Kolenspoor op het spoor

gepubliceerd op 25.01.2017 | tekst Julie Marin, Christian Nolf, Bruno De Meulder

Het Limburgse Kolenspoorproject transformeert een in onbruik geraakte transportinfrastructuur tot een geleider van duurzaam leven, bewegen, werken en produceren. Een project dat, net als het spoor zelf, steeds meer in beweging komt.

Tussen 1902 en het midden van de jaren 1980 waren de Limburgse steenkoolmijnen volop in bedrijf. Al snel ontstond een parallel stelsel van spoor- en waterwegen om de kolen naar Luik en Antwerpen te brengen. Het Albertkanaal en het Kolenspoor getuigen van die periode. Na de sluiting van de mijnen raakte het Kolenspoor in onbruik, maar het kanaal en de vele (snel)wegen die het gebied van oost naar west en noord naar zuid doorkruisen, brachten nieuwe industrie (zoals Ford Genk) naar de streek. Toen ook Ford Genk de deuren sloot, was het oude steenkolengebied opnieuw toe aan een nieuw economisch verhaal. Net in dat nieuwe economische verhaal krijgt dat oude, vergeten Kolenspoor door intensief en collectief ontwerpend onderzoek van (inter)nationale onderzoekers en lokale stakeholders een nieuwe relevantie. Het wordt de ruggengraat van een duurzame economische en ecologische wederopstanding van Centraal-Limburg.

6 februari 2016: de slotdag van een ‘urban design’-workshop in de Raadzaal van Houthalen-Helchteren. Julie Marin van de Onderzoeksgroep Stedenbouw en Architectuur (OSA) presenteert samen met collega’s Matteo Motti en Kees Lokman een toekomstscenario dat nieuwe vormen van verstedelijking, lokale energieproductie en recyclage op elkaar betrekt. Het Kolenspoor is de geleider voor die ‘next economy’. Het College van Burgemeester en Schepenen noemt het een eye-opener. Problemen van wateroverlast die al decennia aanslepen, blijken hier plots een kans om de overstap naar een circulaire economie te maken door overtollig water in te zetten voor lokale industrie en landschapsbeheer. Houthalen-Helchteren zette zelf al een sterke eerste stap naar die overgang, met een initiatief als Greenville. De voorstellen uit de workshop tonen dat die overgang ook de kans biedt om de landschappelijke eigenheid van de gemeente te versterken door ruimtelijke ontwikkeling, lokale tewerkstelling en een geplande regionale biomassahub met elkaar te verbinden.  

Die OSA-workshop is geen toeval. Hij is een van de uitkomsten van de jarenlange wisselwerking tussen OSA en agentschappen van de Vlaamse overheid – zoals Ruimte Vlaanderen en de Vlaamse Landmaatschappij (VLM), het Regionaal Landschap Lage Kempen (RLLK) – en lokale besturen. Samen organiseerden ze vele ontwerpworkshops en -studio’s met tal van stakeholders. Daaruit ontstonden stap na stap ontwikkelingsvisies voor het Kolenspoor in Centraal-Limburg. Het natuurlijke landschap en de ecologische ontwikkeling zijn de dragers van die visies. Het bijzondere van die samenwerking is dat lokale stakeholders, met hun doorgedreven terreinkennis, er mee de auteurs van zijn.  

In Houthalen-Helchteren werkten jonge stedenbouwkundigen en (landschaps)architecten, een data-expert en lokale ecologie- en landschapsexperten vanaf dag één samen. Dat schiep een enorm momentum van innovatieve cocreatie. En dat in het gemeentehuis zelf, met ambtenaren en lokale politici als directe toeschouwers, zelfs als deelnemers. De omgeving werd per fiets verkend; de tocht ging van oude mijnsites in Houthalen naar de terril van Zonhoven. Hij kwam langs mijnverzakkingsgebieden waar continu water weggepompt moet worden, en langs de verborgen Remo-stortplaats, waar afval geüpcycled wordt tot nieuwe materialen. Onderweg ontdekte de groep verwilderde bufferzones vol biodiversiteit. De rode draad was het Kolenspoor, in al zijn gedaanten: soms in gebruik, bijvoorbeeld als fietsroute, elders volledig overwoekerd. Toen alle puzzelstukken gelegd waren, kwamen twee visies tevoorschijn: Houthalen-Helchteren als pionier in duurzame mobiliteit, en als voortrekker van een landschappelijk goed ingebedde economie op basis van biomassa, water en ‘clean tech’. 

