Wie vertegenwoordigt de architecten?

gepubliceerd op 15.12.2010 | tekst Pieter T'Jonck

De Orde van Architecten, gestoeld op een model van veertig jaar gelden, is achterhaald. Architectuurpraktijken worden groter, internationaler en kapitaalintensiever. De kleine, op woningbouw gerichte praktijk is op sterven na dood. De nood aan opleiding en systematische ‘research and development’ nemen hand over hand toe door de snelle wijzigingen in regelgeving en technische ontwikkelingen. Komt daarbij dat de stedenbouwkundige regelgeving per gewest anders evolueert. Vraag is wie dan de architecten vertegenwoordigt op gewestelijk, nationaal en Europees vlak, hoe dat gebeurt en tegen welke prijs?

In de 19e eeuw was noch de titel, noch het beroep van architect beschermd. Veel architecten waren tegelijk aannemer. De provinciale architectenverenigingen die rond 1850 ontstonden, boden toen een soort kwaliteitslabel. De leden onderschreven vrijwillig een deontologische code. In 1905 groepeerden deze verenigingen zich tot de Federatie van Architectenverenigingen van België (FAB). Deze koepel bereidde mee de wet van 1939 voor. Die beschermde titel en beroepsuitoefening: ze legde de medewerking van een architect voor het opmaken van plannen en controle op de bouwwerken op. Daar stond tegenover dat de uitoefening van het beroep niet langer verenigbaar was met een functie als aannemer of ambtenaar. In 1963 volgde hieruit – naar het voorbeeld van andere ordes zoals die van dokters of advocaten – de oprichting van een bij wet geregelde Orde van Architecten. Die diende erover te waken dat architecten zowel het publieke belang als dat van hun cliënten nastreefden. De Orde diende dus om de beroepsgroep te controleren en de openbare orde te versterken. Ze beperkte malafide praktijken en de kans op inbreuken tegen de wet. In de massale bouwproductie tijdens de wederopbouw was dat van groot publiek belang. De architect zelf had aan die orde echter weinig om zijn praktische belangen te behartigen. Die taak bleef voorbehouden aan beroepsverenigingen.

Niemand kon toen voorzien dat het model waarop de Orde gestoeld is veertig jaar later achterhaald zou blijken. Hoe dragen beroepsverenigingen bij aan de permanente vorming in het beroep? Wat is de rol van de stage nog? En ook: is de Orde nog nodig? Wat is haar taak nog en welke bijdrage kan ze daarvoor vragen?

Rond die vragen organiseerde A+ een rondetafel met voorzitters van de grote beroepsverenigingen (FAB, UWA, BVA, NAV) en de voorzitter van de Nationale Raad van de Orde van Architecten. Patrick Verschuere, voorzitter van de UWA, moest zich helaas ter elfder ure verontschuldigen, maar voegde nadien wel enkele commentaren toe aan onderstaand gesprek. In de kolom stellen we deze organisaties kort voor. Het pas in 2007 opgerichte G30 (g30.be) – een orgaan van de grotere Belgische bureaus – was niet uitgenodigd op deze vergadering, al was ze impliciet aanwezig in de persoon van Luc Deleuze en Philémon Wachtelaer. Ze is typerend voor schaalvergroting die het beroep op dit ogenblik kent. ArIB (Architects in Brussels) is als organisatie nog jonger dan G30, maar nam toch deel aan het gesprek, omdat ze behoort tot de koepel van FAB.

Waar staat de orde (niet) voor?
A+ Om met de deur in huis te vallen: waarom kost de Orde zoveel? In Nederland kost het 150 euro om je in te schrijven in een register. Hier kost dezelfde taak drie keer meer.
michel de keyser (oa) Ik vrees dat men in 1963 teveel mandaten voorzien heeft. In feite kwam de Orde er om de belangen van de consument te behartigen. Kerntaken zijn de deontologie, de stage en het bijhouden van een register van mensen die gemachtigd zijn het beroep uit te oefenen. De werking moet zeker terug onderzocht worden. Het is zinloos om een orgaan in leven te houden enkel en alleen om een register van architecten bij te houden.
A+ De Orde mag niet langer de erelonen bepalen. Waarom vraagt ze bij visumaanvragen dan nog steeds de architectencontracten op?
mdk Dit is gebeurd op initiatief van enkele overijverige provinciale raden, maar het is in geen geval de opdracht van de Orde. Ze kan slechts naar de contracten vragen wanneer er een vermoeden van onregelmatigheden is. Het is echter wel zo dat architecten onder een bepaald ereloon niet in staat zijn om hun opdracht naar behoren te vervullen.
danny windmolders (nav) De Orde laat daar wel kansen liggen. Het visum wordt repressief gebruikt om onterecht onderzoek te doen naar architecten. Men zou het visum ook positief kunnen gebruiken, bijvoorbeeld om betrouwbare statistieken te hebben over het aantal bouwaanvragen. Dan had geen enkele architect daar problemen mee. Maar dat gebeurt niet. Wij moeten nu geregeld een conjunctuurbarometer opstellen op basis van een bevraging van architecten terwijl de Orde over die gegevens beschikt.
