova Artigas, die vinden dat het perceel de wereld is en dat je in die wereld een object bouwt.
cédric libert Ik merk dat bij jullie die vouw een instrument is dat jullie gebruiken om tot een vorm van coherentie te komen. De antithese daarvan zou de Villa in Bordeaux van Koolhaas kunnen zijn, waar drie elementen verticaal naast elkaar geplaatst zijn. Jullie werken noch via een collage van werelden, noch via het samenvoegen van gedifferentieerde elementen.
A+ Er is nog een ander terugkerend elment die de continuïteit in jullie werk versterkt, namelijk de expliciete toevoeging. Ik denk aan de toevoeging van architectonische elementen over een periode van twintig jaar in het huis Dido, de toevoeging van een raam in de zeer eenvoudige vorm van de Dexiabank in Bouge, de toevoeging van het trappenhuis in het huis Frankfort en sinds kort de toevoeging van een maquette van het ontwerp aan afgewerkte projecten.
cédric libert Tijdens de wedstrijd voor het Centrum voor Hedendaagse Kunst (CIAC) in Luik verscheen tijdens het ontwerpproces plots ‘het raam’ in die voorgevel: hoe is het daar gekomen? Het volume had een perfecte eenheid en plots duikt dat raam op. En tegelijkertijd leken de vorm en de plaatsing van dat raam evident, eens het er was…
pierre de wit Het gaat hier over het idee van iets te verdraaiien op de limiet. Eens we de randvoorwaarden en de vorm beheersen, wanneer de dingen geïntegreerd zijn, kunnen we ons ‘de lofrede van de uitzondering’ permitteren.
pierre hebbelinck De eenheid is essentieel. Ze bestaat uit een reeks elementen, ruimtelijke sequenties en architectonische elementen. In de toepassing van het ontwerp, wanneer de concrete voorstelling verschijnt en we fysiek een plek proberen te maken, dan moet elke architectonische component van de ruimte een vitaal element op zich worden, bijna opgesplitst ter bestudering en opnieuw in het ontwerp gebracht ter controle. Ik ben geen voorstander van een ‘versmeltingsstrategie’, ik vind dat er gedifferentieerde entiteiten nodig zijn die een ruimte uitmaken en tegelijkertijd hun plaats opeisen. Het is een heel bewuste oefening om te zien hoe de ruimte gemechaniseerd zal worden. Het is ook een poëtisch brandpunt door de creatie van schaalverhoudingen, spanningen, gekke dingen… Parallel met deze logica is er ook de strategie om af te wijken van de regel. Zoals Pierre zegt, eens een systeem georganiseerd is, proberen wij de plaatsen op te sporen waar de spanningen spelen tussen dit lichaam en de omgeving, om er daarna iets mee te doen. In het geval van het CIAC leidden interne verschuivingen en de relatie tot de omgeving ertoe dat uit dit grote eenvoudige volume het kleine te voorschijn kwam: waardoor het grote volume nog meer te vertellen had.
A+ Over het algemeen lijken jullie projecten de waarde van de context waarin ze staan te verduidelijken.
pierre de wit Het gaat meer over de invloed van de context op het werk. Iets vinden in de context dat het project een meerwaarde geeft.
pierre hebbelinck Wat mij effectief interesseert in de verhouding van een ontwerp tot zijn omgeving, zijn de mechanismen die de context gevormd hebben: de ‘levende krachten’ van de context. Op dat moment is er geen enkele moraliteit, geen enkel voordeel om juist op dat terrein te zijn en niet op een ander. Elke site heeft zijn eigen poëtische vruchtbaarheid.
A+ Ook het materiaalgebruik is in elk van de projecten zeer expliciet.
pierre hebbelinck Dat is wat ik technologie noem: een materiaal gebruiken voor een bepaalde toepassing. Ik induceer geen vooraf bepaalde vorm, maar ik kijk hoe het materiaal leeft. Elk ontwerp is een zoekspoor, waar het erop aan komt een osmose te vinden tussen technologie en globale expressie, wat de omvang van het project ook moge zijn.
A+ Hoe wordt de materiaalkwestie aangepakt in het Atelier? Welke methode wordt gevolgd?
pierre de wit We vertrekken van een schets die we vertalen, verfijnen en opbouwen. Alles begint vanuit de intuïtie. Het materiaal komt ter sprake vanuit een ietwat subjectieve houding tot het ontwerp. We reageren op dit gevoel van bij de start. Of het nu om een materiaal gaat dat we kennen of niet, er is steeds diezelfde benadering van het controleren of herdefiniëren van de gepastheid van het materiaal voor het project. We willen erin slagen het materiaal te vertalen naar een karaktertrek die eigen is aan het project. Die bevraging heeft altijd plaats, zelfs als we soms op hetzelfde resultaat uitkomen. We blijven steeds bij dezelfde thema’s, maar de vraag wordt anders gesteld. We willen de conventies van de materialen vermijden, ondanks een steeds dwingender confrontatie met de normen. Zodra er een overeenstemming is tussen de keuze en de betekenis, gaat alles vanzelf. De materialen worden nooit haaks op hun gebruik aangewend. Het detailwerk, de finesse van de schriftuur en het beperkte palet van materialen spelen een grote rol. Er bestaan oneindig veel manieren om staal of aluminium aan te wenden. De magie van ons werk ligt in het feit dat er drie dingen op tafel liggen en dat we te weten komen wat ermee aan te vangen.
pierre hebbelinck De keuze van de materialen waarmee we werken, is mede bepaald door meer specifieke contextuele of economische gegevens. Als de bouwheer bijvoorbeeld speciale competenties heeft voor de toepassing van een materiaal, gaan we die benutten. Op dezelfde manier zijn er ontwerpen waarvan de structuur leidt tot een bepaald materiaalgebruik. We streven ernaar ons palet klein te houden: hoe minder materialen er zijn, hoe meer het ons interesseert om de grenzen van de performantie van die materialen op te zoeken. Dat spel maakt het materiaal zeer levendig. Een ander spoor is de toegepaste research. Daar spelen vrij complexe verbanden met fabrikanten, universiteiten en constructeurs of vakmensen. Vanuit die technologische belangstelling willen we de levendige materie mee opvolgen in de handen van een constructeur of vakman. Wij vinden het heel leuk technologische oplossingen te ontwikkelen en ze samen met de aannemers te bedenken. We leggen hen geen details op, maar de detaillering wordt uitgedacht, uitgewerkt en uitgetekend alvorens de prijsoffertes worden ingediend, zowel bij publieke als bij private aanbestedingen. Het MAC’s, bijvoorbeeld, is goed voor vier are plannen.
cédric libert Het werk van het Atelier bekijken vanuit de invalshoek van de materialen sluit volgens mij aan bij de invalshoek van de relatie met de mensen, en met de bouwheer in de eerste plaats. De manier waarop jullie architectuur produceren is exogeen, niet endogeen. Jullie reflectie over de architectuur bestaat uit het zoeken naar een hele reeks parameters buiten die architectuur. Ik weet niet of het opzettelijk is, maar ik heb de indruk dat jullie niet de eenvoudigste weg kiezen, om zo nieuwe thema’s te ontwikkelen. Al deze aanleidingen laten toe dat er iets ontstaat met een veelvormige betekenis, dat tegelijkertijd een accent toevoegt aan het verhaal van het project en aan zijn finaliteit. En daarom was het voor de tentoonstelling interessanter om op het werk van het Atelier een specifiek begrippenkader toe te passen, liever dan een kader van architecturale thema’s stricto sensu.

schrijf je in voor de nieuwsbrief