© Marin, J. , Motti, M., De Meulder, B. (2016). Atelier # 1 : In : De Bruyn J., Vanautgaerden L., Van Gils H., Lens D. (Eds.), Het Kolenspoor getest 6-1. Mechelen: Public Space en Ruimte Vlaanderen.

© Marin, J. , Motti, M., De Meulder, B. (2016). Atelier # 1 : In : De Bruyn J., Vanautgaerden
L., Van Gils H., Lens D. (Eds.), Het Kolenspoor getest 6-1. Mechelen: Public Space en Ruimte Vlaanderen.

De workshop in Houthalen-Helchteren kan model staan voor alle andere OSA-workshops, die internationale expertise verbinden met lokale kennis. Zo ontstaan nieuwe ideeën die praktijk en academie, beleid en gebruikers verbinden. Zo stemmen de workshops niet alleen de violen tussen de diverse actoren, ze zetten dingen in beweging en geven energie. Stakeholders eigenen zich de resultaten toe en creëren zo een draagvlak en nieuwe coalities. Een visie leidt als vanzelf tot actie, en het ontwerp is daarvan de katalysator. Ontwerpen is immers dingen ontdekken; een ontwerp  initieert, stimuleert, medieert, negotieert. En ja, het is ook écht onderzoek: het simuleert, test en geeft zo bewijskracht aan mogelijkheden. Op zijn minst levert het stof voor debat, niet enkel over principes, maar veeleer over de concrete manier om ze waar te maken.

 

Eerst ontwerpen, dan plannen

Het Kolenspoor ontstond ooit als onderdeel van een ambitieus territoriaal ‘plan d’ensemble’ om via een parallel stelsel van spoor-, water- en autowegen steenkool te exploiteren en exporteren. Dat netwerk structureerde in belangrijke mate de ruimtelijke ontwikkeling van Limburg. Toch raakte het Kolenspoor in onbruik na de mijnsluitingen van eind de jaren 1980. Vanuit academische hoek zag men meteen het potentieel van dat spoor als hefboom voor de herontwikkeling van het gebied. Bruno De Meulder kaartte dat bijvoorbeeld aan in ‘Geschiedenis op zoek naar een waardig vervolg: studie van de mijnnederzettingen in Waterschei, Winterslag en Eisden’, uitgegeven door de Koning Boudewijnstichting in 1991. De potentie van het Kolenspoor als drager van duurzame ontwikkeling werd sindsdien regelmatig gesignaleerd, maar lange tijd kwam het niet tot veel meer dan enkele segmenten die worden hergebruikt als fietspad. 

© OSA,KUL design workshops  2012-2016

© Alessandro Venerandi – OSA, KUL design workshops 2012-2016

Dat voorbereidende werk wierp zijn vruchten af toen de Vlaamse overheid, na de aankondiging van de sluiting van Ford Genk in 2013, alle hens aan dek riep om de streek er economisch bovenop te helpen door het ‘Strategisch Actieplan Limburg in het Kwadraat (SALK)’.  Duurzame werkgelegenheid stond daarbij voorop. Ruimte Vlaanderen haakte daarop meteen in met het Territoriaal Ontwikkelingsprogramma (T.OP) Limburg. De logica was evident: zonder een goede ruimtelijke organisatie is er geen duurzame economische ontwikkeling mogelijk. T.OP Limburg zette meteen in op de samenwerking met regionale en lokale actoren om urgente maatschappelijke transities in Limburg ruimtelijk te versnellen.