A+ De Orde doet nog steeds alsof architecten louter lokaal opereren, terwijl lokale architecten vaak nog enkel de vertegenwoordiger zijn van een buitenlands bedrijf. Daar heeft u niets over te zeggen.
mdk Nee, maar ook die persoon moet zijn job nog steeds naar behoren uitoefenen, en dus ook de werven opvolgen. De wet wil dat zo. Toch kan ik me inbeelden dat in sommige gevallen, in het bijzonder bij grote bouwwerken met een professionele bouwheer, de verantwoordelijkheden van de architect beperkt worden. Neem nu een industriehall waar de constructie 1 miljoen euro kost, maar de installatie het dubbele of meer. Wat is dan de verantwoordelijkheid van de architect?
A+ De wet Laruelle laat toe dat een vennootschap architectuur kan bedrijven en dus de individuele aansprakelijkheid van de architect overneemt. Dat verlicht de lasten op de schouders van architecten. Waarom straft de Orde dat financieel af door zowel aan die vennootschap als aan zijn individuele zaakvoerders-architecten een bijdrage te vragen? Soms leidt dat immers tot een substantiële stijging van de bijdrage.
mdk Ja, maar de architect die niet binnen een vennootschap werkt, moet nu ook bijdragen voor het werk dat de Orde moet verzetten om statuten van architectenvennootschappen te analyseren. Ik moet echter toegeven dat we daar een beter evenwicht moeten vinden, want voor kleine vennootschappen is dat een grote kost, terwijl grote bureaus dat nauwelijks voelen. Samen met NAV en FAB zijn we nu op zoek naar een evenwichtiger systeem.
A+ Het is niet de eerste keer dat de Orde eerst geld vraagt en pas dan nadenkt of daar grond toe is. Destijds werd de Orde zelfs verplicht om de gemoduleerde bijdrage terug te storten omdat elke rechtsgrond mankeerde.
mdk Het probleem was dat de Orde op dat moment meer inkomsten haalde uit die gemoduleerde bijdrage dan ze werkelijk nodig had voor haar werking, terwijl de Orde geen winst mag maken, maar er enkel jaar na jaar voor moet zorgen dat het budget in evenwicht is.
A+ Nu staat u op het punt om dezelfde vergissing te maken.
mdk
Maar we zijn ons bewust van het probleem. Je zou kunnen denken aan een systeem zoals het Franse waarbij er een eenmalige inschrijvingskost is, waarna de bijdragen veel beperkter zijn.
dw Iedereen vindt dat de Orde teveel kost in verhouding tot de return. Het is bijvoorbeeld niet goed dat vennootschappen apart bijdragen moeten betalen, terwijl de Orde juist de beroepsbeoefening vanuit een vennootschap zou moeten stimuleren. Nu hebben misschien 10% van de architecten een Laruelle vennootschap, terwijl er dat 99% zouden moeten zijn. Maar de kosten zijn niet het belangrijkste. 470 euro zou goed besteed geld zijn als de architect er wat aan heeft. Dat is echter niet het geval. Twee voorbeelden. Een fundamentele opdracht als de tuchtonderzoeken is provinciaal georganiseerd. De eigen mandatarissen voeren niet alleen het onderzoek maar spreken ook de sancties uit. Dat is absoluut archaïsch. De controle op de stages wordt evenmin behoorlijk waargenomen. En zo zijn er nog meer pijnpunten. Die Orde is dus dringend aan hervorming toe. Iedereen weet dat. Als het niet gebeurt, hollen we ons eigen beroep uit.
A+ Komt dat niet vooral doordat het model van het kleine bureau waarop de Orde gevestigd is ondertussen al lang achterhaald is?
bruno delva (bva) Inderdaad. De orde volgt helemaal niet hoe het architectuurlandschap in België zich aan het herstructureren is. Bij een recent overleg tussen BVA en NAV en de Orde kondigde de Orde fier aan dat ze bijna klaar waren met een model voor een vennootschapsvorm conform de wet Laruelle. Die wet is al meer dan twee jaar van kracht. Schrijnend! Dan denk je toch: durven jullie dat nog zeggen? Je ziet ook hoe dat komt: men discussieert een dagje over een thema, maar daarna valt alles weer stil. Dat soort vergaderingen krijgt gewoon geen gevolg.

