Landschap=Democratie

gepubliceerd op 31.10.2012 | tekst Audrey Contesse, Cécile Vandernoot

Hoe krijgt het landschap een plaats in de architectuur? Hoe werken architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten samen? Hoe onderwijs je het landschap? Het zijn maar enkele van de vele vragen die aan bod kwamen tijdens een paneldiscussie die A+ op het getouw zette om te achterhalen waarin de omgang met het landschap in België zich onderscheidt van die in het buitenland.© Bas Smets, Brussel 2040, 2012

A+ In vergelijking met Frankrijk, Duitsland en Nederland wordt het landschap in België stiefmoederlijk behandeld. Hoe komt dat?
bas smets Dat heeft alles te maken met de aard van het grondgebied. De polders die zo kenmerkend zijn voor Nederland, zijn door de mens gemaakt, terwijl in Frankrijk en Duitsland de natuur prominent aanwezig is. België heeft daarentegen alleen maar zijn vlakke land. Het landschap vroeg er niet om grote ingrepen. Die kwamen er dan ook niet. Wij hebben geen grote stromen of bergen. Ons landschap biedt nauwelijks enige weerstand tegen ontwikkelingsdruk. West-Vlaanderen is, met zijn vruchtbare bodem, sinds de 12e-13e eeuw bijvoorbeeld zeer dicht bevolkt. Door het ‘gebrek aan landschap’ en de hoge bevolkingsdichtheid is de verstedelijking hier al 700 jaar aan de gang.
bjorn gielen Ons landschap is inderdaad erg gefragmenteerd. De landschappen waarin we onze referenties zoeken, zijn daarom vaak onleesbaar op het terrein. Vanuit ons beroep hebben we de neiging het landschap te verdedigen, al is het vaak zoeken naar wat we verdedigen.
serge kempeneers Dat het antwoord op die vraag niet eenvoudig is, heeft wellicht te maken met het gebrek aan een brede, coherente visie voor het hele grondgebied. Brussel is een goed voorbeeld. Nu Brussel een grootstad aan het worden is, zoekt het zijn referenties bij veel grotere metropolen. Toch refereren stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten voortdurend aan de honderd jaar oude plannen van Leopold II en Victor Besme waarmee de grote lijnen van het landschap werden vastgelegd, inclusief perspectieven, parken en monumenten.
christoph menzel Ik ben Duitser, heb veel in Nederland gewerkt en heb onlangs mijn bureau in Luik ondergebracht. Wat mij hier opvalt, is dat Belgen schuchter zijn. Ze zijn zo bescheiden, dat je zou denken dat dit land minder te bieden heeft dan andere. Ondanks hun rijke traditie hebben ook landen als Frankrijk en Nederland fouten gemaakt en moeten ze daar de gevolgen van dragen. In heel Europa heeft men in de gebieden rond de grote steden te kampen met hetzelfde soort problemen.

Vier jaar na de oplevering van het gebouw, begint de interventie van Landinzicht in het Musée de la photographie de Charleroi een volwassen vorm aan te nemen | © Bjorn Gielen

Vier jaar na de oplevering van het gebouw, begint de interventie van Landinzicht in het Musée de la photographie de Charleroi een volwassen vorm aan te nemen | © Bjorn Gielen

