Hoogmoed: PPS in Rotterdam

gepubliceerd op 17.12.2014 | tekst Jürgen Vandewalle

Wat doen Publiek-Private Samenwerkingen met een stad? In deze opiniebijdrage naar aanleiding van het PPS-nummer A+251 neemt Jürgen Vandewalle Rotterdam onder de loep. Hij ziet een stad die elke voeling met de sociaal-economische realiteit kwijt is.

In het Boijmans van Beuningen museum in Rotterdam hangt ‘De toren van Babel’ een werk van Pieter Breughel. Het verbeeldt een eeuwenoud verhaal van een volk dat boven de wolken uit wil bouwen en voor die hoogmoed wordt gestraft. Breughel schildert nooit zomaar een tafereel, en ook in dit werk gaat een waarschuwing verscholen. Een waarschuwing voor steden die boven zichzelf uitstijgen, maar vergeten hun voeten op de grond te houden. Steden zoals Rotterdam, waar de bouwwoede van overheid en private investeerders een nieuwe grootstad sticht. Ver weg van de alledaagse realiteit van haar burgers.
Rotterdam is traditioneel een speelveld voor architectuur. Na het bombardement in WO II kwam de tabula rasa waar architecten nog steeds hun lusten op botvieren. Torens als uitvergrote potloden, woningen die als gedraaide kubussen boven het maaiveld zweven. Het geïmporteerde constructivisme van de ‘Kunsthal’ ligt op wandelafstand van het functionalistische ‘Huis Sonneveld’. De stad is een historische architectuuratlas waarin elke stijl een plaats opeist. Zeven decennia aan losbandig experiment scheppen een vleesgeworden fantasie, Rotterdam bouwt wat andere steden nog niet eens durven dromen.
Met imago komt echter verantwoordelijkheid. Net zoals pretparken met steeds grotere achtbanen en kastelen zichzelf heruitvinden, moet de havenstad superlatieven uit haar gereedschapskistje toveren. Haar architectuur herbergt niet langer een potentieel mislukken, het succes ervan is een noodzaak geworden. Nieuwe gebouwen worden instant-monumenten. ‘De Rotterdam’, een drieledige toren aan de Maas, is niet zomaar een nieuwe telg in de al indrukwekkende skyline, het is één van de grootste gebouwen in Nederland. De luifel van het nieuwe ‘Centraal Station’ strekt zich niet alleen uit over de inkomhal, maar overschaduwt de hele stad. Naast de net geopende markthal in het Laurenskwartier is de Gentse stadshal een veredelde kiosk. Ruim tweehonderd appartementen plooien zich in een boog over een versmarkt – een constructie waarvoor ingenieurs op de knieën gaan.

© Ossip van Duivenbode

© Ossip van Duivenbode

Naast de net geopende markthal in het Laurenskwartier is de Gentse stadshal een veredelde kiosk. Ruim tweehonderd appartementen plooien zich in een boog over een versmarkt – een constructie waarvoor ingenieurs op de knieën gaan.

Nederlanders laten zich niet gauw temmen door de elementen of dimensies, maar in Rotterdam wordt de grens van het onmogelijke wel erg ver weggeduwd. Nieuwe monumenten moeten de aandacht afleiden van wat er werkelijk gaande is; dat de kersen nog drijven, maar de taart al lang is ingezakt. ‘De Rotterdam’ voorziet in 160.000 m2 nieuwe woon- en werkruimte terwijl de leegstand in de binnenstad ongezien is. ‘Rotterdam Centraal’ ligt tussen buurten die al jaren de stempel ‘probleemwijk’ dragen. ‘De markthal’ vervangt een deel van de traditionele buitenmarkt en is oneerlijke concurrentie voor alle kleinhandel in de binnenstad.
Ontegensprekelijk krikken deze paradepaardjes het imago van Rotterdam op, ze vullen kranten en nieuwsbulletins over de hele wereld. Gejuich bij de toeristische dienst. Maar wat doen deze monumenten voor een stad met veel meer probleemwijken dan andere Nederlandse steden, waar de werkloosheid torenhoog is en permanente leegstand energie uit de binnenstad zuigt? Als deze projecten een economische renaissance moeten inzetten dan zijn het alleen de betrokken investeerders en bouwpromotoren die daar beter van worden. ‘De Rotterdam’ ligt dan wel op ‘Kop van zuid’, een zogenaamd uitgestoken arm naar het arme zuiden van de stad. Het schiereiland is echter niet meer dan een enclave met dure restaurants, hippe cultuurcentra en appartementen waarvan de huurprijs hoger ligt dan het gemiddelde maandloon. Een kolonie van het rijke Noorden waar de inwoners zich niet begeven onder de inheemse bevolking. ‘De Rotterdam’ staat er als een poortwachter die de grens tussen rijk en arm bewaakt.

2t8c6058_LR

Nieuwe monumenten moeten de aandacht afleiden van wat er werkelijk gaande is; dat de kersen nog drijven, maar de taart al lang is ingezakt. ‘De Rotterdam’ voorziet in 160.000 m2 nieuwe woon- en werkruimte terwijl de leegstand in de binnenstad ongezien is.

Het zijn projecten die enkel mogelijk waren door een intensieve samenwerking tussen overheid en private investeerders. Voor de markthal werd 72 miljoen euro subsidies uitgetrokken, de stad zette er verder een marketingcampagne voor op die door belastingsgeld werd aangedreven. Ook de graafwerken voor de bombastische toren van Rem Koolhaas zijn pas gestart toen de stad zich engageerde om er 25.000 m2 kantoorruimte te huren. Waarom huurt de stad niet in buurten die haar komst wel kunnen gebruiken?
Rotterdam is nooit verlegen geweest met vreemde architectuur, alleen ging het bijna altijd om projecten met een belangrijke socio-economische dimensie, op schaal van de stad. Architectuur verscholen in rare kleren, die echter steeds haar betrokkenheid etaleerde, gebouwd door architecten en opdrachtgevers die nog eens uit hun ivoren toren kwamen. De laatste wapenfeiten leveren niet enkel vreemde, maar ook wereldvreemde architectuur op. Kleine en veelzijdige bouwwerken die de stad aan de basis verstevigen, ruimen plaats voor afstandelijke monumenten die uit de hemel lijken neergedaald. Een vrijhaven van architecten werd een boardroom voor marketingboys die tussen de commerciële mogelijkheden van architectuur haar maatschappelijke rol niet langer terugvinden.

schrijf je in voor de nieuwsbrief