Missie en werking
A+ Hoe zien de beroepsverenigingen hun missie, al dan niet naast of in aanvulling van de Orde?
luc deleuze (fab) Ik spreek hier vooral namens de FAB, als organisatiekoepel. De beroepsverenigingen verdedigen de architectuur via de personen die architectuur beoefenen. Dat betekent dat ze de architecten behoorlijke omstandigheden voor de uitoefening van hun beroep willen bezorgen. Wij vertegenwoordigen de architecten dus in een bredere zin dan de Orde die zich enkel inlaat met deontologie en de verdediging van de consument. Wij staan dus ook voor architecten in de administratie, het onderwijs en alle andere architectuurgebonden activiteiten. Uiteraard staat het grootste deel van onze leden in het beroep, maar het is ook van belang om op te komen voor architecten in de administratie. Zo stellen wij de situatie aan de kaak dat architecten daar een lagere wedde krijgen en minder te zeggen hebben omdat hun diploma niet universitair is. Dat zal nu gelukkig veranderen. Vanuit onze missie houden wij ons ook zeer gericht bezig met het architectuuronderwijs. Wij lobbyen bij de onderscheiden ministers van onderwijs op basis van de kennis die we onderling uitwisselen en ook krijgen van collega’s uit het buitenland.
A+ Wat doen de regionale organisaties binnen FAB? Hoe houden ze hun werking draaiende?
philémon wachtelaer (arib) ArIB draait op vrijwilligers. Wij hebben daardoor niet de middelen om aan individuele belangenbehartiging te doen, maar we functioneren wel als lobbygroep.
patrick verschuere (uwa) UWA steunt eveneens op vrijwilligers. Architecten onderschatten vaak wat de genereuze inzet van deze confraters hen oplevert. Maar dat heeft zijn limieten. Het is in feite verwonderlijk dat een beroep als het onze voor zijn verdediging zo afhankelijk is van vrijwilligerswerk.
bd Ook wij werken met vrijwilligers. We definiëren ons als architecturale culturele instantie. Dat doen we met werfbezoeken en dergelijke. Op vrijwillige basis ontwikkelen we ook syndicale acties, maar daar proberen we met NAV op een lijn te komen. NAV trekt immers sterker die kaart. We moeten niet in elkaars vaarwater zitten. BVA blijft relatief kleinschalig.
A+ Wat is dan de verhouding van BVA tot lokale architectuurverenigingen als Archipel of Stad en Architectuur of tot het VAi. Ook zij trekken op uitgesproken wijze die culturele kaart. Vallen jullie zo niet tussen twee stoelen?
bd We voeren verkennende gesprekken met organisaties als Archipel, omdat we de synergie willen versterken. Wij richten onze aandacht meer op gespecialiseerde (technische) werkbezoeken, al is het brede publiek steeds welkom. Onze organisaties organiseren ook syndicale acties. Voor veel architecten is het trouwens niet zo duidelijk wat het verschil is tussen NAV en BVA.
A+ Iedereen ziet de NAV als een ‘ander’ soort organisatie. Wat is er zo specifiek aan?
dw NAV heeft een aantal jaren geleden een duidelijk keuze gemaakt. Ofwel kozen we voor een vrijwilligerswerking, zoals de andere beroepsverenigingen, ofwel voor een permanent secretariaat. Wij kozen dat laatste. Aanvankelijk ging het om een paar personeelsleden maar ondertussen zijn het er 9. Vorige week wierven we nog iemand extra aan. Enkel zo kan je heel snel op vragen van de overheid en van architecten inspelen. Dat is hoe we onze taak zien. Met vragen van bouwheren houden we ons niet bezig. Dat is de taak van de Orde. Wij bepalen onze taken zelf. Wij doen net als de andere verenigingen aan lobbywerk, maar daarnaast antwoorden we op de concrete vragen en problemen van architecten: juridische kwesties, vragen i.v.m. vennootschapsvorm, sociale problemen… Die sturen we dan door naar partners als UNIZO of SBB, afhankelijk van de vraag. Binnen de twee à drie dagen lossen we problemen op. Daar gaan we prat op. Dat is een enorme service voor architecten. Dat kan enkel met vaste personeelsleden. We hebben ook twee tijdschriften. ‘Dimension’ biedt algemene beroepsinformatie rond nieuwe regelgeving etc. Daarnaast hebben we ‘NAV news’ voor de eigen leden en een druk bezochte website. De culturele component speelt bij ons niet zo’n rol: we profileren ons als een ondersteunende en dienstverlenende sectororganisatie.
A+ Koppelen jullie ook politiek terug, als blijkt dat bepaalde vragen van architecten wijzen op de nood aan politieke sensibilisering?
dw Via parlementsleden waar we goede contacten mee hebben stellen we parlementaire vragen, zowel op Vlaams, Belgisch als Europees niveau. We zijn recent nog een paar dagen naar Straatsburg getrokken om na te gaan of we op dat niveau iets kunnen betekenen en bijdragen.
A+ Kent Wallonië een evenknie van het NAV?
pv In tegenstelling tot wat het NAV vermoedt, heeft ook de UWA een sterke syndicale werking. Het verschil is dat wij geloven dat je niet enkel voor die offensieve houding moet kiezen als je het beroep wil revaloriseren. De architect verleent immers zowel economische als culturele diensten. In die laatste hoedanigheid heeft de architect recht op zijn adelbrieven.
