Antonio Citterio

gepubliceerd op 15.09.2014 | tekst tjm
© Wolfgang Scheppe

© Wolfgang Scheppe


“Sorry voor de vertraging, ik had een espresso nodig”, gekscheert Antonio Citterio voor het begin van ons interview. De architect – die bij ons vooral bekend staat om zijn strakke designstukken – neemt ons mee in de wereld van de ‘Italian touch’: confusion en casino op de piazza, met gebouwen die de juiste dimensies moeten hebben en waardig ouder kunnen worden.

Antonio Citterio wil meteen weten waar ik vandaan kom. “Antwerpen! Daar werkte ik rond 1986 aan een gebouw voor Esprit dat vanbinnen helemaal gerenoveerd moest worden. Dat was destijds een belangrijk project.” Citterio is geen vreemde in België. Op dit ogenblik werkt hij mee aan de herbestemming van de wijk aan de Kanaalkom in Hasselt, en in oktober zakt hij af naar de interieurbiënnale van Kortrijk om er zijn nieuwe collectie Axorkranen en -accessoires voor te stellen.
Hoe hij die collectie zou omschrijven? “Hedendaags klassiek”, zegt hij gedecideerd. “En dat gaat op voor veel dingen die ik ontwerp. Ik zoek graag het evenwicht tussen herinnering en hedendaagsheid. Maar een kraan moet ook simpel ogen en makkelijk te gebruiken zijn – voor mij is het een nachtmerrie om naar een hotel te gaan en niet te begrijpen hoe de douche werkt.”
“Ik ben niet geïnteresseerd in het buitengewone, in het totaal-vernieuwende, of in esthetiek; ik werk met typologieën en probeer te verstaan hoe mensen een object of een ruimte gebruiken. Uiteindelijk gaat het mij dus om de balans tussen esthetiek en functie. Ik wil een evolutie brengen in de details en de geest van het product, maar niet zonder de typologische ‘smaak’ van traditie en herinnering.”

A+
Uw bureau werkt met De Gregorio & Partners aan een onderdeel van een groot vastgoedproject in Hasselt, het ‘Havenkwartier’. Verloopt dat in dezelfde sfeer?

Antonio Citterio
We begonnen vijf jaar geleden aan het masterplan voor dit project. Daarna deelden we de gebouwen op en werden we onafhankelijke partners, maar we beschikken over een gemeenschappelijke visie op architectuur. Hoe maak je een nieuw stukje stad? Hoe laat je hedendaagse architectuur ‘oplossen’ in een historische situatie? Hoe creëer je ‘leven’? Als je daarin slaagt, dan zijn de problemen van de baan. Als je daarentegen een ‘leegte’ creëert, dan maak je een grote fout. De geschiedenis wees uit dat overal dezelfde gebouwen neerpoten een vergissing is; een straat moet divers zijn, en dat hopen we te bereiken door de diversiteit van materiaal, functie en proportie in de gebouwen.

Antonio Citterio Patricia Viel and Partners ism De Gregorio & Partners, Havenkwartier, Hasselt (in ontwikkeling)

Antonio Citterio Patricia Viel and Partners ism De Gregorio & Partners, Havenkwartier, Hasselt (in ontwikkeling)

A+
De bouw begint ten laatste in januari 2015. We zullen u de komende tijd dus vaak in België zien?

Antonio Citterio
Dat zal wel meevallen; Alfredo De Gregorio staat in voor de uitvoering. Mijn bureau is nu verder de constructietekeningen en details aan het uitwerken. Weet je, we bouwen op veel plaatsen – New York, Shanghai , Beijing, Hongkong, Singapore, Taiwan, München, Hamburg, Qatar –, soms sturen we onze mensen en zetten we daar een kantoor op. Voor het project in Antwerpen werkten we bijvoorbeeld vanuit Amsterdam; maar dat waren de tachtiger jaren. Nu zoek je een partner ter plekke die de nodige knowhow al bezit. Voor ons project in Taiwan ben je haast verplicht om met ingenieurs van daar te werken, omdat die streek vaak geplaagd wordt door aardbevingen. We concentreren ons meer op het ontwerp en de detaillering, niet zozeer op het bouwen.

