Edito A+272

gepubliceerd op 18.06.2018 | tekst Lisa De Visscher

A+_272_FR

Ruimte op zich is genderneutraal, maar door haar gebruik kan ze een seksuele gelaagdheid krijgen.

The commons worden algemeen beschouwd als de fysieke ruimte waarin de democratie kan groeien. Maar net zoals het stemrecht was de publieke ruimte eeuwenlang voorbehouden aan de man; een zichzelf respecterende vrouw bleef thuis, en heerste binnenskamers. Dat vertaalde zich ook in de architectuur van de traditionele burgerwoning, als tegenhanger van de openbare ruimte. Hoe dichter een ruimte bij de straat lag, hoe publieker en mannelijker ze was, zoals het salon of het bureau. De keuken zat dan weer aan de achterkant, dicht bij de tuin.

De seksuele revolutie bracht daar verandering in. Ook de man eiste vanaf de jaren 1970 zijn deel van de domestieke vreugde op – maar dan liefst zonder vrouw en kind. De bachelor’s flat, zoals ze door Playboy gepromoot werd, maakte furore en werd een voor- beeld van een hedendaagse, metropolitaanse en vooruitstrevende stijl. De grootstadsflat voor de vrijgezel en zijn veroveringen, als smaakvolle maar verderfelijke tegenpool van de verkavelingsvilla waar het gezin ondertussen naartoe was gevlucht.

Op het moment dat de man zijn plek vond in de woning, kreeg de vrouw meer toegang tot de publieke ruimte, zij het mondjesmaat. Want ook vandaag zie je, op een wandeling buiten de schooluren door pakweg Schaarbeek of Borgerhout, nauwelijks vrouwen op straat. Zelfs in minder geconnoteerde buurten blijft een vrouw op straat – ’s avonds en alleen – een uitzondering. Ligt het aan het gevoel van onveiligheid, en kan dat verholpen worden door een ander en beter ontwerp van de openbare ruimte? Ligt het aan het beleid, waardoor vrouwen zich structureel niet thuisvoelen in de openbare ruimte?

Jong geleerd is oud gedaan. Studies tonen aan dat meer dan twee derde van de budgetten die besteed worden aan de inrichting van speelplekken in de openbare ruimte voor kinderen en jongeren geïnvesteerd worden in voetbalpleintjes, basketbalvelden en skateparken. Kortom, plekken die grotendeels jongens aantrekken. Ook de speelplaats van de school wordt, ondanks een uitgesproken paritair beleid in de meeste onderwijsinstellingen, onbewust een semi-openbare ruimte die meisjes uitsluit, door de dominante plaats die voetbal- en basketbalvelden innemen. Hier ligt opnieuw een taak voor de architect en de stedenbouwkundige: hoe ontwerp je een speelruimte die meer meisjes aantrekt, en welke activiteiten krijgen daar dan hun plaats? Of beter nog, hoe kan het beleid stimulerend werken zodat mannen én vrouwen samen het gevoel hebben recht te hebben op een evenwaardig en uitgebalanceerd gebruik van de openbare ruimte? Is het überhaupt nog zinvol het gebruik van de openbare ruimte al op voorhand vast te leggen door de aanleg van gerichte programma’s zoals skateparken en dergelijke? Het is een actueel thema waaraan de architectuurfaculteit van ULiège vorige maand een colloquium wijdde. De stad Namen nam het gendercriterium dan weer op in de projectdefinitie voor de geplande heraanleg van de openbare ruimte in het stadscentrum. In Parijs werd hiervoor, met het ontwerp voor de Place du Panthéon, alvast een voorzet gegeven.

Gender is niet los te koppelen van seksualiteit. En seksualiteit en stedelijkheid zijn als vanouds met elkaar verbonden. De stad biedt immers de densiteit, de anonimiteit én de bewegingsruimte voor alle vormen van verlangen. Ook het stedenbouwkundige beleid speelt hierop in. “Homo’s maken de stad”, kopte Bruzz naar aanleiding van de jaarlijkse Belgian Pride, die afgelopen maand plaatsvond in Brussel. Homobars vestigen zich traditioneel in verlaten wijken, waarop ze – ongewild – een gentrificerend effect hebben. De Sint-Jacobswijk in Brussel, tussen de Grote Markt en Anneessens, is hiervan een goed voorbeeld. Tot diep in de jaren 1980 was ze een stadskanker, maar dan evolueerde ze tot een trendy buurt waar hippe eettentjes zich verdringen tussen sm-winkel en travestietenshow. In Gent was in de jaren 1990 het Casa Rosa een van de trekkers van de stedelijke vernieuwing rond het Belfort. Het stadsbestuur omarmt deze seksualiteit. Ze trekt toeristen aan, creëert werkgelegenheid en poetst de stad op. Waar de Gayborhood gentrificerend werkt, brengt prostitutie een wijk ten val. Dan houdt de stadsplanner zijn handen liever thuis. Want hoewel de stad sinds mensenheugenis de thuishaven is van de prostitutie, ziet het stadsbestuur ze liever buiten haar muren.

De door menig pendelaar bewonderde of verguisde bordelen in de Aarschotstraat aan het Noordstation in Brussel zouden, volgens het stadsbestuur van Sint-Joost-ten-Node, vanaf 1 januari 2019 dicht moeten wegens “te veel klachten van families met kinderen”. In Luik profiteerde de stad tien jaar geleden al van de bouw van het nieuwe station om de bordelen op te ruimen, zonder evenwel een alternatieve locatie aan te bieden. Seraing reageerde daarop met een architectuurwedstrijd voor een Eros Center – een megabordeel met politiekantoor en dokterspost, naar het Antwerpse model van de Villa Tinto – dat over twee jaren zijn deuren zou moeten openen.

Of een Eros Center een duurzame sociale oplossing is voor een maatschappelijk delicaat thema, moet nog blijken. Zeker is dat seksualiteit inspirerend werd voor het architecturaal ontwerp. Het thema sijpelde in het afgelopen academiejaar zowaar door tot in de ontwerpopdrachten van verschillende architectuuropleidingen.

Met dank aan Apolline Vranken, Justine Gloesener, Jean-Didier Bergilez, Hilde Heynen en Léone Drapeaud voor hun niet-aflatende enthousiasme, inspiratie en substantiële medewerking aan dit nummer.

A+272 Space, Sex & Gender
€12,50
 | bestel nu uw exemplaar of abonneer u op het tijdschrift vanaf €49 / jaar!

schrijf je in voor de nieuwsbrief