A+ Proberen de organisaties binnen FAB ook zo uitgesproken politiek te lobbyen als het NAV?
pw ArIB lobbyt sterk, in het bijzonder rond de hervorming van de Orde. Wij werken minder op parlementair niveau, wel via rechtstreekse contacten met de Brusselse politiek. We bemoeien ons ook met het debat over wedstrijden en openbare aanbestedingen. We spreken daarover met de Brusselse Bouwmeester.
pv De UWA heeft zich als taak gesteld om een duurzame relatie uit te bouwen met zowel de Orde, de politieke wereld als de bouwwereld. In de toekomst zal ons dat toelaten om het standpunt van de architecten zonder toegevingen te laten gelden op terreinen waar ze nu nog weinig gehoord of geraadpleegd worden. Na twee jaar werking merken we dat die politiek zijn vruchten afwerpt. We denken dat we op de juiste weg zitten.
A+ De lobby van de architecten stelt helaas weinig voor vergeleken met die van de aannemers.
pw De middelen zijn te verbrokkeld. Enerzijds zijn er de tegenstellingen, soms ongewild, tussen de verenigingen en de Orde. Anderzijds hadden lokale verenigingen vaak te weinig financiële slagkracht. Dat is niet verwonderlijk, gezien de realiteit dat slechts 20% van de architecten leven van het beroep. De rest overleeft ervan. Als ze aan de Orde hun lidgeld betaald hebben, blijft er vaak niet veel over om ook aan de beroepsverenigingen nog een 150 of 200 euro lidgeld te betalen. Zeker niet als daar geen dagelijks ondersteuning tegenover staat zoals het NAV die biedt. Dat is het probleem van de kip en het ei. Er komt echter verandering. Het NAV bouwde een sterke, gestructureerde werking uit en de organisaties binnen FAB brachten lokale initiatieven onder een noemer. Het is overigens opmerkelijk dat de beroepsverenigingen zich op gewestelijke basis geherstructureerd hebben, terwijl de Orde van Architecten nog steeds bakkeleit of de werking unitair dan wel gewestelijk moet zijn.
dw Aannemers zijn slagkrachtiger omdat ze aan hetzelfde zeel trekken. Architecten zijn individualistischer. Ze verschillen vaak sterk van mening. Het NAV overlegt wel regelmatig met BVA en FAB. Wij willen zeker niet los van de anderen optreden. Wij stelden bijvoorbeeld een convenant rond wedstrijden op. We stelden vast dat kandidaatstellingen gigantisch veel kapitaal en inzet vereisen van architecten, maar niet altijd verlopen zoals de wetgever het bedoelt. Zo is er de kwalijke gewoonte om selectie en gunning in een stap te doen. Je krijgt dan 1.032 inzendingen voor een gerechtshof. Wij hebben nu klare spelregels vastgelegd. BVA en de Orde scharen zich daar mee achter. Dat resulteerde in een gemeenschappelijk document waarmee we naar diverse overheden kunnen stappen. Sommige zullen dat wel onderschrijven, andere misschien niet. Zo ontstaat er echter een situatie met twee types aanbestedingen: deze die wel en deze die niet volgens het convenant verlopen. Dan kan een architect kiezen of hij meedoet of niet, of hij zich aan ‘Far West’ situaties wil wagen of niet.
pv Om eendrachtiger naar buiten te komen, heeft de UWA in samenspraak met de Franstalige en Duitstalige vleugel van de Orde een ‘chambre professionnelle’ opgericht. Daar debatteren wij samen constructief over onze bezorgdheden. Dat overlegmodel blijkt nu reeds een onmisbare en beloftevolle evolutie te zijn.

Naar een nieuwe werkverdeling?
A+ Toch is de Orde, zoals MDK al zei, helemaal niet opgericht om de belangen van architecten, wel die van consumenten te verdedigen. Wat moeten de verenigingen dan overnemen van de Orde?
dw De Orde werd op vraag van de beroepsorganisaties gesticht om het algemeen belang te beschermen. Als we dat duidelijk stellen, dan is het meteen ook duidelijk wie bij Minister Muyters de belangen van de architect moet verdedigen. De Orde kan niet zowel de particulier, als het algemeen belang, als de architect verdedigen. Dat valt niet te combineren.
mdk Buitenstaanders die zich willen richten tot de beroepsgroep denken in eerste instantie aan de Orde, niet aan de verenigingen. We moeten vermijden dat de buitenwereld zich nu eens tot de Orde richt en dan weer tot de verenigingen, naargelang dat hen uitkomt. De politieke wereld doet dat nu, naargelang het antwoord dat ze willen horen, niet naargelang de verzuchtingen van architecten.
dw De Orde moet zich in essentie met deontologie en tuchtzaken bezig houden. Dat kunnen beroepsorganisaties niet. Helaas kunnen de mandatarissen van de Orde dat evenmin op hun eentje. Het is eigenaardig dat architecten oordelen over architecten. Dat zou een zaak van juristen moeten zijn. De juridisch assessor zit nu tuchtzaken bij, maar kan enkel toezien op het regelmatig verloop van de procedure. Interessanter is het model van de beroepscommissie, waarvan de helft uit architecten en de helft uit juristen bestaat.