A+ De Europese Conventie met betrekking tot het landschap is in België van kracht sinds begin 2005. Wat legt ze ons op?
serge kempeneers Ze legt ons niets op. Ze geeft alleen aan welke kant we op zouden kunnen, maar slechts weinig mensen hebben ze gelezen. Willen we nastreven wat ze beoogt, dan moeten de scheidsmuren tussen de beroepen in verband met het landschap worden neergehaald, moeten we transversaal gaan werken, elke discipline haar plaats geven en een bredere visie ontwikkelen. En laten we wel wezen : dat laatste kan ook op de zeer kleine schaal van een straat of een plein, want ook daar is de kwaliteit van de omgeving belangrijk. Er gaapt altijd een grote kloof tussen de elementen van een landschap en dat landschap als zodanig. In dit laatste geval wordt het grondgebied immers opengetrokken door een netwerk van perspectieven en verbindingen.
bas smets Ik keek verrast op toen de stedenbouwkundigen op de eerste vergaderingen voor Brussel 2040 allemaal kwamen aandraven met het plan Besme (1840), alsof er geen andere mogelijkheid was dan het 19e-eeuwse urbanisme nog eens over te doen. Het tegendeel is waar : wij moeten de stad opnieuw leren lezen als een landschap. Een landschap is in de eerste plaats een mentale constructie, vertrekkende van de bestaande toestand.
Voor Brussel 2040 hebben wij geprobeerd de aandacht te vestigen op een landschap dat men niet zag of niet als zodanig beleefde. We wilden aantonen dat grote assen niet de enige zijn waarmee je een stad kunt structureren (zij zijn trouwens onbetaalbaar geworden), maar dat dit ook kan met het versterken van zulke verborgen landschappen. In België zijn wij op dat vlak pioniers, verkenners. Wij observeren en tekenen en proberen zo aan het licht te brengen wat verborgen was. Ons budget is niet groot : er zijn geen middelen meer om een stad urbanistisch vorm te geven. De tijd is nu aan het landschap : dat kost tien keer minder dan de stedenbouwkunde.

Victor Besme, Stedenbouwkundig plan voor Brussel, 1866

Victor Besme, Stedenbouwkundig plan voor Brussel, 1866

A+ Waarom is men het landschap uit het oog verloren?
bas smets Volgens mij heeft dat te maken met de Tweede Wereldoorlog. Toen onze architecten en landschapsarchitecten na de Eerste Wereldoorlog uit Engeland terugkeerden, ontwierpen ze hier de eerste tuinwijken. In 1945 was de woningnood zo groot, dat het landschap niet aan bod kwam en landschapsarchitecten geen kans kregen om zich uit te drukken.
denis dujardin Tot eind 18e eeuw sprak men van ‘tuinkunst’. Het landschap was een decor en voorwerp van een ruimtekunst, die later haar invloed had op de Stedenbouw van de 19e eeuw. Toen het modernisme doorbrak, begon men te spreken van ‘landschapsarchitectuur’. Pas onlangs zijn landschapsarchitecten weer een rol van belang beginnen te spelen. Dat heeft een negatieve en een positieve oorzaak : de petroleumcrisis en de milieuproblemen van de jaren 1970 (de Club van Rome wees toen op het belang van het landschap en het milieu) en de opkomst van de ‘land art’, waarin kunstenaars hun werk niet meer opsloten in musea en kunst gingen maken in en met het landschap, zodat het publiek begon te zien wat het lange tijd niet gezien had.
bas smets Toen André Le Nôtre de tuinen van het kasteel van Versailles ontwierp, werkten architecten en beeldhouwers onder zíjn leiding. Het was toen vanzelfsprekend dat het landschap op de eerste plaats kwam.
In de 19e eeuw deed de Amerikaanse landschapsarchitect Olmsted met zijn ‘park systems’ aan stedenbouwkunde avant la lettre. In de stedenbouwkunde waarmee men omstreeks dezelfde tijd in Europa van wal stak, stonden evenwel de gebouwen centraal. Kijk naar Parijs : het stratentracé en de perspectieven zijn ontstaan door de doordachte schikking van de gebouwen van Haussmann. Nu vertrekt men in de stedenbouwkunde stilaan opnieuw van het landschap. We hebben intussen wel een hele omweg gemaakt. Al te vaak was men vergeten dat het landschap ontstaat vanuit een lezing van de bestaande toestand.
A+ Wordt het werk van de landschapsarchitect niet achtergesteld omdat er te weinig geld is?
jan moereels Dat klopt. Vaak is het een budgetkwestie. De gemeenten hebben onvoldoende financiële hefbomen om projecten te realiseren. Vandaar de opkomst en het belang van PPS. De gemeenten kunnen niet zonder dit soort tussenoplossingen. De kwaliteit van een project lijdt niet onder PPS, integendeel.
bas smets Hoe loffelijk de doelstellingen van een PPS ook zijn, precies om geldredenen blijven ze meer dan eens buiten bereik. Ik word dikwijls gevraagd om deel uit te maken van een team omdat men de visie van een landschapsarchitect nodig heeft om een wedstrijd te winnen, maar dat betekent nog niet dat zijn ideeën ook werkelijkheid worden. PPS is een oplossing voor armlastige gemeenten, maar als we willen dat men ook bij de uitvoering van een project met ons rekening houdt, moeten we zeer waakzaam blijven.