Antonio Citterio, Terry Dwan, Esprit-hoofdkwartier, Antwerpen, 1988 | © Gabriele Basilico

Antonio Citterio, Terry Dwan, Esprit-hoofdkwartier, Antwerpen, 1988 | © Gabriele Basilico

A+
Werkt Antonio Citterio Patricia Viel and Partners altijd samen met uitvoerende architectenbureaus?

Antonio Citterio
Wij hebben 75 architecten, en dat is veel te weinig om al onze projecten te begeleiden. In Italië werken we natuurlijk voornamelijk alleen – maar alles hangt af van de complexiteit van het project. Architectuur is zeer ingewikkeld geworden: mede daardoor kijken sommige bureaus meer naar het ontwerp, andere meer naar de werfopvolging en -verantwoordelijkheid. Het zijn twee verschillende jobs geworden. Wij vinden het beter om zo veel mogelijk met (locale) experts samen te werken.

A+
Uw stijl wordt wel eens beschreven als ‘niet typisch Italiaans’, ‘Noord-Europees’, of zelfs ‘Japans’. Toch hoopt Hasselt op een vleugje ‘Italiaanse klasse’.

Antonio Citterio
De Gregorio blijft natuurlijk een Italiaan, al werkt en leeft hij al zo lang in België. Ja, we doen ontegensprekelijk iets Italiaans.

A+
Maar kunt u dat ‘Italiaans’ definiëren?

Antonio Citterio
In Italiaanse straten zie je bijvoorbeeld veel winkels, grote en kleine gebouwen,… De stedelijke benadering is anders. In België zijn er weinig grote steden, jullie hebben vooral veel huizen op het platteland. Wij hebben minder huizen op het platteland en veel kleine en grote steden en in elke stadje heb je een, piazza, straatjes, ‘confusion and casino’. En daar speelt het leven zich af. Dat leven willen we ook in Hasselt creëren. We bouwen woningen aan de kleine haven, en voegen daar bars, restaurants en winkels aan toe. Zo hopen we een zeer aangename lifestyle-situatie te bekomen.

A+
Kozen jullie voor speciale materialen om die Italiaanse ‘touch’ op te roepen?

Antonio Citterio
Neen, we wilden baksteen, steen en hout gebruiken. Ik hou van baksteen. Ik hou van klassieke materialen die een zekere ‘herinnering’ bezitten, die vatbaar zijn voor patina. Ik wil geen materiaal dat er na tien jaar afgeleefd begint uit te zien. Ik wil ‘historische’ materialen die met de jaren steeds beter ogen: marmer, steen…
Dit project moet deel uitmaken van de stad, en dat gaat alleen maar als het waardig oud kan worden en niet vuil wordt of gesloopt moet worden binnen tien jaar.

A+
Hebt u carte blanche gekregen voor het ontwerp van uw deel van het project?

Antonio Citterio
Absoluut, onze klant was zeer inschikkelijk. Maar tegelijkertijd ben ik een architect met de voeten op de grond; ik weet exact wat het inhoudt om architectuur te bedrijven en te verkopen. Ik moet een product afleveren voor de reële markt, met goede oplossingen en prijzen die gedrukt kunnen worden.

A+
U werkt echter niet alleen voor de markt, maar ook voor de gebruikers?

Antonio Citterio
Als ik het heb over de markt, dan heb ik het over de gebruiker. Want als je aan de gebruiker denkt, dan denk je uiteindelijk ook aan de markt. Hoe kan het anders dat mijn projecten zo goed verkopen? Mensen gebruiken mijn creaties en zijn er blij mee. Dat komt doordat ikzelf de gebruikerstest ben: als ik iets graag gebruik, dan weet ik dat het goed is voor de mens in het algemeen.

A+
Ik wilde u net vragen of u een beeld van de ideale man of vrouw voor ogen hebt wanneer u ontwerpt. Klaarblijkelijk bent ù die ideale man?

