De (re)presentatie van architectuur

gepubliceerd op 14.12.2010 | tekst Cédric Libert

Architecten produceren heel wat visuele documenten (of laten ze produceren) die verband houden met de constructie van een gebouw (de plannen), maar ook met de bekendmaking van de realisatie (foto’s), de verklaring van een idee of concept dat de reflectie gevoed heeft (schetsen of schema’s), of nog met de voorafspiegeling van hoe het ontwerp er zou kunnen gaan uitzien (maquettes of ontwerptekeningen). Bestaat architectuur dan ook buiten het opgetrokken gebouw zelf? Is architectuur niet de grote hoeveelheid documenten die architecten in een maatschappelijke context plaatsen, eerder dan het gebruik van de gerealiseerde gebouwen? De vraag werd gesteld tijdens een rondetafel­gesprek met actoren uit het veld die te maken hebben met de representatie van architectuur: uitgevers Liliane Knopes en Sébastien Martinez Barat, fotografen Marie-Françoise Plissart en Filip Dujardin, illustrator Michel Penneman en grafisch vormgever Renaud Huberlant.

© Filip Dujardin

© Filip Dujardin

A+ Wat is uw relatie met de architecten en welke specifieke benaderingen ontwikkelde u samen met hen? Ziet u uw inbreng als een vorm van samenwerking, een hulp bij het ontwerpen of als een dienst?
liliane knopes
Prisme Editions maakt boeken die architectuur overbrengen. Het is de bedoeling om architectuur en artistiek werk in de kijker te plaatsen. De uitgeverij is ontstaan uit de wens van Joël Claisse om naar zijn collega’s en het grote publiek te communiceren. Promotie maken voor kwaliteitsvolle architectuur en losbreken uit de gesloten kringen van architecten onderling, dat is wat ons interesseert.
renaud huberlant Verleen je echt een dienst aan de cultuur door je tot het grote publiek te richten? Een architectuurboek kopen omdat er mooie lofts in staan, lijkt me meer tot de categorie levensdromen te behoren, dan dat het iets te maken heeft met architectuur als cultureel goed.
liliane knopes Nochtans is het een onderwerp geworden dat veel mensen aanspreekt. Er wordt over architectuur gesproken, het maakt deel uit van ons dagelijks leven.
A+ U hebt gezegd: “Om architectuur te verkopen, moet je ervoor zorgen dat het emoties losmaakt bij het grote publiek. Het format dat wij voorstellen bij Prisme Editions maakt het mogelijk om mooie foto’s op groot formaat af te beelden. Ik denk dat dit de enige manier is om architectuur te kunnen waarderen.” Kunt u omschrijven wat een mooi architectuurbeeld voor het grote publiek precies is? Wat zijn de visuele codes waardoor het grote publiek architectuur al dan niet kan waarderen?
liliane knopes Ik denk dat kwaliteitsarchitecten zich in ieder geval tot kwaliteitsfotografen richten en dat is al een garantie. Volgens mij is ervaring het allerbelangrijkste. Na dertig of veertig jaar belangstelling voor architectuur, begint het oog te ontdekken wat goed is en wat niet, door vergelijking en door gewoonte.

 

Het is niet langer de creatie van een architectuurtaal die aan zet is, maar eenvoudigweg de productie van een beeld van architectuur. [Renaud Huberlant] 

 

marie-françoise plissart In het begin is mijn blik vooral op de stad gericht, maar ik werk ook met bijzondere architectuur, bijvoorbeeld door projecten van Philippe Samyn of Pierre Hebbelinck te fotograferen. De puur architecturale kant, daar moet je echt tegen strijden. Architectuur moet worden opgeslokt. Mij interesseert het om te weten hoe ik iets persoonlijks kan toevoegen. Eigenlijk denk ik dat er een inherente contradictie ligt in het feit dat je architectuurfotograaf bent. Het heeft te maken met gehoorzaamheid. Zijn we hier om de architect te gehoorzamen? Gehoorzamen is eenvoudig, maar dan bedenk je niets zelf. Uiteindelijk brengt ons dat een beetje in gevaar.