Technum & MSA, herinrichting van het Muntplein, Brussel, 2012 | © MSA

Technum & MSA, herinrichting van het Muntplein, Brussel, 2012 | © MSA

A+ Het beroep is niet beschermd : iedereen kan zich landschapsarchitect noemen. In België is er nu de Erasmus­hogeschool in Jette (vroeger in Vilvoorde), de Haute Ecole Lucia de Brouckère in Anderlecht met twee bacheloropleidingen, de Haute Ecole Charlemagne van Gembloux (nu verbonden met de Université de Liège) waar je een master in landschapsarchitectuur kunt behalen, de Hogeschool Gent in Melle en de faculteit architectuur van de ULB (La Cambre/Horta) met een specialisatie ‘landschap’. Wat zijn hun kenmerken? Word je hier echt opgeleid tot landschapsarchitect?
bjorn gielen Het beroep is vrij jong. De scholen van Gembloux, Vilvoorde en Melle zijn nauwelijks vijftig jaar oud. Aanvankelijk waren het tuinbouwscholen. Ze hebben zich zo goed en zo kwaad als het ging aangepast om alles aan te snijden wat ons nu in ons beroep bezighoudt : stedenbouwkunde, de openbare ruimte, het landschap op grote en op kleine schaal, het kreeg er allemaal zijn plaats. Ik hoop dat de volgende generatie dankzij internationale uitwisseling en de recent in het leven geroepen master van een betere opleiding zal kunnen genieten. Wij kijken uit naar meer maturiteit in ons beroep.
dany poncelet De opleiding aan de ULg is inderdaad nog zeer jong. Ze gaat nu door haar kinderziekten. Als je een tuinbouwschool en een school voor architectuur samenbrengt, heb je niet direct een goede landschapsopleiding. Beide vormen van onderricht doordringen elkaar wel, maar de opleiding als zodanig is nog niet overtuigend. Soms weten de studenten niet of ze al dan niet met het landschap bezig zijn.
bjorn gielen Het begrip ‘landschap’ duikt pas vrij laat in hun studies op. De ontwerpoefeningen die ze voordien moeten maken beperken zich vaak tot de grenzen van de site op zich.
bas smets Dat fenomeen houdt verband met onze geschiedenis. België heeft talentrijke tuinarchitecten gehad. Nu de opdrachten veranderen, proberen deze scholen zich aan te passen en hun lessenpakket zo uit te breiden, dat ook het landschap er deel van gaat uitmaken.
denis dujardin Vergelijk je de Belgische opleidingen met die in het buitenland, dan merk je dat het landschap hier in het gedrang komt door de ‘sprawl’ en de verlinting. De opleiding tot landschapsarchitect is te kort en het leerpakket te beperkt voor zo’n omvangrijke topic. De school van Melle werkte vroeger met resonantiecommissies en legde haar programma voor aan professionelen. Zelf was ik ontgoocheld door het beperkte programma. Dat is absurd, want als je iets over het landschap wil leren, moet je met je lessen een zeer breed spectrum bestrijken. In Vilvoorde, Melle en Gembloux werd decennialang tuinbouw onderwezen, maar het landschap is veel meer dan dat. Heel wat disciplines overlappen elkaar hier : architectuur, stedenbouw, landbouw, ecologie,…