mdk Je hebt gelijk. Ik denk ook dat het model van de beroepscommissie beter is.
dw (onverstoorbaar) De stage, een andere taak van de Orde, zou beter een gedeelde verantwoordelijkheid van de Orde, het onderwijs en de beroepsverenigingen worden. Nu klaagt men vanuit het beroep dat de opleidingen steeds academischer worden en steeds verder van de praktijk staan. De stage zit daar als schakel tussen, maar noch het onderwijs, noch het beroepsveld heeft daar vat op want de Orde doet dat op eigen houtje. Daar zouden we elkaar kunnen vinden. Tenslotte heeft de Orde ook de taak een tabel bij te houden. Maar dat kan iedereen. De Orde doet dat bovendien niet eens behoorlijk. Ik zie op de website nog steeds maar één tabel, hoewel het er twee zouden moeten zijn. De ene tabel zou alle architecten moeten bevatten die ingeschreven zijn en geen tuchtsanctie opgelopen hebben. De andere zou de architecten moeten oplijsten waar een tuchtonderzoek tegen loopt. Nu is dat niet zichtbaar. Ik kan je zo enkele architecten noemen tegen wie een tuchtonderzoek loopt omdat ze ook aannemer zijn. Toch staan die nog altijd op die lijst. Laruelle heeft duidelijk gezegd: er moeten twee tabellen zijn, eentje intern en eentje die publiceerbaar is.
mdk We zouden alles van tafel moeten vegen en samen zitten om concrete voorstellen te bespreken. Maar wat gebeurt er nu? Enkele mandatarissen lobbyen bij de Nationale Raad om hun eigen ideeën door te drukken, al worden die niet per se door de basis gedragen. Dat is het grote probleem van het functioneren van de Orde. Bovendien maakt de scheuring binnen de orde zelf het quasi onmogelijk om nog initiatieven te nemen. Of de Orde zo zin heeft, is ver van zeker, maar je moet het kind niet met het badwater weggooien. We weten wat we hebben, en we moeten van daaruit vertrekken om een nieuw model uit te tekenen in plaats van steriele discussies te voeren en te splitsen om te splitsen.

Regionaliseren, splitsen…
A+ Het is goed om daar even op te focussen. De beroepsverenigingen hebben zich probleemloos geherstructureerd op regionale basis. De Orde slaagt daar maar niet in.
mdk Daar is geen wettelijk kader voor. Het kan dus niet, maar de facto haalt men wel alles uit elkaar: informatica, diensten, inlichtingen, alles. Daar betalen we een hoge prijs voor.
ld Zonder te willen ingaan op de communautaire problemen, zou ik toch willen stellen dat we geregionaliseerd zijn omdat we vaststellen dat de vragen waarmee architecten geconfronteerd worden inzake hun relaties met hun publieke gesprekspartners in hoofdzaak gewestelijk getint zijn. Stedenbouw is een geregionaliseerde materie, de inrichting van het territorium is geregionaliseerd. Gezien ons doel om de architectuur te vertegenwoordigen via de mensen die het beroep uitoefenen, is dat een normale evolutie.
pw Maar anderzijds spreken we binnen FAB wel met elkaar, zodat we ervoor zorgen dat we het inzake fundamentele kwesties eens zijn.
A+ Maar ondertussen internationaliseert het architectenberoep zich wel meer en meer.
pw Daarom is ArIB de afkorting van ‘Architects in Brussels’. Wij richten ons tot al wie in Brussel architectuur bedrijft. Wellicht zullen er binnen FAB ook organisaties opstaan die zich richten op de internationale dimensie van het architectenbedrijf. Dat vormt geen concurrentie met de regionale verenigingen. Het gaat over een ander werkterrein. Ondertussen verschilt de regelgeving per gewest steeds meer. Voor sommige werken heb je in Brussel geen bouwvergunning meer nodig. In Wallonië en Vlaanderen moet je nog een visum van de Orde hebben, in Brussel niet. Daar komt aan sommige bouwaanvragen geen architect meer te pas. En het kan nog verder gaan. De Waalse Regering zou kunnen beslissen dat een architect pas vereist is vanaf een bepaald volume. We moeten op dat gewestelijk niveau aanwezig zijn om daarop te reageren.
mdk Maar hoe meer we verdelen, hoe minder we eendrachtig naar buiten komen. Ik zie bijvoorbeeld niet in waarom er per gewest een andere deontologie zou zijn. De Vlamingen willen een onafhankelijke orde, maar aan Franstalige kant wil men een federaal niveau behouden dat zich enkel met de deontologie bezig houdt.
pw Maar, een deontologie hangt ook samen met de eisen die door de overheid aan het beroep gesteld worden. Als die verschillen krijg je ook andere deontologische kwesties.
