Edito A+264

gepubliceerd op 22.02.2017 | tekst Pieter T’Jonck

cover_3.indd

§ 1 — Gek zou je ervan worden, van al die regels, normen, verordeningen en wetten die administraties, gemeentebesturen, adviesorganen en regeringen in steeds hoger tempo uitbraken. Ze maken ontwerpen haast overbodig. Als je alle regels op een terrein projecteert, ontstaat er doorgaans al zoiets als een heus ontwerp. Als ontwerper heb je alleen nog wat details in te vullen, zoals de plaats en de afmetingen van ramen. Binnen bepaalde verhoudingen weliswaar. En het houdt niet op. De regelgeving rond energiezuinig bouwen dringt zelfs in het voorheen heilige domein van het interieur door. Zelfs daar gebeurt niets nog zomaar. Ook voor een kelderdeur is een certificaat van luchtdichtheid en U-waarde vereist. Die ga je niet meer zelf bedenken!

§ 2 — Herken je die ergernis? Je bent allicht niet de enige. Misschien ben je zelfs wel een van die onfortuinlijke architecten die hun klanten moeten uitleggen waarom ze een boete kregen voor een fictieve oververhitting van hun woning. Leg dan maar uit dat die er kwam omdat de maatregelen die je nam tegen oververhitting wel efficiënt zijn, maar niet wettelijk voorzien. Wie betaalt dan trouwens die boete? We stellen in dit nummer aan vier experts de vraag of het beleid ter zake zijn doel – meer duurzaamheid – niet voorbijschiet door te specifieke regels en normen op te leggen.

§ 3 — Architecten koesteren vaak de idee dat ze als ware verzetshelden hun visioenen verwerkelijken door tirannieke wetten en administraties te verschalken en te bevechten. Dat beeld van de architect werd zelfs een cliché. In The Fountainhead, Ayn Rands filippica tegen elke overheidsbemoeienis, blaast architect Howard Roark zijn eigen project op als hij doorheeft dat zijn visie niet gevolgd werd.

§ 4 — Dat zelfbeeld lijkt toch iets te overspannen. Of verhult het de diepe onrust dat architecten niet langer kapitein op het schip zijn? Dat hun traditionele arsenaal van middelen niet langer als vanzelf antwoord biedt op vragen rond bouwen en wonen die zich nu stellen? Wie nuchter kijkt naar onze leef

wereld, merkt inderdaad dat het bouwen in het oog van vele stormen tegelijk beland is. Bijna elke maatschappelijk urgente kwestie vandaag raakt wel ergens aan architectuur en stedenbouw. Geen wonder dat er zo veel regels en wetten zijn: ze drukken een maatschappelijke bezorgdheid of zelfs onrust uit. Dat sla je niet zomaar in de wind.

§ 5 — Dat betekent daarom niet dat wetten die zorg goed vertalen. Integendeel. Vaak is de vertaalslag zo krukkig dat er vooroordelen en tegenspraken in sluipen, of dat conflictstof gewoon ingebouwd is. De stedenbouwkundige regelgeving in het Brussels Gewest is daarvan een voorbeeld, zo betoogt Sarah Levy. Dat is verre van een alleenstaand geval. Besturen regelneven zo onbesuisd en zonder overleg naast elkaar heen dat ze meer weg hebben van een dronken fanfare dan van een gedirigeerd orkest. De regelgeving kent al lang geen hoofd- en bijzaken meer, maar vaart blind op afvinklijstjes. Dat loopt zelden goed af.

§ 6 — Maar zelfs een napoleontisch heldere wetgeving heft dit ene grote nadeel dat ze voor generieke situaties generieke maatregelen verzint. Goede architectuur kan daar weinig mee. Ze is verbonden met concrete situaties en vragen, en beantwoordt die op een concrete manier. Zo detecteert ze ook feilloos de blinde vlekken, vooroordelen en ongewenste effecten van een wet of regel.

§ 7 — Daarin neemt de architect nog steeds een unieke plaats in. Hij/zij is de enige in het bouwproces die voor het geheel van een concrete situatie verantwoordelijkheid neemt. Dat is een politieke daad. Maar je hoeft daarom niet, Howard Roark achterna, bommen te leggen. Het komt erop aan de wetten te kennen, tussen de regels te lezen en zo nodig het gesprek erover als een echte activist aan te jagen. Ook dat is meer en meer een ontwerptaak geworden. De Duitse architect Arno Brandlhuber, met wie we in dit nummer een gesprek hebben, ontpopte zich tot zo’n activist, maar beklemtoont dat hij dat doet vanuit de specifieke rol en competentie van architect. En voor de rest, zo stelt hij, moeten we ‘nicht jammern, sondern feiern!’ Niet zeuren, maar plezier scheppen in de job. Een prima devies om 2017 in te zetten.

Pieter T’Jonck

 

A+264 Dis-cordia iuridica
€12,50
 | bestel nu uw exemplaar of abonneer u op het tijdschrift vanaf €49 / jaar!


 

In A+ 264 viel op pag. LVI (26) van Fundamenten, bij het artikel ‘Een opmerkelijk tegenvoorbeeld’ , rond het gebouw BE22ǀ26 van Baumschlager Eberle, de informatie weg over een publicatie rond dit merkwaardige project.

Die Temperatur der Architektuur / The temperature of Architecture’, Dietmar Eberle & Florian Aicher editors, Birkhäuser, Basel, ISBN 978-3-0356-0381-1′

 

schrijf je in voor de nieuwsbrief