Het Berlaymontgebouw en de transformatie van de Leopoldwijk

gepubliceerd op 20.06.2016 | tekst Sven Sterken
Maquette van het Berlaymontgebouw, hier in gebruik om de lichtintensiteit in het interieur te meten. © Regie der Gebouwen/collectie Ministerie Openbare Werken

Maquette van het Berlaymontgebouw, hier in gebruik om de lichtintensiteit in het interieur te meten. © Regie der Gebouwen/collectie Ministerie Openbare Werken

Tot dusver is het Berlaymontgebouw steeds tussen de plooien van de Belgische architectuurgeschiedenis gevallen. Het huisvest nochtans de Europese Commissie, een machtig orgaan dat steeds meer impact heeft op ons dagelijkse leven. Als er al over dit gebouw geschreven wordt, is dat in het kader van de systematische uitholling van de Leopoldwijk tot een speculatief wingewest, of als symbool voor de Europese bureaucratische machine die regels afkondigt zonder voeling met lokale affiniteiten en tradities. Toen het gebouw in de jaren 1990 asbestvrij moest worden gemaakt, werd het plaatje van een ‘Berlaymonstre’ compleet; er was namelijk nóg meer tijd en geld voor nodig dan om het oorspronkelijk te bouwen. Veel critici wijdden deze problemen aan het oorspronkelijke architecturale concept.

In een recente studie (*) nuanceert Sven Sterken deze stelling door aan te tonen hoe het Berlaymontgebouw ontstaan is uit de interactie tussen twee elkaar versterkende fenomenen, namelijk de transformatie van de Leopoldwijk tot kantoorwijk in de naoorlogse periode en de installatie van de Europese instellingen in Brussel. De merkwaardige vorm van het gebouw kwam voort uit een compromis tussen de beperkingen van de site en de bijzonder ambitieuze eisen van het programma. De oplossing die hiervoor werd bedacht (verdiepingsvloeren opgehangen aan Preflex-balken, die op hun beurt rustten op een centrale betonnen kern) maakt van het gebouw een bijzonder staaltje ingenieurskunst. Het centrale thema in dit verhaal over het Berlaymontgebouw is evenwel dat van besluiteloosheid. Het duurde enerzijds meer dan een decennium eer de Europese leiders een compromis bereikten over waar de zetel van de diverse Europese instellingen gevestigd moest worden; anderzijds durfde ook de Belgische regering haar nek niet uitsteken uit angst om te inhalig over te komen tegenover de buurlanden. In een dergelijk klimaat van wantrouwen en aarzeling kan architectuur niet goed gedijen: het Berlaymontgebouw kwam er dan ook tegen wil en dank. Dat het silhouet ervan vandaag verschijnt in het logo van de Europese Commissie, heeft daarom minder te maken met visie en inzicht in de wervende kracht van architectuur, dan met een langzaam opgebouwde modus vivendi tussen gebouw en gebruiker.

 

(*) Sven Sterken, ‘Brussel, stad van kantoren. Het Berlaymontgebouw en de transformatie van de Leopoldwijk’, Erfgoed Brussel /Bruxelles Patrimoines, n° 15-16, 2015, p. 102-117

Een pdf-versie van dit artikel kan u hier downloaden. 

schrijf je in voor de nieuwsbrief