Antonio Citterio
Ja, ik ben mezelf. Na al die jaren heb ik heel wat voor mezelf gebouwd: een appartement hier in Milaan, een kantoor, ik heb een huis in de bergen en één aan zee. Ik weet dus exact wat ik wil! Een balkon betekent voor mij bijvoorbeeld dat ik ruimte nodig heb, dat ik ’s ochtends in de zon wil ontbijten, en dat ik ’s avonds de zon wil zien ondergaan. Wat betekent zonlicht? Wat zie je vanuit een raam of vanop het balkon? Door een slim antwoord te formuleren op dit soort simpele vragen, maak je gebruikers gelukkig. En als je je job voor de gebruiker goed doet, creëer je vanzelf een markt.

A+
Zou u zichzelf dan omschrijven als een ontwerper van de intuïtie?

Antonio Citterio
Nee, niet echt. Ik wil iets voor de levenskwaliteit doen, en dat vergt reële ervaring en empathie. In mijn ontwerpen geef ik expressie aan mijn noden, maar het draait niet om die expressie an sich. Mijn ontwerp begint bij het nadenken over typologie en over ‘leven’. Sommige mensen focussen op ‘functie’ maar dat is maar een deel van de complexiteit van het project. ‘Emotie’ is bijvoorbeeld ook heel belangrijk…

A+
Maar wat u als ‘goed leven’ definieert, definieert iemand anders misschien helemaal anders. Hoe gaat u om met die discrepantie?

Antonio Citterio
Ik werk in een niche; ik hoef dus geen rekening te houden met één miljoen mensen. Waarom zijn bepaalde producten zo populair? Omdat er een gemeenschappelijke esthetische visie bestaat. Er zijn in mijn geval ook veel mensen die dezelfde ideeën koesteren; een stoel of sofa moet comfortabel én simpel zijn – maar net zoals in architectuur is het simpelst ogende ontwerp meestal het moeilijkste.
Een raam is een raam: hoe kunnen we het poetsen, hoe kunnen we het repareren in de komende tien jaar? Als ik geen oplossing vind voor die vragen, maak ik geen raam. Hoe kunnen we een muur onderhouden in de komende dertig jaar?

Je bouwt pas een gebouw als het oud kan worden, als het een ‘herinnering’ kan creëren in de stad.

Je bouwt pas een gebouw als het oud kan worden, als het een historische situatie kan creëren of bestendigen, als het een ‘herinnering’ kan creëren in de stad. Als je bouwt mag je niet alleen denken: “ik maak een object”, maar moet je ook denken: “ik geef gestalte een aan straat, aan een areaal waar mensen leven, aan een plaats van herinnering in de stad waar mensen graag wonen en rondlopen”.

A+
Zou u uw invalshoek beschrijven als uitzonderlijk?

Antonio Citterio
Tegenwoordig zie ik wel twee soorten ‘scholen’ in architectuur: sommigen houden zich bezig met ‘expressie’, met esthetiek. Ik ben geen estheet. Of toch wel: ik ben een estheet van de normaliteit en van het leven. En ik sta daar niet alleen in. Er zijn veel goede architecten die met die normaliteit werken om vorm te geven aan de herinnering en het leven in de stad. In eigen land denk ik dan aan architecten als Giò Ponti, Luigi Caccia Dominioni, Vico Magistretti,…
Sommige mensen denken dat ik een minimalist ben, maar dat ben ik niet. Minimalisme is uiteindelijk barok; want het is een hysterische, esthetische expressie. Bovendien leven mensen vandaag niet op een minimalistische manier.

A+
Bent u eerder een designer, of toch eerder een architect?

