Edito A+271

gepubliceerd op 16.04.2018 | tekst Lisa De Visscher

A+_271_FR_COVER

Vandaag maken duizenden ouders zich grote zorgen omdat ze voor hun kind nog geen plaats vonden op een lagere of middelbare school voor het komende schooljaar. De grote steden in België kampen met een nijpend plaatsgebrek. De overheid investeert te weinig en vooral te traag in scholenbouw. Het vrijmaken van de financiering voor een nieuwe school kan tientallen jaren in beslag nemen. Tegen het moment dat het project voor de nieuwe school in de vorm van een overheidsopdracht op tafel ligt bij de architect, moet het vaak erg snel gaan.

Ontwerpen vraagt echter tijd. Niet alleen omdat het gaat om een creatief proces dat gevoed wordt door twijfel en invraagstelling – een proces dat moet rijpen – maar vooral omdat een ontwerp alleen aan kwaliteit wint als het het resultaat is van een voortdurend gesprek. Met opdrachtgevers, gebruikers, partners, studiebureaus, kortom met verschillende belanghebbenden die allemaal een eigen beeld voor ogen hebben. Daarbij komt vaak nog een instabiele financiering, veranderende politieke prioriteiten of een nieuwe regelgeving die maken dat de initiële projectdefinitie op het einde van de rit vaak erg verschilt van de uiteindelijke eisen, verwachtingen en het gebouwde resultaat.

Het hele realisatietraject van een project is een aaneenschakeling van kleine en grote weerstanden die de architect steeds opnieuw aan de onderhandelingstafel zetten. Dat maakt inherent deel uit van de architectuur. Of zoals Jörn Aram Bihain en Thierry Decuypere van V+ het stellen: “Er is geen project voor het (uiteindelijke) project.” Bart Decroos sluit zich daarbij aan: “Het gebouw is een momentopname, dat werd voorafgegaan door eindeloze variaties en alternatieve ontwerpvoorstellen, en na oplevering wordt gevolgd door een proces van gebruik, verbouwing en afbraak.” Kortom, een (voor)ontwerp is geen afgewerkt product dat daarna te allen prijze verdedigd moet worden tegen alle veranderende omstandigheden die zijn pad kruisen tot aan de oplevering. De onvermijdelijke reeks weerstanden tonen alleen en eens te meer de noodzaak en de meerwaarde van de architect in het hele proces.

Interessant wordt het als zo’n weerstand ook een kantelmoment is dat aanleiding geeft tot een nieuw en beter ontwerp. Zoals het Natuurhuis van Alain Richard bij het Scheutbos in Brussel dat volgens een volledig ander compositorisch principe werd ontworpen nadat de perceelgrenzen onverhoeds en drastisch werden gewijzigd. Of het busstation in Brugge van URA dat volledig hertekend werd na een categorieke njet van de commissie voor Stedenschoon en daardoor aan functionele én vormelijke kwaliteit won. De benedenverdieping van het nieuwe RTBF-gebouw van V+ en MDW Architecten doorliep vijf verschillende fases, na intensieve gesprekken met de gebruikers, waardoor het ook architectonisch meer diepgang kreeg.

Ook het materiaal biedt weerstand en zorgt zo voor vernieuwing, zoals de gevelbeglazing van het Théâtre de Liège van Pierre Hebbelinck & Pierre de Wit in Luik of de eenvoudige cementtegels voor de universiteit van Hasselt door noAarchitecten die aanleiding gaven tot een volwaardig geïntegreerd kunstproject.

Niet alleen het project maar ook de procedure is weerspannig. Regionale en stadsbouwmeesters ontwikkelen daarom instrumenten om ook in complexe procedures architecturale kwaliteit als prioriteit voorop te zetten. Een kwaliteitskamer is één van deze instrumenten die een kader vormen voor gesprekken, discussies en onderhandelingen. Weerstand speelt hier vaak een constructieve rol. Georgios Maillis, Bouwmeester van Charleroi : “Conflicten doen zich voor zowel bij privéprojecten als bij projecten die worden gedragen door een overheidspartner. Ik vind conflicten een zeer nuttig instrument om tot onderhandeling te komen.” Maar voor een goede onderhandeling moet men tijd inplannen. Het project Scholen van Morgen van het Team Vlaams Bouwmeester is zo’n tijdsgerelateerde evenwichtsoefening waarbij een strak getimede DBFM-procedure gecombineerd moest worden met het uiterst delicate en veranderende programma van een school. De keuze van de overheid om via een DBFM ‘snel en efficiënt’ het hoofd te bieden aan het nijpende scholentekort had enkel een financiële grondslag. Want al snel wordt duidelijk dat de rigide structuur van de procedure het overleg- en rijpingsproces van de architectuur vooral geweld aandoet. Het verrassende resultaat aan interessante nieuwe scholen is dan vooral te danken aan zowel de vindingrijkheid van architecten als van Team Bouwmeester om met deze beslissende weerstand om te gaan.

A+271 Resistance & Negotiation
€12,50
 | bestel nu uw exemplaar of abonneer u op het tijdschrift vanaf €49 / jaar!

schrijf je in voor de nieuwsbrief