jan moereels Omdat de agronomie er centraal staat, focust de opleiding tot landschapsarchitect te veel op een aantal bijzonderheden, terwijl je in de praktijk nood hebt aan goede noties van architectuur en kunst en niet zonder een degelijke vorming in de communicatiewetenschappen kunt. Het gamma aan onderwezen vakken dekt op verre na niet de complexe werkelijkheid waarmee je als landschapsarchitect geconfronteerd wordt.
A+ Het beroep van architect en dat van landschapsarchitect zijn elkaar aan het doordringen. Staat het ene boven het andere? Hoe zien landschapsarchitecten de relatie tussen hun beroep en aanverwante disciplines?
dany poncelet In de eerste plaats denk ik dat er nog veel verwarring heerst over wat eigen is aan de onderscheiden beroepen van tuinman, tuinarchitect en landschapsarchitect. In mijn ogen is de schaal van de ingreep hier belangrijk. Bij openbare opdrachten doet men soms een beroep op een landschapsarchitect terwijl dat helemaal niet nodig of verantwoord is, bijvoorbeeld om ergens achter een school een tuintje aan te leggen.
Daarnaast vind ik het een goede zaak dat de disciplines elkaar steeds meer doordringen. Bij grote opdrachten is het interessant om met een multidisciplinair team te werken. Specialisten in verschillende materies spreken nu dezelfde taal als ze samenwerken aan een project – ook al is het soms behoorlijk zinloos om rond een project zo veel medewerkers samen te brengen als men nu geneigd is te doen.
serge kempeneers Ik denk dat de landschapsarchitect altijd ‘na’ vele anderen kwam, terwijl het landschap in een stads- of ecosystemische visie de integratie is van een reeks basiscomponenten. In de ecologische literatuur is ‘landschap’ meestal een begrip dat alle ecosystemen overkoepelt. Bijna alles is erin opgenomen. We moeten breken met de bekrompen opvatting die in Brussel en elders in België heeft geheerst en waarbij ieder in verband met het landschap gewoon ‘zijn eigen ding deed’.
dany poncelet In de samenwerking gaat men nog steeds uit van een vrij strikte rangorde. Kijk maar naar de manier waarop de voorstellen worden verantwoord. Het moet al raar lopen als iemand bezwaar aantekent tegen de afmetingen die een balk volgens de ingenieur moet hebben, en de architect laat maar zelden tornen aan zijn ontwerp. Maar o jee als het om de openbare ruimte gaat : daar wil ieder zijn zegje over doen, die trekt ieder naar zich toe.
bjorn gielen Bij samenwerkingen tussen landschapsarchitecten en architecten gelden twee principes : het landschap kan als ruimtelijk kader voor de architectuur functioneren, en de architectuur kan een ruimtelijk kader voor de openbare ruimte bieden. Tegelijk kan onze bijdrage heel reëel zijn zonder daarom ‘zichtbaar’ te zijn.
christoph menzel Ondanks alles zijn landschapsarchitecten veel vrijer dan architecten. Me dunkt dat er in de architectuur al veel vastligt. Er zijn dwingende regels – minimumafmetingen bijvoorbeeld – en die moet de architect dan interpreteren. Hij heeft dus weinig spelruimte. Een goed architect is iemand die zo – en zo creatief – met de regels omgaat, dat het eindresultaat ‘er staat’. Voor de landschapsarchitect ligt dat anders : een landschap plooit zich niet naar bestuurlijk opgelegde minimumafmetingen en dies meer.