Titres sur tranche

© Prisme Editions

A+ Is het dan een kwestie van interpreteren?
marie-françoise plissart In zekere zin wel, ja. Als ik een werk in opdracht uitvoer, zie ik dat ook als een auteurswerk. Hoe kun je evenveel aanwezig zijn in de opdracht als in een auteurswerk? Na al die jaren kan ik zeggen dat wanneer je erin slaagt een eigen visie te hebben op de plek, de persoonlijkheid van de architect, het gebouw en zijn bewoners tegelijkertijd, dat je dan auteurswerk uitvoert dat verder gaat dan enkel een handtekening. Je ontsnapt aan het personaliseren, ten voordele van een gemeenschappelijke logica.
filip dujardin Wanneer ik documentaire-architectuurfoto’s maak, dan moet ik de architectuur die de architect ontworpen heeft, laten zien. Ik heb dan een respectvolle relatie met de persoon die verschillende jaren aan het project gewerkt heeft. De manier waarop het gebouw gefotografeerd wordt, is zeer belangrijk want het is vaak de enige manier waarop mensen het gebouw kunnen zien. Slechts weinig mensen zullen zich verplaatsen om het te bezoeken. Het is dus een kwestie van verantwoordelijkheid dat de foto’s goed gemaakt zijn en dat de tekst het gebouw correct beschrijft. Het is een mix van een geleverde dienst en een esthetiek die gevoed wordt door mijn persoonlijkheid. Uiteindelijk is het een filter. De foto’s laten zowel het gebouw als de benadering van de fotograaf zien. Ik heb trouwens ook persoonlijker werk ontwikkeld over architecturale fictie, waar het meer gaat over sculpturen dan over architectuur, omdat de ontwerpen niet aan de hand van een plan gebeurden. Het is een soort van ingreep waarbij de fotograaf de rol van ontwerper op zich neemt en de architect elimineert.
michel penneman In 1994 richtte ik het bedrijf Détrois op, onder andere omdat ik gemerkt had dat er een probleem bestond tussen de wens van de architect en de visie van de klant. Vaak begreep de klant het project niet. En daar kan 3D-simulatie de rol spelen van link tussen architect en klant. We hebben hyperrealistische beelden uitgewerkt die een weerspiegeling van de realiteit zijn. Het beeld wordt de link.
sébastien martinez barat Ik denk dat we vandaag een bijzonder moment meemaken in verband met weergave en architecturale denkwijze. We laten een beeldlogica los, ten voordele van een meer conceptuele logica die samengaat met een terugkeer naar de tekening (het plan en de doorsnede) en het gebruik van elementaire vormen. Het is trouwens het centrale onderwerp van het jongste nummer van ‘Face B’, waarin verschillende Belgische bureaus aan bod komen.
renaud huberlant Zelf praat ik in het begin van een samenwerking met architecten over alles, behalve over beelden. Het is meer een vorm van adviesverlening gedurende het hele project, over het concept en over de manier waarop het gecommuniceerd kan worden. Het is een kwestie van mediatie naar de doelgroepen. Vanaf het moment dat de architecten de dingen in architectuur omzetten, komt het er op aan om hun symbolische implicatie te identificeren. Wat is het symbolische gedeelte van een architecturaal gebaar? Tot welke semantische orde of welk maatschappelijk register behoort een bepaalde architecturale vorm?