mdk Maar net dan moet de Orde kunnen optreden om de verschillende gewesten te wijzen op de gevolgen van dergelijke beslissingen, dat zoiets problemen veroorzaakt.
pv Ook de UWA meent dat een herstructurering van de Orde door de regionale verschillen wenselijk is. Toch moet de Orde een federaal niveau behouden. Verdeeldheid zaaien onder architecten in een klein land is, in het licht van de groeiende impact van Europa, gewoon onzin. We moeten ervoor zorgen dat we onze kennis kunnen exporteren, net zoals we architecten uit een gewest of land moeten verwelkomen. We staan hier in feite voor een Europese paradox: de regionalisering van de regelgeving blijkt een sterke rem te zijn op het vrij verkeer van goederen en diensten. Teveel regionaliseren betekent een reële handicap voor ons beroep.
bd We zoeken binnen FAB naar gelijkenissen in plaats van tegenstellingen. De beroepsorganisaties in de drie gewesten zitten op één lijn inzake de hervorming van de Orde. Zij willen de rol ervan herleiden tot zijn strikt wettelijk kader en de kostenstructuur drastisch herzien. De meeste architecten achten provinciale raden achterhaald. Zij willen een structuur met een Nederlandstalige en een Franstalige vleugel en een overkoepelende delegatie voor het Brussels gewest.
mdk We moeten uiteraard streven naar een eenvoudiger structuur, naar het model van FAB, gezien de huidige werking niet meer beantwoordt aan de structuur van het land. Ik vraag niet beter dan dat er een dialoog is met de beroepsverenigingen om te bepalen wat de Orde nog moet doen.

Permanente vorming
A+ Een belangrijke kwestie is de vraag wie opleidingen en permanente vorming van architecten verzorgt? Waarom doet de Orde daar niet meer aan, gezien de berg geld waar ze op zitten?
mdk Het komt in eerste instantie aan de organisaties toe om opleidingen te organiseren, maar uiteraard kan de Orde, vanuit zijn deontologische opdracht, wel zijn visie geven op permanente vorming, en zo nodig een handje toesteken om de architect te helpen om zijn brood te verdienen.
pv Wij zitten wat betreft de permanente vorming op één lijn met de andere verenigingen. Ook wij verdedigen de idee dat architecten zich moeten richten tot architecten. Wij verzetten er ons in Wallonië daarom tegen dat historisch gegroeide organisaties opleidingen voor architecten organiseren, omdat ze daarvoor uiteraard toch beroep doen op architecten, maar dan wel binnen een gesubsidieerd kader. Wij wensen dat er opheldering komt rond dat financieringsmechanisme omdat het ons tegengesteld lijkt aan het principe van de vrije mededinging. Als er al subsidies zijn voor opleidingen van architecten moeten die gaan naar organisaties als UWA, omdat wij beter dan wie ook weten hoe en met wie dat best gebeurt. Wij zijn bijvoorbeeld het best geplaatst om met de universiteiten samen te werken. Het is daarom noodzakelijk dat de verenigingen opleidingscheques kunnen verkrijgen, wat op dit ogenblik zeer moeilijk ligt.
A+ In Vlaanderen lijkt het op dit moment zo dat het NAV inzake opleidingen heel sterk staat. Men kan bijna van een monopoliepositie spreken?
dw Afgelopen jaar schreven 5.000 architecten zich voor een of andere opleiding in bij ons. Dat gaat dan over actuele thema’s zoals de Codex RO, de wet op de overheidsopdrachten, de toegankelijkheidsnorm… Als er een nieuw item is, dan organiseren we binnen de twee à drie weken een opleiding. Dat kan je slechts als een permanent secretariaat kan zorgen voor sprekers, een zaal, opvang, catering enz.
A+ Jullie werkingsmodel beantwoordt met andere woorden aan een concrete nood. De vele contacten die jullie hebben, laten toe om snel opleidingen te organiseren, steeds vanuit het perspectief van de individuele architect. Valt die werking uit te breiden naar Wallonië?
dw Mijn voorgangers vertelden mij dat het NAV ooit probeerde voet aan de grond te krijgen in Wallonië. Dat is toen mislukt. Toch kan de organisatie die we hier hebben snel vertaald worden naar Wallonië. De architecten vragen daar ook om. Onze werking groeit ook nog steeds. Sinds vorig jaar hebben we een kleine studiedienst opgericht. Daar werkt nu een ingenieur architect. Sinds vorige week hebben we nog iemand bij aangenomen. Zo kunnen we ook minder evidente problemen onderzoeken. We merkten bijvoorbeeld dat architectenbureaus, in tegenstelling tot aannemers of apothekers, zelden overgenomen worden. Ze stoppen gewoon. Dat vonden we een merkwaardig. Via een specifiek project gaan we architecten ondersteunen bij de overname van hun kantoor; zowel voor de overlaters als overnemers. Op die manier willen we de continuïteit van de sector versterken. Het wordt een project van twee jaar met seminaries, onderzoeken en publicaties.

