Bastin & Dupuis, kwetsbaar patrimonium

gepubliceerd op 27.02.2018 | tekst Raymond Balau, Maurizio Cohen & Jan Thomaes

Foyer social van Auvelais
(1) © Alexis (Archives Dupuis, ULB)
(2) © Raymond Balau – 11 september 2017 (voor de brand)
(3) © Dominique Zakrzewski – 15 september 2017 (brand)
(4) © Raymond Balau – 3 oktober 2017 (na de brand)

Le Courrier de l’Architecte kwam onlangs tot een trieste vaststelling: “Erfgoed uit de moderne architec­tuur is waarschijnlijk het meest te beklagen. Het wordt in een sneltreinvaart afgebroken en de energetische renovatie gebeurt vaak op een weinig respectvolle manier.”1 In Wallonië vormt het gezamenlijke werk van de architecten Roger Bastin en Jacques Dupuis de voorhoede van een grote verscheidenheid aan gebouwen die moeten worden beschermd. Dat spreekt voor zich, maar niet iedereen is het hiermee eens. Geen pixel op de website van Inventaire du Patrimoine Immobilier Culturel (IPIC) over de meest bedreigde gebouwen, namelijk de ontmoetingscentra van Malmedy en Auvelais (Sambreville). Na van eigenaar te zijn veranderd, werden ze jarenlang verwaarloosd. De ene site is gedeeltelijk afgebroken, de andere is door brand aangetast, waardoor hun toekomst hoogst onzeker is.

De ontmoetingscentra van Malmedy en Au-velais (Sambreville), gebouwd tussen 1949 en 1954 in opdracht van Centrales Électriques de l’Entre-Sambre-et-Meuse et de la Région de Malmedy (Esma), van groot belang in het pano-rama van de moderne architectuur, markeren de kentering van de naoorlogse heropbouw naar de vernieuwende beweging rond Expo 58. Ze bleken ook geweldige laboratoria te zijn voor architectonisch ontwerp en prachtige boeg-beelden van een authentiek maatschappelijk project. Het is ondenkbaar om ze ingrijpend te veranderen, want door ze in hun geheel te beschermen, inclusief hun landschappelijke dimensie, zouden ze alles in zich hebben om uitzonderlijk erfgoed te worden.

De situatie is echter paradoxaal door een gewestelijke politiek van zogenaamd “selectief uitstel”2. Dat is de reden waarom ander werk van dezelfde architecten, en de bijbehorende kunst-werken, op de monumentenlijst werd geplaatst. Het gaat over de vier kapellen van Bertrix, gebouwd tussen 1949 en 1959.3 Op basis van een in 2001 uitgegeven brochure van de Académie Royale de Belgique stelde de toenmalige administratie, de DGATLP, een dossier op dat echter lang zonder gevolg bleef. Na diverse aanmaningen, waaronder die van maart 2015 die minister Maxime Prévot ertoe aanzette om de procedure op te starten, werd het klasseringsbesluit op 16 oktober 2017 door zijn opvolger René Collin geratificeerd. Wat het gebrek aan interesse in Wallonië voor erfgoed een beetje lijkt tegen te spreken, maar dit is een uitzondering!

Electrabel en daarna Ores hielden de gebouwen, kunstwerken en het originele meubilair van de sites in Malmedy en Auvelais, zolang ze operationeel waren, in goede staat. Het is dus onmogelijk om de eigen verantwoordelijkheid af te wentelen: toen waren monografieën over elk van beide architecten nog verkrijgbaar. Toen Ores beide sites verliet, verhuisde de onderneming het belangrijkste, door Jacques Dupuis ontworpen meubilair van Malmedy naar Namen, in afwachting van het einde van de werken aan de maatschappelijke zetel in Gosselies. Deze “redding” was van cruciaal belang, terwijl andere meubels van Jacques Dupuis uit dezelfde periode werden aangekocht door de Koning Boudewijnstichting en in bewaring gegeven bij het Luikse museum Grand Curtius. We moeten echter vaststellen dat de tijden veranderd zijn. In 2000 liet de tentoonstelling over Dupuis in deSingel (Antwerpen) en in MAC’s (Grand-Hornu) een diepe indruk na. Maar de dubbele tentoonstelling over Roger Bastin in Namen in 2016 en de recente moeilijkheden om een nieuwe Dupuis-tentoonstelling in Bergen te organiseren, lijken politici en ambtenaren niet meer te raken. Ze geven zelfs vaak blijk van minachting, bijvoorbeeld voor DoCoMoMo. Maar hoe is de situatie vandaag in Malmedy en Auvelais?