Screen shot 2013-07-24 at 14.35.29

© Salutpublic

A+ De fotografen en illustratoren helpen om het gebouw bekend te maken, voor of na het optrekken ervan. Zo laat men architectuur aansluiten op een breed maatschappelijk domein en kan ze hierdoor met een groot publiek gedeeld worden. In welke mate zijn de visuele documenten (tekeningen, foto’s, geconstrueerde beelden) uniek of complementair met de architecturale kwestie?
filip dujardin
Als ik voor een bouwpromotor werk, wat zelden gebeurt, dan moet mijn werk aanlokkelijk zijn en niet de lelijke buurt of de gebreken van het gebouw laten zien. Het zijn ideaalbeelden, of beter nog: geïdealiseerde beelden. Ik verander de realiteit niet, maar ik probeer om bepaalde hoeken of aspecten van het gebouw niet te laten zien. Bij architecten daarentegen zijn er die houden van het contrast tussen het gebouw en de straat, en anderen die slechts een ideaal beeld willen tonen dat dicht aanleunt bij het plan dat ze bedachten. Maar de realiteit is onvermijdelijk altijd een beetje anders.
marie-françoise plissart Als een gebouw me niet bevalt, interesseert het me sterk. Want dat betekent dat ik er iets uit kan halen. Uiteindelijk is er altijd iets interessants om te ontdekken en te laten zien. Dat is het idee.
michel penneman Ik zou zeggen dat het eindresultaat in beeld vaak geslaagder is dan de realiteit, omdat in de realiteit bepaalde dingen het plaatje vervuilen, zoals de bovenleidingen van de trams of een morsige boulevard. Maar wat het gebouw zelf betreft, zijn onze beelden zeer gelijkend. Het is meer de context die gewijzigd wordt. We maken vrij zuivere beelden, terwijl het resultaat niet altijd zo zuiver is. Andere beeldbedrijven, vooral in Frankrijk, hebben een meer abstracte benadering. In België verkiezen bouwpromotoren en architecten echter hyperrealistische beelden. Nochtans denk ik dat de meer abstracte beelden de klant of de mensen een mogelijkheid tot interpretatie bieden. En ondanks alles is er toch iets aan het veranderen. Vroeger probeerden we het reële hyperreëel te maken door te werken met reflectie-, spiegel- of diffractietechnieken, maar vandaag voelen we ons ook aangetrokken tot abstractie.
sébastien martinez barat Het is niet meer dan een modeverschijnsel, dat ontstaat door het opduiken van een bepaald instrument of een nieuwe parameter voor de weergave. Het nieuwe trekt aan, maar zal ook snel achterhaald zijn. Het zijn fases, een beetje zoals de ‘special effects’ in de film. Zodra er een technische of technologische uitvinding is, stort iedereen zich daar op om een vorm van sensatie te creëren die tevoren nog niet bestond. Het gaat hier om meer communicatieaspecten dan om architecturale uitdagingen. We raken hier dus de kern van de vraag over de autonomie van het beeld in verhouding tot de architectuur. In plaats van een gebouw samen te stellen en het in beeld weer te geven, wordt veeleer een beeld samengesteld waarvan nadien een gebouw gemaakt wordt. In dezelfde logica wordt er een heleboel volk opgesteld om de palen aan het oog te onttrekken, wordt er een wazig effect gecreëerd zodat de gevel niet zichtbaar is, enz. Het beeld wordt zo gecomponeerd dat het de lacunes van het project camoufleert.

dhont-moss

© Bureau Détrois

michel penneman Ik heb een meer technische bagage, door mijn werk bij Tractebel. Daar was 3D het visitekaartje van het zogenaamde speerpuntbedrijf. Later werkte ik als 3D-vormgever bij architecten en toen besefte ik dat 3D een tool was waarmee je veel varianten kon maken voor een project. Maar eigenlijk was het geen echte hulp voor de architect, maar een manier om iets te maken, uit elkaar te halen en nog eens opnieuw te maken. Er ontstond snel een basisconcept, dat we in geen tijd vormgaven, en daarna werd er heel wat tijd besteed aan het maken van verschillende versies.