De stage
A+ Moeten de beroepsverenigingen niet betrokken worden bij het bepalen van de stageopleiding? Zij zijn toch de eerste belanghebbenden? Er werd al opgemerkt dat die stagecontrole nu beschamend slecht verloopt. Recent tikte de EU de Orde bovendien op de vingers over die stages.
mdk Zowel de Vlaamse als de Franstalige vleugel van de Orde hebben een werkgroep opgezet om de stagecontrole te verbeteren. De opmerkingen van de Europese Commissie houden verband met de dienstenrichtlijn. Nu mogen stagiairs in België zelf werk aannemen, onder supervisie van hun stagemeester. Dat vindt de EU discriminerend tegenover stagiairs in andere lidstaten waar dat niet mag. Het is een nogal Byzantijns dispuut: de EU beschouwt de stage als het derde luik van een drietrapsopleiding. Het antwoord op hun bezwaren is dat men de stage als deel van de studies beschouwt en op het einde ervan een onderzoek of examen instelt met juryleden uit de wereld van onderwijs en van beroep. Als we de stage in die zin aanpassen, is het probleem van de baan, maar dat is natuurlijk nadelig voor stagiairs.
dw Veel architecten zien een groeiende kloof tussen het onderwijs en het beroep. Het onderwijs wordt steeds academischer. Ik geef zelf les en zie sinds de BAMA hervorming grote veranderingen. Om in te kantelen in de universiteit moeten we steeds meer onderzoek doen. Dat leidt er toe dat we een ander soort architect opleiden. Maar van de architecten die buiten het onderwijs staan, vindt volgens een recent onderzoek 16% dat het onderwijs meer en meer afdwaalt van het beroepsveld. Ik vind het een onderzoek waard. Waarom denken architecten dat? Het betekent wel dat de stage als schakel tussen onderwijs en beroep belangrijker wordt. Daar past geen amateurisme meer. De kwaliteitsbewaking door de Orde is echter quasi nihil. De stagecommissaris stelt wat vragen aan de stagiair zoals: “Hebt ge al veel werven gedaan”, etc. Eigenlijk zou die stagiair aan die commissaris moeten vragen of hij wel veel werven doet, want velen onder hen hebben gewoon geen praktijk meer. Daar moeten alle betrokkenen samen serieus over nadenken.
pw Er zou minstens een opleiding of model moeten zijn om de stage te beoordelen. Zelfs dat ontbreekt. Het schrijnende is dat stagiairs bovendien soms uitgebuit worden. Onlangs bracht Le Soir een interview met een stagiair die klaagde dat het niet gemakkelijk was. Toch was hij tevreden, want hij kreeg tenminste 8 euro per uur. Dan val ik toch van mijn stoel.
mdk Maar de Regie der Gebouwen gaf een paar jaar geleden zelfs maar 7,5 euro per uur.
pw Daar hebben we wel paal en perk aan gesteld. Wij zijn de enige Orde geweest die een contract maar aanvaardde mits een minimale betaling van 12 euro. Om die reden zijn de contracten van de Regie geweigerd.
A+ Bij de stage hoort ook een specifieke lessenreeks. Hoe vat de Orde dat op? Zijn daarover contacten met de beroepsverenigingen en het onderwijs?
mdk
De Vlaamse Raad van de Orde heeft altijd al contact gehad met het NAV om die vorming te organiseren.
pw Aan Franstalige zijde is dat niet zo. Daar deed de Orde een offertevraag voor de organisatie van de stageopleiding. ArIB en UWA hebben daar, in samenspraak met de onderwijswereld, op ingetekend, maar we hebben die opdracht niet gekregen. Achteraf bereikten ons berichten dat er binnen de Orde zeer veel terughoudendheid was om die taak aan de verenigingen toe te vertrouwen. De organisatie die het haalde, is een organisatie die routineus opleidingen verzorgt maar niets met architectuur te maken heeft. Dat is toch bedroevend.
pv Dat is ook het standpunt van de UWA dat ik eerder uiteenzette.
mdk Aan Franstalige zijde werd om budgettaire redenen besloten tot een openbare offertevraag. Dat is niet verplicht, maar het leek ons verstandig. Ik betreur zelf bitter dat de beroepsverenigingen het niet haalden. Het zit mij dwars dat we betalen voor een organisatie die al leeft van staatssteun, terwijl we het met de bijdragen van de leden van de Orde zelf hadden kunnen doen. De organisatie die het werk nu doet is volgens mij niet de goede. We hadden dat beter vanuit een professioneel oogpunt bekeken in plaats van louter boekhoudkundig te denken.