Antonio Citterio
Architectuur en design bezitten een andere complexiteit. In het ene geval heb ik 75 architecten en duizend tekeningen nodig, in het andere maximum één ontwerper. Ik kan zelf wat tekenen, een e-mailtje sturen met een foto van mijn tekeningen om te horen of de fabrikant het product kan uitvoeren… Design is meer een hobby die ik in het weekend bedrijf in mijn berghuis of aan zee.
Beide activiteiten vergen wel exact dezelfde benadering: de eindgebruiker, dat ben ik. Het is zoals een jas maken: je moet weten hoe de stof gesneden wordt en om de schouder valt; je moet weten hoe je de naad zal stikken… Het heeft geen zin om dat allemaal uit te tekenen: je werkt meer met voorbeelden, prototypes, schaalmodellen en door te zeggen: “ik wil het een beetje meer zus of een beetje meer zo…”

A+
U tekent dus zelf nooit met de computer?

Antonio Citterio
Ik ben een potloodman, een oude man! (lacht) Computertekeningen zijn te afgelikt, te gedefinieerd. Bij het tekenen heb je de expressie nodig. Als je schetst kan je makkelijker tonen wat je denkt: door verzadiging benadruk je in de tekening bijvoorbeeld de punten die je belangrijk vindt. Kan je een kussen tekenen met een computer? Nooit, onmogelijk. En het is fout, want je fixeert het beeld, terwijl een kussen geen vaste vorm heeft.

A+
In uw werk focust u op de kleine dingen, op functionaliteit, op aanpassing aan de gebruiker,… U moet dus heel blij zijn met het thema ‘Elements of Architecture’ op deze Biënnale van Venetië?

Antonio Citterio
De Biënnale hield zich tot hier toe te weinig bezig met normaliteit en te veel met sterarchitectuur. In de globale realiteit komen er tot 2050 per week een miljoen appartementen bij. Een klein deel daarvan wordt gedaan door sterarchitecten die hun projecten opvatten als ‘expressie’. Het overgrote gedeelte van die appartementen en gebouwen is echter van een ongelooflijk afgrijselijke, normale architectuur. En dat is te wijten aan epigonale architecten. Normale architectuur wordt pas afgrijselijk als de architect de sterarchitect probeert na te doen. Dat kan alleen maar eindigen in een ramp.
Eerlijke architectuur ontstaat pas als je niet geïnteresseerd bent in expressie, en als je met goede materialen werkt. Want de wereld of een straat heeft geen totaal andere gebouwen nodig met onaangepaste proporties, dimensies en materialen. Stel: telkens je terugblikt op een bezoek aan een historische stad, heb je een goed gevoel. Dat komt niet door een specifiek gebouw, maar door de herinnering aan dezelfde dimensie van de straten, met ongeveer dezelfde kroonlijsthoogtes, dezelfde proporties van de ramen, van groepjes bomen…
Een van de moeilijkste dingen in architectuur is het inschatten van de dimensie van een nieuwe, gezellige straat. Voor het project in Hasselt zijn we daar dagen mee bezig geweest. Maar ik herhaal: we willen van Hasselt geen Italiaanse stad maken. Er is geen Belgische of Italiaanse architectuur, er is enkel goed of slechte architectuur. Architectuur is een expressie van de plek, en als je niet begrijpt hoe die plek in elkaar zit, dan begrijp je niets van architectuur. Ik bouw Bulgarihotels op verschillende plekken in de wereld – Milaan, Londen, Bali… – en in elke stad ziet dat hotel er anders uit. Het is – nog eens – zoals kleermaken: elke jas is voor elke klant anders. De kleermaker heeft wel een beetje zijn eigen stijl, en voorkeuren voor bepaalde stoffen enzovoort, maar voor elk verschillend lichaam maakt hij een verschillend vest. In Hasselt wil ik bijvoorbeeld met baksteen werken omdat dat typisch is voor België, maar ik wil wel spelen met verschillende kleuren en dimensies… Ik hoop dat je de plek zult voelen, dat we het gevoel van Hasselt zullen kunnen verderzetten; als dat niet lukt heb ik een fout gemaakt.

 

Antonio Citterio
debat

17 oktober 2014
Biënnale Interieur, Kortrijk
www.interieur.be | www.hansgrohe.be/citterio 

schrijf je in voor de nieuwsbrief