Het Kolenspoor is een van de vier prioritaire transitietrajecten: de 70 kilometer lange, verlaten spoorweg wordt ingezet als drager van een innovatieve regeneratie van de Limburgse mijnstreek, een missing link in bestaande netwerken van grondstof-, energie-, en waterstromen en nieuwe netwerken zoals circulaire productie, mobiliteit, beleving en tijdelijk gebruik. Tegelijk is het Kolenspoorproject voor T.OP Limburg een participatief vehikel dat inzet op ontwerpend onderzoek. Dat ontwerpwerk ondersteunt niet enkel visievorming, maar creëert op regionaal en lokaal niveau ook een draagvlak voor het Kolenspoorproject. T.OP Limburg neemt zo het voortouw in de vernieuwing van beleidsinstrumenten in Vlaanderen. De werkelijke innovatie zit hem in het herdenken van planning als participatie die het onvoorspelbare, maar ook het door en door culturele karakter van ruimtegebruik probeert te geleiden. Zoals een tuinier planten geleidt: het lukt nooit helemaal, het kan ook fout lopen, maar er zit heel veel kennis en ervaring en visie op de omgeving in zijn werk.

Met initiatieven zoals het Territoriaal Ontwikkelingsprogramma T.OP Limburg vult Ruimte Vlaanderen de conventionele top-down ruimtelijke ordening van rigide bestemmingsplannen en monofunctionele infrastructuren aan met een dialoog met lokale besturen. Het is een speurtocht naar lokale en regionale steunpunten, verankeringen. De wisselwerking tussen beide benaderingen bepaalt mee het ‘ontwerpgenre’. De rijkweidte en inzet ervan wordt speculatief en onderzoekend. Auteurschap en middelen worden gedeeld in een cocreatief proces. Bij T.OP Limburg gaat ontwerp aan de planning vooraf, in plaats van andersom, zoals het in het verleden doorgaans liep.

Zo ontwikkelde zich rond het Kolenspoor in enkele jaren tijd een intensieve en stimulerende ontwikkelingsdynamiek door onderzoek en ontwikkeling in ontwerpstudio’s en cocreatieworkshops. Het Kolenspoor werd in geen tijd een ‘living lab’ dat de overgang naar duurzame ontwikkeling en circulaire economie in gang zette. Het werd een gelaagd verhaal waarin diverse bestuursniveaus, van groot tot klein, met elkaar in discussie gaan rond concrete ruimtelijke vragen.

 

Toekomsten voor het Kolenspoor

De OSA was van meet af aan sterk betrokken bij het project. Telkens weer stootte de onderzoeksgroep op het potentieel van het spoor als bindteken en verzamelbekken voor duurzame vormen van leven, wonen en werken in een parkgebied. Het Kolenspoor biedt door zijn directe aansluiting op verspreide woonweefsels, bedrijven en wetenschapsparken een alternatief voor gemotoriseerd wegverkeer. Het vormt zo de uitgelezen ruggengraat voor nieuwe collectieve programma’s en uitrustingen, zoals waterstoftankstations, oplaadpunten voor elektrische fietsen, koolstofarme distributiecentra, pilootprojecten voor circulaire economie of geothermische zwemvijvers in openlucht. Als dwarse, droge natuurverbinding verbindt het spoor erg diverse en versnipperde natuurgebieden zoals heide, beekvalleien, naald-,  loof- en moerasbossen en vijverlandschappen, zoals de Teut of het Vijverkerngebied. Het is een kettingsnoer van bijzondere habitats, zoals de specifieke biotopen op de voormalige mijnsites, en versterkt zo natuurlijke cycli.

Een essentiële voorwaarde voor de hertekening van het landschap rond het Kolenspoor is het duurzame waterbeheer van het post-mijnlandschap. Zo moet een platgewalste mijnterril op het industrieterrein Centrum-Zuid in Houthalen-Helchteren herdacht worden. Door zijn ligging aan de drassige voet van het Kempisch plateau verstoort hij in grote mate de natuurlijke waterhuishouding. Het ontwerpvoorstel zet in op waterbuffering op het industrieterrein zelf. Overstromingszones aan de randen van de industriële site en natuurlijke waterzuiveringssystemen versterken de blauwgroene landschapsstructuur, en komen ook de ruimtelijke kwaliteit van het industrieterrein ten goede.

