Volkomen luchtdicht, perfect geïsoleerd?

gepubliceerd op 10.12.2013 | tekst Rik Van Rossen

Op 13 september 2013 verzamelde de Energiejury op de zetel van Electrabel te Brussel voor een rondje hogere rekenkunde. Onder leiding van ir. arch. Rik Van Rossen kozen arch. Luc Dedeyne (BVA), prof. dr. ir. Jean-Marie Hauglustaine (ULg), dr. sc. Georges Timmermans (CIR), ir. Kris van Dingenen (Tecnolec), arch. Marc Muylle (Electrabel GDF-Suez) en arch. Eddy Vanzieleghem (FAB) elf genomineerden, waaronder drie categorielaureaten die in aanmerking kwamen voor de Belgische Prijs voor Energie 2013. Ir. Bruno Vander Maelen trad op als waarnemer voor Electrabel.

Voor de Energieprijs werden er uit 95 inzendingen 66 geselecteerd voor de tweede ronde. Van de 39 vragen in het wedstrijdformulier, dat bij elke wedstrijdeditie aangepast wordt aan de stand en eisen van de gewestelijke reglementeringen, dienen er vele om wat betreft warmtevraag en energiebehoefte de realisaties op gelijke voet te kunnen evalueren, ongeacht de stand of eisen van de gewestreglementering op de datum van de vergunningsaanvraag.
De tweede ronde kende 48 inzenders, en 31 daarvan haalden de eindevaluatie, waaruit de jury eerst de 25 beste selecteerde, om daarna de 11 genomineerden te kiezen op basis van objectief uitgedrukte gebouwprestaties inzake isolatie, ventilatie, luchtdichtheid, netto-energiebehoefte voor verwarming…
Al vele wedstrijdedities lang is het begrip ‘Bijna Energie-Neutraal’ in feite inherent aan de evaluatie. Want als maat voor de warmtevraag hanteert de evaluatie als ‘verlieseenheid’ de warmtevraag bij minimum ventilatie (0,3 a.c./h) voor gebruik van het gebouw door mensen. Een volkomen luchtdicht en perfect geïsoleerd gebouw (als dat zou bestaan!) en zonder warmte-terugwinning heeft dan 1 verlieseenheid. Met warmteterugwinning wordt dat gereduceerd tot 0,2 à 0,1 verlies-eenheid naargelang het rendement van het warmte-terugwinningstoestel.
De evaluatie doorloopt isolatieprestatie (K-peil) en aantal transmissieverlieseenheden, ventilatieverlieseenheden (inclusief luchtdichtheid en warmteterugwinning) en hun som als objectieve vergelijkingscriteria vooraleer de jaarlijkse netto-energie-behoefte voor verwarming per m² vloer te bekijken, zelfs voor gebouwen die niet aan een E-peil moeten voldoen.
De evaluatie van de jury steunt aldus op objectieve criteria die uit de in het wedstrijdformulier gevraagde gegevens berekend werden en die niet terug te vinden zijn in resultatenbladen van gewestelijke EPB-software, die er slechts is ter controle van EPB-eisen maar die niet uitmondt in wezenlijk dienende, gebouwintrinsieke kenmerken.
Bij gebouwen waarvoor een E-peil geldt, wordt nochtans ook het verbruik voor verwarming/koeling, ventilatoren en hulpenergie geëvalueerd, bij woongebouwen ook het verbruik voor warm water, en bij kantoren en scholen ook het verbruik voor verlichting.
Het effect van fotovoltaïsche panelen en warmtekrachtkoppeling wordt in de marge en buiten het E-peil gehouden en speelt in de evaluatie en de jurering slechts mee als er zou moeten gekozen worden tussen realisaties die even goed presteren inzake ‘verlieseenheden’ en jaarlijkse netto-energiebehoefte voor verwarming per m² vloer.

schrijf je in voor de nieuwsbrief