A+ De politiek van het niet-kiezen?
michel penneman Het instrument werd performant en we gingen op in het spel van grenzeloos verkennen.
sébastien martinez barat Toen heerste het idee dat de performantie van een beeld verwees naar de performantie van het gebouw. Vandaag geloven we meer dat een beeld dat het 3D-domein verlaat, gedragen wordt door een echte architect en niet door een bouwpromotor. Er zijn altijd trends geweest, cultuurmomenten, waardoor je van het ene voorstellingsregister overstapt naar een ander. Ik heb de indruk dat de generatie van de architecten die geboren zijn in de jaren 1970 – en de jonge Belgische bureaus hebben hier de weg gebaand – ronduit het 3D-terrein verlaten en terugkeren naar perspectief en collage. Dat houdt een nieuwe vorm van codering in: “Opgelet, dit is geen vuile architectuur.” Net alsof deze presentatievorm om het even welk project tot de adelstand verheft, zoals 3D vroeger ook veel architecturale voorstellen tot de adelstand verhief. De generatie van architecten die geboren zijn in de jaren 1980, mijn generatie, gaat op een andere manier om met 3D, omdat we ons bewust zijn van de kleurrijke architectuur die ze kon voortbrengen. Maar op hetzelfde moment staat deze generatie ook kritisch tegenover wat we een ‘back to basics’-beweging kunnen noemen. Het komt altijd neer op de kring waarin je je bevindt en wat daar geaccepteerd wordt.
renaud huberlant Spreken over beelden komt neer op spreken over een papierarchitectuur. We hebben een beeld voor ons, dus niet de constructie en ook niet het gebouw. Spreken over papierarchitectuur, in de zin van een intentie, laat vrij duidelijk de tegenstelling zien die ontstaat tussen reflectie en weergave. Eerst worden er schetsen gemaakt, dan komen geleidelijk de plannen tot stand, iedereen doet dat op zijn manier. Er verschijnt dus een taal naarmate het project zich ontwikkelt. De instrumenten maken weinig uit. Plannen, doorsneden en gevels tekenen, is al een manier om een taal en dus een betekenis op te stellen. Uiteindelijk zal deze taal zich volledig ontplooien. Er zullen visuele documenten zijn die de architect produceert in zijn creatiefase, en daarna zullen de beelden komen die rond die architectuur gemaakt zijn, en dat is iets helemaal anders. Ze begeleiden de architect – weinig, goed of slecht – en het is bekend tot welk debat dat leidt. De laatste tien tot vijftien jaar is het besef gegroeid dat architectuur een ‘ster’ geworden is en dat het beeld de echte inzet is. Dat betekent dat het niet langer de creatie van een architectuurtaal is die aan zet is, maar eenvoudigweg de productie van een beeld van architectuur. En uiteindelijk worden er vaak overgangsstrategieën toegepast van een bepaalde taal naar een andere, om het beste beeld te verkrijgen. Vroeger zag je enkel de beelden die door architecten gemaakt werden. Vandaag kunnen we bijna zeggen dat, bijvoorbeeld voor wedstrijden, het beeld dat buiten het atelier gemaakt is centraal staat in het project zelf.
michel penneman Architectuurwedstrijden vormen het leeuwendeel van onze opdrachten: de grootste wedstrijden eisen 3D-beelden, en nu ook zelfs films of animatie.
renaud huberlant En waarom? Omdat het er op aan komt zoveel mogelijk in het gebouw te zijn om zich niet te vergissen in het product. Het is een benadering van architectuur vanuit het oogpunt van de consument. De reflectie over het project is niet aan zet. De eerste vraag die gesteld wordt, is die van de visuele impact of de realisatie ervan. Er moet een document geproduceerd worden dat een onmiddellijk resultaat voorstelt. En soms wordt architectuur enkel en alleen in dienst van haar mediagenieke beeld ontwikkeld, omdat het uiteindelijk dat beeld is dat zich zal verspreiden. En hier heeft een grote paradigmaverandering plaatsgevonden. Het is grosso modo het verhaal van een werktaal die politiek geworden is. Vandaag is de weergave een kwestie van overtuiging. Het beeld beheersen, betekent het machtsterrein van architectuur beheersen. Ik denk dat het zover gekomen is omdat we ons niet langer in het architecturaal project bevinden. We zijn meer bezig met de mediatie. En die is van zo’n aard dat ze soms belet dat goede architectuur tevoorschijn komt. Men getroost zich weinig moeite om tot de essentie van architectuur terug te komen, dus daarin ligt misschien de echte uitdaging: architectuur opnieuw conceptualiseren. Wat produceren we als betekenis, welke weergave van de wereld stellen we voor? Wat is het proces dat tot een beeld leidt en niet omgekeerd.

CPM_1

© BuildingBuilding ism Berger&Berger

sébastien martinez barat Ik geloof niet dat het beeldfenomeen uitsluitend hedendaags is, want de modernen produceerden al beelden. De vraag over de taal die gebruikt wordt voor de productie van een project, lijkt me echter wel fundamenteel. Of het nu het plan of het beeld is, deze weergaven kunnen samenwerken rond een gemeenschappelijk idee, zelfs als ze met elkaar botsen. Een fotorealistisch 3D-beeld kan conceptueel zijn, dat lijkt evident. Ik denk aan het werk van Thomas Raynaud, ‘BuildingBuilding’ bijvoorbeeld. Het beeld, of het nu fotografisch of 3D is, is niet iets wat de architect belemmert. Het is een technisch onderzoeks­document geworden, op dezelfde manier als een uitvoeringsplan. En de kwaliteit van dit technische document ligt precies in het fotorealisme. In de realiteit wordt het beeld één van de productiefases van architectuur, op dezelfde manier als het plan, wanneer het een intern document is. De echte vraag gaat meer over de verspreiding en bekendmaking van dat beeld. Wat gebeurt ermee? Is het wel dat beeld dat het conceptuele voorstel van het gebouw moet overbrengen? Op welk ontvangstregister mikt men en in welk netwerk circuleert het beeld? Het gaat enkel om een artistieke strategie tussen verschillende manieren van weergave. Er is altijd een verschil tussen een foto en een opgetrokken gebouw, en het is net door de blik te isoleren dat je het idee van het project overbrengt, meer dan het project zelf. Dat was al zo bij Le Corbusier. Het is één van de basissen van de moderne architectuur: het idee van een postproductie van een gebouw, om de materialiteit te overstijgen. Je moet altijd een taal mobiliseren om zo dicht mogelijk bij het idee te komen. Dat is eigenlijk het centrale gegeven van het beeld.

schrijf je in voor de nieuwsbrief