Sinds de laatste workshop, in februari 2016, staat de gemeente Houthalen-Helchteren enkele concrete stappen verder. Het ‘Clean Tech Campus + Closing the Circle + Cradle to Cradle (CTC³)-project’ voor industrieterrein Centrum-Zuid werd recent geselecteerd als ‘Pilootproject terug in omloop’, een initiatief van OVAM en de Vlaams Bouwmeester. Daarin wordt de koppeling gemaakt tussen stedelijke transformaties, economische transitie en geïntegreerde bodemsanering. 

 

Testcase: De Wijers 

Een in 2012 aangevatte reeks ‘landscape urbanism design workshops’ voor De Wijers creëerde mee het huidige momentum rond het Kolenspoor. De Wijers, een door de VLM ondersteunde gebiedsontwikkeling in Limburg, ten noorden van Hasselt langs het Albertkanaal, is een Vlaams Strategisch Project dat niet minder dan 25.000 hectare aan natuurreservaten, recreatiedomeinen en industrieel erfgoed omvat. Sinds 2008 loopt hiervoor een participatietraject met zeventien partners (provincie, zeven gemeenten, en verschillende agentschappen voor natuur, toerisme enzovoort). OSA ontwikkelde hier een integrale ruimtelijke visie door cocreatie. Het ruimtelijk onderzoek errond geeft sterk aan dat een ecologisch-landschappelijke lezing van het gebied een uitgelezen hefboom is om een evolutie richting circulaire economie in gang te zetten. (> A+241)

Voorbereidend onderzoek voor De Wijers omvatte onder meer een cartografische en ruimtelijke analyse en een vergelijking met andere internationale voorbeelden van regionale parken.  In tegenstelling tot de internationale voorbeelden vormt De Wijers geen duidelijk afgebakend en leesbaar geheel; het is nonchalant verweven met het grotendeels verstedelijkte territorium. Een evident mentaal beeld ontbrak, net als de daarmee samenhangende toegankelijkheid. Beide euvels werden verholpen tijdens een ontwerpworkshop in 2013.

De Wijers, zo onthulde het ontwerpwerk, kan gelezen worden als een reeks parallelle beekvalleien die doorkruist (en min of meer afgebakend) worden door het Albertkanaal en het Kolenspoor. Samen vormen de valleistroken en dwarse lineaire landschapsstructuren een ladderstructuur, een raamwerk met dubbel potentieel. Ten eerste als netwerk voor zachte mobiliteit, langs valleipaden en langs de deels onderbenutte infrastructuur van het Kolenspoor en Albertkanaal. Ten tweede is de ‘ladder’ een eenvoudige, makkelijk herkenbare en overkoepelende ruimtelijke figuur die het gebied tegelijkertijd definieert én structureert. Kortom, het levert een herkenbare figuur op. 

 

© Nolf, C., De Meulder, B., & Deneef, H. (2015). Landscape and Urban Design Workshops De Wijers 2012-13-14 Provincial Nature Centrum Limburg.

© Nolf, C., De Meulder, B., & Deneef, H. (2015). Landscape and Urban Design Workshops De Wijers 2012-13-14
Provincial Nature Centrum Limburg.

Tijdens de De Wijers-workshop vond de visie om het Kolenspoor om te zetten in een continue recreatieve route een bijzondere weerklank bij de stakeholders. De herkwalificatie van het Kolenspoor tot een omvattende ruggengraat voor de ruimtelijk versnipperde regio, werd een evidentie, een prioritair project.

 

Wat nu?

Het Kolenspoorproject werd op de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR) 2016 gepresenteerd onder de vorm van een digitale 270°-belevingsprojectie van Z33 en Architectuurwijzer vzw. Terwijl je virtueel over het spoor rijdt, verschijnen af en toe tekstballonnen. Als je ze aanklikt, krijg je meer informatie over allerhande recente studies en lokale initiatieven. Dat kan nog steeds op de website www.projectkolenspoor.be. Inwoners van de streek krijgen zo informatie uit de eerste hand, die hen ook stimuleert zelf mee de betekenis van het Kolenspoor in te vullen voor gemeenten, buurten, verenigingen enzovoort. Iedereen kan een project uploaden.