Denis Dujardin, Buda Beach, Kortrijk, 2012

Denis Dujardin, Buda Beach, Kortrijk, 2012

A+ Zijn er aanbestedingen waarvoor men alleen landschapsarchitecten nodig heeft en zo ja, om wat voor soort opdrachten gaat het dan?
bas smets In Oostende werd onlangs een aanbesteding uitgeschreven voor het vernieuwen van een deel van de dijk. Ons bureau heeft zich omringd met waterbouwkundigen. We deden geen beroep op een architect. Ik denk dat het belangrijk is om ook zonder architect te kunnen werken. Zo kan het landschap echt centraal komen te staan. Natuurlijk zijn er interessante vormen van samenwerking tussen een architect en zijn landschapscollega, situaties waarin ze samen iets tot stand kunnen brengen waartoe geen van hen op zijn eentje in staat zou zijn. Je bekijkt dat best geval per geval. Ik kies nu met wie ik wil samenwerken – alleen met een architect die mij als zijn gelijke ziet : ik ben geen technicus van de openbare ruimte.
denis dujardin Mijn ervaring leert me dat de intensiteit van dit soort hanengevechten afneemt. We krijgen meer respect en worden bij het ontwerpen op voet van gelijkheid behandeld. Voor mij zijn onze bezigheden complementair. Een gebouw mag dan al ‘vaststaan’, het bevindt zich ‘in’ het landschap en is daarmee voortdurend in interactie.
christoph menzel Toch zijn er ook spanningen en controverses. Met de meeste elementen die wij, landschapsarchitecten, in de discussie inbrengen (duurzaamheid, tijdgebonden evolutie,…), zijn wij al lang bezig. Pas sinds kort beginnen architecten rekening te houden met het feit dat onze omgeving niet stabiel is, terwijl een gebouw dat wel moet zijn. Toch kijken architecten nog steeds verbaasd op als ik zeg dat een bodem ‘werkt’, leeft, beweegt.
bas smets Wij hebben een heel bijzonder beroep : wij staan in het centrum van de discussie. Dat is soms vermoeiend, want wij moeten ons steeds verantwoorden tegenover de architecten en de andere spelers. Gerenommeerde architecten kunnen bij wijze van spreken voorstellen wat ze willen en het wordt aanvaard. Als ik als landschapsarchitect er dan een openbaar plein naast wil, heeft iedereen er opeens zijn mening over. We leven in een democratie en daar moet je je zaak goed uitleggen en verdedigen. Dat is de uitdaging waar elke landschapsarchitect voor staat.
A+ Ziet ieder van u het landschap als een plek van democratie? Is de inspraak van de burger bij het ontwerpen van een openbare ruimte een hulpmiddel of veroorzaakt ze onaangename druk?
bas smets Soms zijn de discussies lang en moeilijk, maar het is uiterst belangrijk op een oprechte wijze in gesprek te gaan met al die mensen, die elk hun eigen bezorgdheid hebben. Vaak stel je vast dat net die samenwerking het project verbeterd heeft. En dan is de appreciatie van de gebruikers achteraf de mooiste beloning.
dany poncelet Landschap, dat is democratie. Voor het tot inspraak komt, heb je een zekere gevoeligheid nodig en moet je beschikken over informatie. Maar inspraak kan binnen de kortste keren een valstrik worden. Je kunt gesprekken immers gemakkelijk manipuleren en politici doen dat maar al te graag.
serge kempeneers Maar vooral in verstedelijkte gebieden kan die inspraak ook een manier zijn om druk uit te oefenen op de politiek. En door die betrokkenheid is er achteraf ook meer respect voor de realisatie. Het park van Liedekerke in het centrum van Sint-Joost-Ten-Noode is daarvan een goed voorbeeld. De omwonenden kozen voor weinig grondbegroeiing, zodat de kinderen er vrijuit konden spelen. De burgers en de gemeente beslisten samen het park te verbieden voor honden en er geen speeltuigen voor tieners te plaatsen. Alleen kinderen tot 12 jaar mogen er spelen en iedereen respecteert dat.
denis dujardin Je moet die inspraak nuanceren. De ene politicus is de andere niet. Nu eens spoort hun discours met het onze, dan weer beloven ze het publiek gewoon ‘veel groen’. Inspraak is het glijmiddel van de politicus. Aan ons om hen en de gebruikers uit te leggen dat een openbare ruimte meer is dan een hoop groen. Naast de inspraak is er een vorm van opvoeding nodig. Soms is een plaats van die aard, dat aanplantingen geen oplossing of slechts een zeer klein deel van de oplossing zijn.
jan moereels In de gemeente Brasschaat worden de burgers bij elke procedure geraadpleegd. Dat gebeurt minstens dertig keer per jaar. De informatievergadering heeft plaats na de voorlopige goedkeuring van het project maar voor men met de werkzaamheden begint. Een groot deel van de bewoners van de betrokken straat of wijk komt opdagen. De mensen zijn nieuwsgierig en willen hun desiderata te kennen geven. De keuzemogelijkheden betreffen niet de grond van de zaak, maar de boom- en plantensoorten. Er wordt niet gestemd : via de confrontatie van individuele meningen moet men tot een collectieve keuze komen. Achteraf zijn de mensen duidelijk veel tevredener over het project. De gemeente treedt alleen raadgevend op maar behoudt wel het laatste woord. Dit soort uitwisseling met de bevolking leidt tot meer wederzijds begrip.
serge kempeneers We moeten durven toe te geven dat wij het hier in België soms nog zo slecht niet doen. Wij hebben een echte inspraakcultuur. Die meerwaarde mogen we niet overboord gooien. In procedures waarbij men vanaf het begin inspraak voorziet – ik denk aan de wijkcontracten – vergt het luisteren en het omzetten van de verwachtingen in een programma heel wat tijd, maar je mag er donder op zeggen dat de openbare ruimte daarna goed wordt gebruikt, en dat is meer dan ‘mooi meegenomen’.