De toestand in Malmedy leek aanvankelijk op die in Bertrix. In 2000 gaf DGATLP de opdracht om een klasseringsvoorstel op te stellen, gevolgd door een artikel in Les Cahiers de l’Urbanisme… waarna alles stilviel.4 Verschillende initiatieven ten spijt, met name van de cineast André Dartevelle, is dit 81 pagina’s tellend document een dode letter. De site werd aangekocht door K Invest (Groep Gehlen) die de gebouwen liet verkommeren – alle deuren wagenwijd open – alvorens er een radicale transformatie uit te voeren in de vorm van een dubbel project door architectenbureau ARTAU. De nog altijd door Ores gebruikte loods moet plaatsmaken voor een woonzorgcentrum en een rust- en verzorgingstehuis (RVT). Het complex zal bestaan uit een honderdtal wooneenheden verspreid over een L-vormig gebouw van vier verdiepingen. De verdwijning van de loods is niet problematisch, maar wel dat dit gepaard gaat met de afbraak van vier rijhuizen ontworpen door Bastin en Dupuis. Het ontmoetingscentrum zelf zou aanvankelijk omgebouwd worden tot zes appartementen, maar vandaag geniet een herbestemming tot centrum voor sportcoaching de voorkeur. Afgezien van het buitenmaatse volume van de nieuwbouw is het echte probleem dat minister Prévot weigerde de historische gebouwen op de monumentenlijst te plaatsen, en slechts eiste dat de algemene configuratie van de polyvalente zaal en de verbindingsgalerij behouden zou blijven. Aangezien op die manier elk erfgoedvoorstel de kop werd ingedrukt, verleende de Stad Malmedy in april 2017 een stedenbouwkundige vergunning voor de nieuwe gebouwen. Tot nader order zal het complex van Bastin en Dupuis dus in zijn geheel worden verminkt, met goedkeuring van de overheid!

De situatie in Auvelais is nog ernstiger. Het ontmoetingscentrum, dat al zes maanden geen alarminstallatie meer had terwijl het visueel geïsoleerd was van de naburige woningen, werd kort en klein geslagen. Een aan Igretec toevertrouwd project zou er met Efro-subsidies een passiefconstructie in een heraangelegd park van maken. Het gebouw zelf werd voor een symbolische euro verkocht. Na een alarmerend bericht in de plaatselijke pers6 besloot de gemeentelijke overheid om het oorspronkelijke karakter te respecteren door aanvaardbare compromissen te zoeken voor de inrichting, toegankelijkheid en ecologische voetafdruk via erfgoedvalorisatie.78 Maar het noodlot bleef dit grote verwaarloosde gebouw achtervolgen. Toen na talloze aanmaningen van de projectindiener een beveiliging zou worden geïnstalleerd, vernielde een aangestoken brand de eerste verdieping! Dit gebeurde op 15 september van vorig jaar. In afwachting van het expertiseverslag deden we ter plaatse een verrassende vaststelling: toen we de verwoeste eerste verdieping afliepen, viel het ons op dat de schoonheid van de architecturale proporties intact is gebleven!

Indien de sites in Malmedy en Auvelais nog een kloppend hart hadden, dan was alles aanwezig voor een interessante herbestemming op cultureel, artistiek, technisch en architecturaal vlak. Maar nu zijn beide complexen door een gebrek aan bescherming klinisch dood. Omdat de overheid weigert de meest elementaire verantwoordelijkheden op zich te nemen, glijden ze via een helaas welbekend degradatieproces af naar een point of no return. Wat sommigen niet zo erg lijken te vinden.


 

(1) Jean-Philippe Hugron, Le patrimoine, jusqu’au discrédit?, online-editie van Le Courrier de l’Architecte, edito van 6 december 2017. (2) Raymond Balau en Maurizio Cohen, L’urgence de ne rien faire, in A+ Architecture in Belgium, nr.259, Brussel, april/mei2016, pp.48–49. (3) De eerste twee werden door beiden samen ontworpen, de derde door Roger Bastin met advies van Jacques Dupuis, de laatste door Roger Bastin met Guy Van Oost. (4) Dossier en artikel door Raymond Balau. (5) Élodie Christophe, Des architectes veulent préserver le site de l’ex-esma, in L’Avenir (Malmedy), 26 mei 2017, pp.VV 2–3; interview door Maurizio Cohen. (6) Raymond Balau, Auvelais: le pavillon Bastin?,in L’Avenir, NR-BS-SM, 19 november 2016, p.12. (7) Ibidem. (8) Toevertrouwd aan Raymond Balau en Maurizio Cohen.

schrijf je in voor de nieuwsbrief