De Biënnale toonde ook de atlas ‘Het Kolenspoor’ getestsamengesteld door onder anderen Liesl Vanautgaerden (programmadirecteur gebiedsontwikkeling) en Joeri De Bruyn (uitgever), die heden, verleden en mogelijke toekomst van het Kolenspoor in kaart brengt. Recente ontwerpateliers door OSA, plusofficearchitects, Delva Landscape Architects en De Andere Markt (Arck, UHasselt/Social Spaces, LUCA School of Arts) die het potentieel van het Kolenspoor op diverse gebieden exploreren, vervolledigen de atlas.

De IABR-deelname maakte het Kolenspoor zichtbaar. Het forum bracht partijen samen rond de atlas – ook dat creëert meer draagvlak. Ook na IABR 2016 zetten Z33 en Space Caviar het traject van collectieve reflectie verder met een serie van participatieve ontwerpworkshops in elke Kolenspoorgemeente, en een publieksevenement in 2017.

Op 28 november 2016 werd met een kick-offevent het Strategisch Project Kolenspoor afgetrapt. Het doel ervan? Stimuleren, samenwerking over sectoren en schalen heen, en afstemming van de talrijke actoren, zodat realisatiegerichte trajecten afgelegd kunnen worden binnen één geïntegreerd ontwikkelingsperspectief. Dat vindt zijn oorsprong in de projectdefinities die geïnitieerd werden door onderzoek dat ondertussen jaren oud is. Doorheen reeksen van ontwerpworkshops en -studio’s, events en fora is het niet enkel voortdurend versterkt, verrijkt en verankerd. Het is ondertussen veelvoudig toegeëigend, en zo hoort het ook.

Het verhaal is nog lang niet afgelopen: het Strategisch Project Kolenspoor volgt met tal van workshops, evenementen en debatten.

 


 

De OSA-workshops en ontwikkelde ontwerpstrategieën zouden niet mogelijk geweest zijn zonder de inzet van talrijke enthousiaste beleidsmakers en internationale workshopdeelnemers.  

Met dank aan

September 2013: ‘Pond Urbanisms. The second life of De Wijers’, in Zonhoven. Geleid door Christian Nolf, Bruno De Meulder, Huig Deneef (VLM) en Katrien Hendrickx (Provincie Limburg). Met: Lotte De Bruyn, Dao-Ming Chang, Michele Girelli, Saimum Kabir, Inge Kersten, Thomas Lenaerts, Mircea Munteanu, Matteo Motti, Laura Nagels, Dorien Pelst, Patrycja I Perkiewicz, Evelyne Van Houtte.

September 2014: ‘Reviving the Coal Track’, in Houthalen-Helchteren. Geleid door Christian Nolf, Bruno De Meulder, Julie Marin, Wim Wambecq (OSA, KUL), Huig Deneef (VLM), Katrien Hendrickx (Provincie Limburg), Liesl Vanautgaerden (dRV). Met: Francesca Cocchiara, Luis Angel Flores, Els Geerts, Dominiek Lens, Marjolein Lyssens, Margarita Macera, Sedaile Mejias, Laura Meulemans, Matteo Motti, Mircea Munteanu, Mieke Nagels, Caterina Rosso, Giulia Testori, Rémi Van Durme, Alessandro Venerandi, Ellen Verbiest.

Semester 1 2015: ‘Waste(d). Connecting cycles, rethinking infrastructures’. Geleid door Julie Marin, Matteo Motti, Bruno De Meulder (OSA, KUL). Met: Irina Constantinescu, Wenyi Fan, Israel Ketema, Trang Khong Minh, Sven Mertens, Ye Ren, Glenn Somers, Marina Fochi, Piedad Hoyos Garcia, Fitri Maharani Indra, Caterina Rosso, Carmen Van Maercke, Yufei Zhang.