Satelietbeeld van het huidige landschap in de Antwerpse periferie | © Jan Moereels

Satelietbeeld van het huidige landschap in de Antwerpse periferie | © Jan Moereels

A+ Wordt er een verschillend beleid gevoerd in Vlaanderen, Wallonië en Brussel omdat het grondgebied telkens andere kenmerken vertoont? Aan welke eisen moeten de projecten beantwoorden? Is er in het ene gewest meer erkenning dan in het andere?
serge kempeneers Veel verschil is er noch tussen de werken, noch tussen de principes en doelstellingen (dat laatste blijkt onmiddellijk als ambtenaren van meer dan één gewest gaan samenzitten). Verschil is er wel in de snelheid waarmee men met politieke stimulansen over de brug komt.
Het voornaamste probleem is het gebrek aan functioneringsbudget. Om met weinig middelen iets goeds tot stand te brengen moeten de landschapsarchitecten de nodige creativiteit aan de dag leggen. Met een meer op de natuur gericht beheer (later maaien bijvoorbeeld) en de inzet van burgers kun je veel geld besparen.
bjorn gielen Ik merk in Wallonië veel goede wil om projecten tot een goed einde te brengen, maar over het algemeen word je in Vlaanderen beter ondersteund. Tegelijk geldt voor de drie gewesten dat een aanbesteding voor een multidisciplinair team nog niet noodzakelijk betekent dat er een vervolgopdracht is voor de landschapsarchitect. Een masterplan dat een architectuurproject heeft helpen aanvaarden, wordt al eens onder de mat geveegd zodra het gebouw er staat. Wij dienen nog al te vaak als alibi. Door ook in de omgeving te investeren, kan een architectuurproject ook kwalitatieve buitenruimte genereren of regenereren, op grote en kleine schaal. De ontgoocheling van de semiopenbare ruimten van de laatste decennia kent daardoor stilaan een keerpunt.
A+ Aan het begin hadden we het over verstedelijking. Heeft die in de verschillende gewesten andere gevolgen voor het milieu en voor de verhouding stad-platteland?
serge kempeneers In Wallonië wordt het landschap veeleer landelijk dan stedelijk aangepakt. Ik bedoel daarmee dat men meer rekening houdt met het gegeven ‘natuurlijke streek’ dan met het gegeven ‘stad’. In de Condroz bouwt men anders dan in Famenne of Lotharingen (andere materialen, een verschillende dakhelling,…) en de bouwtrant maakt deel uit van de eigenheid van een landschap. In het Waalse Gewest is het grootlandschappelijke aspect heel belangrijk. Zodra je in de vallei van de Maas of de Samber komt, sta je voor landschappen die emoties oproepen. Geen wonder dat de reconstructie van gebouwen aan regels werd gebonden. De Vlamingen komen trouwens vooral naar Wallonië voor die landschappen en die emoties. En de rijkdom van dit gebied wordt niet uitsluitend in de handen van landschapsarchitecten gelegd, maar grotendeels overgelaten aan andere milieugebonden beroepen.
In de steden komt het er nu vooral op aan het landschap van de centra te herzien. In de loop van de laatste tien jaar zijn Antwerpen, Mechelen, Gent, Namen en Leuven door de opwaardering van hun centrum bestemmingen van citytrips geworden. Voor Brussel begint nu ook een soortgelijke evolutie. Voorbeelden zijn de heraanleg van het Muntplein en die van het Flageyplein (> A+196). Dit denkwerk betreft een zeer mineraal stadslandschap. Op gewestelijk vlak veronderstellen de blauwe en groene netwerken van het Gewestelijk Ontwikkelingsplan (GewOP) een benadering van het landschap waarin geïsoleerde delen met elkaar verbonden worden.
