Edito A+253

gepubliceerd op 13.05.2015 | tekst Christian Kieckens

A+253 NL

“De kunst van het tentoonstellen behoort tot de architectuur en moet ook in die zin uitgevoerd worden.” Het was een uitspraak van Philip Johnson in ‘Die Wohnung unserer Zeit’ naar aanleiding van de talrijke ontwerpen die Mies van der Rohe had voorgesteld voor tentoonstellingen over glas, bier, textiel, nationale identiteit… Meer specifiek had Johnson het over de ‘German Building Exhibition’ (1931) in Berlijn, waar Mies architecturen op ware grootte had gepresenteerd: woningen van Hugo Häring, Gropius, Lilly Reich, Josef Albers, Marcel Breuer e.a., inclusief zijn eigen Barcelonapaviljoen.

Architectuur is meer dan bouwen, en sinds lang behoort de scenografische discipline ook tot het metier van de architectuur. Een nieuwe generatie die zich vanaf de jaren ‘90 manifesteert, heeft zich via installaties, theaterproducties, filmsets, tentoonstellingen en andere presentaties, de wereld van de (niet-)gebouwde ruimte toegeëigend en er een andere conceptuele en/of visuele onderlegger voor gecreëerd. Met haar referenties naar zowel de geschiedenis als naar het abstracte, naar decor en stedelijke perspectieven, brengen zij in dit ambacht ervaring en schaal, materialiteit en verwondering binnen.

Niet voor niets is de link tussen architectuur en kunst op dit terrein uiterst dun. Nieuwe samenwerkingen tussen verschillende kunstuitingen leggen sinds enkele decennia de basis voor een verbreding en uitdieping van wat tot voorheen beschouwd werd als het werk van decorateurs.

De ‘andere’ blik van de kunstenaar op de wereld van de architectuur begon zich steeds duidelijker te manifesteren in de Düsseldorfer Schule, in het begin van de jaren ‘80. Eén van de discipelen van die school is ongetwijfeld Thomas Demand die ‘levensgrote omgevingen’ in papier nabouwt, éénmaal fotografeert, en ze daarna vernietigt. Toen Demand in 2009 uitgenodigd werd voor een tentoonstelling in de Nationalgalerie te Berlijn, vroeg hij Caruso St John de scenografie te ontwerpen. Adam Caruso liet zich onder meer inspireren door het ‘Café Fluweel en Zijde’ dat Mies en Reich hadden ontworpen voor de tentoonstelling ‘Die Mode der Dame’ in Berlijn in 1927. Hoewel enkel zwart-witbeelden zijn overgebleven, is te zien dat de kleuren die voor dit ontwerp werden gebruikt heel expressief waren: zwart, oranje en rood fluweel, zwarte en citroengele zijde, wat een heel intimistische atmosfeer gaf aan de caféruimte. Aldus kwam Mies opnieuw als tijdelijk gebeuren in zijn eigen architectuur terecht: wanden van gegolfd fluweel met daartegen de foto’s van Demand. Dit werk leek wel een voorafschaduwing van het golfclubhuis van Mies te Krefeld uit 1930, dat vorig jaar door Robbrecht en Daem architecten uitgevoerd werd op schaal 1:1.

Architectuur, met haar schaal van de ware grootte, laat zich maar moeilijk tentoonstellen buiten zichzelf om. Het is deze moeilijkheid die steeds opnieuw geïnterpreteerd moet worden. En het is hierin dat het werk van de architect (her)kenbaar wordt: het vatten van verwondering en atmosfeer omzetten in beelden die leesbaar en begrijpelijk zijn. ‘Lay out’ staat hier letterlijk voor ‘uitleggen’ en is dus niets anders dan ondersteunen wat essentieel is in de thematiek van het tijdelijke gebeuren. Geen anderstaligheid, maar een onderlijnen van de thematiek, of die nu over architectuur zelf gaat, over levensdramatiek, beeldende kunst of theater. De architect gaat schuil achter de coulissen, maar zijn blikvorming laat de ruimtelijkheid werken naar herinterpretaties.

schrijf je in voor de nieuwsbrief