Semester 2 2015: ‘Upcycling Limburg. Samples of transition along the Coal Track.’ Geleid door Julie Marin, Erik Van Daele (OSA, KUL). Met Rozan Amleh, Claire Bosmans, Wim Bruneel, Kathleen De Beukelaer, Ruben Cornelis Hoek, Parul Jain, Israel Ketema, Montouch Maglumtong, Isabelle Matton, Layan Mneimne, Danny Andres Osorio, Glenn Somers, Carolina Tavares Henriques do Carmo e Silva, Grace Valasa, Valentine Van den Eynde, Benjamin Vanbrabant, Amaranta Vargas Mendoza, Ioannis Vorgias, Giovanna Pittalis

Februari 2016: ‘Envisioning coalitions along the Coal Track’, in Houthalen-Helchteren. Geleid door Marin Julie (OSA/KUL), Motti Matteo (DAStU/Politecnico di Milano), De Meulder Bruno (OSA/KUL), Buntinx Bertien (Houthalen-Helchteren). Met Bortolotti Andrea, Claassen Bart, Clasadonte Manuel, Collart Wout, Daher Racha, Fu Wembo, Lens Dominiek, Lokman Kees, Mento Alice, Stas Michael, Timmers Charlotte, Van Brabant Benjamin, van der Leer Janneke, Van Gils Hanne, Trung Vinh

Tran, Zoroudi Maria. Gastsprekers: Vande Moere Andrew (KUL), Chua Alvin (KUL), Paesen Bart (RLLK), VanDaele Erik (KUL), Van Autgaerden Liesl (RV), Grommen Ciel (Z33), Muzi Martina (Space Caviar), Tielemans Yves & Van Doninck Ludo (Remo Machiels), Eerdekens Dirk (Limburgs Landschap vzw)

 

Referenties

  • De Bruyn J., Vanautgaerden L., Van Gils H., Lens D. (Eds.). Public Space en Ruimte Vlaanderen (2016). Het Kolenspoor getest.  Mechelen: Public Space
  • De Meulder B. et al (1991). Geschiedenis op zoek naar een Waardig vervolg: Studie van de mijnnederzettingen in Waterschei, Winterslag en Eisden. Monumenten dossiers 3, Koning Boudewijnstichting, Brussel
  • Marin, J. , Motti, M., De Meulder, B. (2016). Atelier # 1 : In : De Bruyn J., Vanautgaerden L., Van Gils H., Lens D. (Eds.), Het Kolenspoor getest 6-1. Mechelen: Public Space en Ruimte Vlaanderen, 189-248.*
  • Marin, J., Motti, M., De Meulder, B. (2015). Waste(d). Connecting cycles, rethinking infrastructures. Studio Investigations, Department of Architecture KULeuven.
  • Marin, J., Vandaele, E., De Meulder, B. (2015). Upcycling Limburg. Samples of transition along the coal track. Studio Investigations, Department of Architecture KULeuven.
  • Nolf C., De Meulder B. (2013). Het Water en de Nevelstad. in A+, N°241, pp. 30-36
  • Nolf C., Moonen J. (2014). Centraal Limburg als Welvarend Breed Verblijflandschap. Discussienota in het kader van het strategisch project T.OP Limburg, Ruimte Vlaanderen*
  • Nolf, C., De Meulder, B., & Deneef, H. (2015). Landscape and Urban Design Workshops De Wijers 2012-13-14. Provincial Nature Centrum Limburg.
  • Thuwis, G. (2016). Kolenspoor biedt toekomstkansen voor Limburg. Het Belang Van Limburg 11 juni 2016, p. 10-11
  • WIT Architecten, OSA, LTF, Technum (2016) ‘Atelier Track Design. De Ford site als pionier in circulaire gebiedsontwikkeling. Een out-of-the-box ontwerpexperiment.’ i. o. v. Ruimte Vlaanderen en OVAM.

*on-line versies via www.projectkolenspoor.be

schrijf je in voor de nieuwsbrief