bjorn gielen Onder verstedelijking verstaat men gewoonlijk dat de stad uitdijt over het platteland. Er is ook iets anders aan de hand : de stad wordt steeds dichter bebouwd ; bouwprojecten drukken op de groene ruimte die nog overblijft. Als we aan het platteland willen werken, moeten we ook de ruimtelijke kwaliteiten van de stad veiligstellen. Parken, straten, binnenpleinen en tuintjes kunnen er mee voor zorgen dat het in de stad even aangenaam wonen is als op het platteland.
A+ Een landschap is geen uitvergrote tuin. Wat is het dan wel?
denis dujardin Een landschap is een maatschappelijk evenement met vele op elkaar inspelende beperkingen. Een tuin daarentegen is theater, is sublimatie van de natuur. Voor het onderwijs houdt dat in dat je geen zicht krijgt op de veelheid aan schaalgrootten van een landschap als je niet tegelijk ook wordt opgeleid in stedenbouwkunde en architectuur. Bij het landschap moet je immers heel andere dingen voor ogen houden dan bij een ‘tuindecor’. Bijgevolg heb je ook andere tools nodig.
bjorn gielen Je mag van een tuin geen landschap en van een landschap geen tuin maken. Helaas is die trend zich nu wel aan het doorzetten. Men wil verwilderd braakland in het midden van de stad en brengt op het platteland allerlei omheiningen aan in het landschap. Wat mensen zich voorstellen bij ‘landschap’ en ‘tuin’, beantwoordt niet meer aan de werkelijkheid. Aan ons om dat in de praktijk recht te trekken.
bas smets Een tuin is een ‘hortus conclusus’, een schepping waarvoor andere regels gelden dan voor het landschap. Bij dit laatste hou je vooral rekening met wat er al is, met wat intrinsiek tot een grondgebied behoort : de topografie, de hydrografie, de begroeiing… De vormen die je als landschapsarchitect bedenkt, zijn bedoeld om de kenmerken van het bestaande te versterken.
Onlangs won ons bureau een wedstrijd voor een vrij vreemd project in Parijs : het opnieuw aanleggen van 2,5 km Seineboorden, van het Musée d’Orsay tot aan de Eiffeltoren. Maar terwijl het landschap in de plaats van de 19e-eeuwse stedenbouwkunde kwam, werd het recent zelf vervangen door evenementen : activiteiten komen in de plaats van aanleg omdat er voor dit laatste te weinig geld is. Hoewel ik dit een verontrustende ontwikkeling durf te noemen, kan deze nieuwe realiteit ons ook helpen om met andere ogen naar de openbare ruimte te kijken.
serge kempeneers Die evolutie is inderdaad gevaarlijk, want het betekent dat men geen oog meer heeft voor de intrinsieke waarde van een ruimte en ze een andere bestemming geeft. Omdat men een investering voor natuurlijke, recreatieve of mobiliteitsdoeleinden of voor het recupereren van water niet kan verantwoorden, zoekt men iets anders, iets wat in de mode is, en nu zijn dat evenementen.
Ook in Brussel is dat het geval. De explosie van evenementen in de groene en andere openbare ruimten is een manier om de leegtes te vullen. Dat zijn nochtans geen leegtes. Sommigen spreken van structurerende leegtes, en dat is al veel juister. Plantengroei is een bepalend element van stadslandschappen. We moeten deze landschappen bewaren, hun kwaliteiten erkennen en ze beter doen uitkomen, waarbij we niet mogen vergeten dat levende materie onderhoud vereist.
christoph menzel Een landschap verhoudt zich tot een tuin min of meer als een vlak tot een punt. Stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten ‘lezen’ de uiterst complexe oppervlakte van het landschap en geven er vorm aan. Daarvoor is een ruimere waaier aan kennis nodig dan voor het aanleggen van een tuin, want die vormt een op zich gesloten geheel. Een landschapsarchitect is als een huisarts : beiden moeten van alles een beetje kennen, sommige dingen ten gronde kennen en een synthese kunnen maken.

schrijf je in voor de nieuwsbrief