A+ De stageproblematiek betreft in feite de vraag wie toegang heeft tot het beroep. De meeste landen kennen een overgangsregime van enkele jaren. Daarna moet men bewijzen dat men in staat is het beroep uit te oefenen. De manier waarop in België de stage georganiseerd wordt, is nefast omdat ze leidt tot veel frustraties. Architecten moeten na hun studies meestal het statuut van zelfstandige aannemen om hun stage te kunnen doen. Dat maakt hun sociaal heel broos. Statistisch blijkt namelijk dat 50% na twee jaar afhaakt. Die helft heeft twee jaar tijd verloren op sociaal gebied. Die komen dan gefrustreerd terecht in andere jobs. Ons voorstel is: laat mensen na hun studies vrij om te werken waar ze willen gedurende twee of drie jaar, ook al is dat bij een aannemer of een promotor. Houd na die periode, zoals in Engeland, een professioneel examen dat toetst of je voldoende kennis bezit om het beroep uit te oefenen. Hoe je die kennis verwerft, dat is niet ter zake. Degene die dat examen aflegt, weet wat hij wil en zal het vereiste niveau hebben. Die stapt niet meer in een beroep waarvan hij de omvang en de uitdagingen niet kent.

Het monopolie van de architect
A+ Het beroep van architect is een monopolie in België. Het nadeel is dat de overheid bijna onbeperkt verantwoordelijkheden kan opleggen aan architecten, vermits zij als enige steeds aanspreekbaar zijn. Door hun slechte belangenbehartiging verdedigen architecten zich bovendien weinig tegen die sluipende toename van plichten. Is dat monopolie dan een zegen of een vloek?
dw Het probleem is dat er een sociaal bloedbad ontstaat als je dat monopolie opheft. Als je dat vandaag doet, zijn er morgen 2 à 3.000 architecten zonder werk.
bd Alle mensen die kleine verbouwingen doen enz, die zitten met hun rug tegen de muur.
pw Ik denk dat er zelfs 6.000 architecten van de kaart verdwijnen. Ik zei tien jaar geleden al dat gemiddelde bureaus in de toekomst steeds vaker de lokale poot zullen zijn van internationale organisaties. Daarnaast zal je lokaal een aantal spelers overhouden in nichemarkten. Alle andere bureaus zijn gedoemd te verdwijnen. Ik werd bijna ter plekke gelyncht toen ik dat zei, maar kijk wat er gebeurt! Toch blijven veel architecten de kop in het zand steken, in het bijzonder de architecten in de raden van de Orde. De structuur van de Orde is totaal onaangepast aan de manier waarop het beroep zelf aan het wijzigen is.
dw Per 900 inwoners heb je in België 1 architect.
pw Toen ik begon waren we met 6000 en we vonden dat al veel.
dw In Nederland neemt men een architect omdat men hem nodig heeft, hier omdat men verplicht is. Dat is een heel andere ingesteldheid, en dat heeft ook andere ereloontarieven tot gevolg, de verantwoordelijkheden zijn anders.
A+ Maar in Nederland wordt de rol van de architect op een werf wel totaal uitgehold.
pw Dat ligt ook aan een bepaalde cultuur, want in Duitsland en Engeland bepalen sommige architecten alles van a tot z als prima donna’s. In Frankrijk daarentegen nemen aannemers gedeeltelijk de rol van de architect over. In België zou het wel eens die weg op kunnen gaan als het monopolie vervalt, want de capaciteiten van veel architecten zijn toch niet buitengewoon, om het vriendelijk te zeggen.
bd Aannemers zouden daar niet treurig over zijn. Die staan klaar.
pw Het vastgoedagentschap Thomas & Piron heeft ook een architectuurbureau. Dat heeft wel zijn eigen statuten, maar het is toch maar het architectuurbureau van Thomas & Piron. De beroepsvereniging van de vastgoedmakelaars is trouwens aan het lobbyen om het monopolie af te schaffen.
dw We moeten opletten met daar negatief over te doen. Architecten hebben soms ten onrechte een negatieve perceptie van sleutel-op-de-deur promotoren, omdat ze vinden dat architecten dan alleen maar hun handtekening lenen aan een standaard plan. Maar die promotoren bouwen heel veel woningen per jaar waaronder ook passiefhuizen. Dat kunnen ze omdat ze zich een studiedienst kunnen permitteren. In mijn bureau daarentegen werken zeven mensen. Dat laat niet toe om een studiedienst te hebben. Zo kan je slechts met veel moeite de kennis vergaren die een aannemer heeft. Ik maak mij lang geen illusies meer. Je kan dan nog veel spreken over kwaliteit dit en dat, maar…
pv De discussie over het monopolie is gekleurd, want het draait vooral om de bescherming van de consument en de afhankelijkheid van de kleine onderaannemers van de grote bedrijven en bouwpromotoren. Als het monopolie zou verdwijnen, dan zou het marktmechanisme veel harder en blind kunnen toeslaan, zowel voor de gemiddelde bouwheer als voor een deel van de bouwsector. Het monopolie maakt onder andere een grote creativiteit mogelijk en een architecturale diversiteit die onze regio na aan het hart ligt. En trouwens, zou u geopereerd willen worden door een insolvabele dokter zonder diploma, zonder Orde, zonder deontologie en zonder stage…?

schrijf je in voor de nieuwsbrief