Architectuur: een sacrale discipline

gepubliceerd op 22.10.2014 | tekst Nadia Sels

Architectuur? Zij is de meest sacrale der kunsten. In de afbakening van de steeds chaotischere wereld vinden we orde, richting en betekenis. Lees nu als opmaat tot A+250 – themanummer over sacrale atmosferen in de architectuur – het essay van Nadia Sels, docent cultuurgeschiedenis (UA).

Wat hebben architectuur en sacraliteit met elkaar te maken? Voor een antwoord op die vraag maak ik een omweg langs de oudste getuigenis in de Westerse cultuurgeschiedenis van een architect over zijn eigen werk. Die architect is niemand minder dan Odysseus, de held die in de Griekse mythologie de menselijke intelligentie belichaamt. Homeros vertelt over de omzwervingen van de held, die door de wrok van de zeegod jarenlang van zijn thuisland Ithaka wordt afgehouden. Wanneer hij toch uiteindelijk aankomt, is de ellende nog niet achter de rug. Zijn vrouw Penelope, die jarenlang minnaars van zich af heeft moeten schudden, durft nauwelijks geloven dat haar man werkelijk is teruggekeerd. Ze stelt hem op de proef: Penelope vraagt de dienstmeid hun huwelijksbed in de gang op te stellen. De normaal zo beheerste Odysseus reageert nu furieus. “Dat bed verplaatsen is onmogelijk”, roept hij uit. Hij vertelt daarop in detail hoe hijzelf zijn bed onwrikbaar vastmaakte op de stronk van een eeuwenoude olijfboom. Hierrond trok hij de slaapkamer op, en daarrond de rest van het huis. Dit relaas, dat alleen Odysseus kan kennen, overtuigt Penelope dat het werkelijk haar man is die voor haar staat, en de twee vallen elkaar op het fameuze bed, het centrum van het paleis, weer in de armen.

Kosmos
Het boom-bed van Odysseus is veel meer dan louter een symbool van Penelope’s onwrikbare huwelijkstrouw. Het is letterlijk en figuurlijk het centrum waarrond Odysseus’ universum is opgebouwd. De chaos en onvoorspelbaarheid van de wereld worden gesymboliseerd door de verraderlijke zee waarop hij jarenlang zwalkt, maar de concentrische cirkels van bed, huis, en vaderland representeren het ideaal van een ‘kosmos’: de wereld als mooi en zinvol geheel. Bed en paleis staan voor de existentiële en maatschappelijke orde die met Odysseus’ terugkeer hersteld wordt. De olijfboom die het huis van Odysseus wortels geeft, roept het archetypische beeld op van de ‘axis mundi’ of wereldboom, die in vele mythologieën onderwereld, aarde en hemel verbindt.

God als architect: miniatuur op het voorblad van de Weense Bible Moralisée, ca. 1220-1230

God als architect: miniatuur op het voorblad van de Weense Bible Moralisée, ca. 1220-1230

De architectuurtheoreticus Christian Norberg-Schulz stelt dat architectuur in vroegere tijden steeds die functie had: het tot uitdrukking brengen van een kosmische orde waarin de mens zijn plaats kon vinden, en waarin zijn leven en dood betekenis kregen binnen een ruimer geheel. “De wereld,” stelt hij in zijn boek ‘Existence, Space and Architecture’ (1971), “werd toen nog gezien als een groot huis, als iets dat gebouwd, geordend en gearticuleerd was. Zo hielp het huis de mens niet alleen door hem onderdak te geven in een woning, maar ook door de wereld als geheel voor hem tot een woonst te maken.” (p. 108, eigen vertaling) Geen wonder dat de goden in verschillende religies en wereldbeelden vaak als architect worden afgebeeld.

Geen wonder dat de goden in verschillende religies en wereldbeelden vaak als architect worden afgebeeld.

Omphalos
Norgberg-Schulz illustreert zijn punt door te verwijzen naar zaken als de ‘omphalos’, de ‘navel van de wereld’ die te vinden was in het heiligdom van Delphi, en naar constructies als Stonehenge of de Ka’aba in Mekka. Alle hebben ze dezelfde functie: ze bieden een oriëntatiepunt, verzekeren de mens ervan dat hij niet stuurloos ronddobbert in een losgeslagen universum.

Vandaag de dag lijkt het alsof we geen nood meer hebben aan dergelijke ordeningen. Elke vierkante meter aarde is in kaart gebracht door satellieten. De wereld is overzichtelijk gemaakt door wetenschap en technologie. En toch zijn we misschien nog nooit zo ontheemd geweest als nu. Sinds Galileo Galilei het geocentrisme ontkrachtte, zijn we de illusie armer dat het universum letterlijk en figuurlijk rond ons draait. We leven in een onttoverde wereld waarin geen ‘groter geheel’ ons nog vaste richting geeft. Het mag dan gemakkelijker zijn geworden om ons op de aardbol te oriënteren, maar richting geven aan ons bestaan op die bol is er een pak moeilijker op geworden. Iedere mens staat zelf voor de opgave om zijn belevingswereld tot een zinnig geheel te smeden, om betekenis te geven aan de weg die van zijn geboorte naar zijn dood leidt.

Kan architectuur daarbij helpen? Norgberg-Schulz vond alleszins dat dat de ambitie moest zijn: architectuur creëren die onze leefwereld weer betekenisvol maakt, sacraal geladen. De vraag is natuurlijk hoe. Heel wat hedendaagse architecten nemen de handschoen op. Ze gaan creatief aan de slag met oude beeldentaal en symboliek, zoeken het contact met de elementen op, prikkelen de zintuigen en nodigen zo uit tot spirituele ervaringen.

Het afbakenen is de minimale architecturale handeling. Het is deze handeling die het sacrale creëert, en niet omgekeerd.

Afbakening
Maar ook los daarvan heeft architectuur als discipline toch iets van zijn oude band met het sacrale behouden. Die link zit ingebakken in de etymologie van het woord ‘sacraal’ zelf. Het Latijnse woord ‘sacer’, dat ‘heilig’ of ‘vervloekt’ betekent, is afgeleid van het werkwoord ‘secare’, wat ‘snijden’, ‘afbakenen’ betekent. ‘Sacraal’ duidt dus in de eerste plaats simpelweg iets aan wat afgezonderd, afgebakend wordt van het gewone. Het afbakenen, zou je kunnen zeggen, is de minimale architecturale handeling. En het is deze handeling die het sacrale creëert. We zijn geneigd te denken dat het heilige om de afbakening vraagt, maar de etymologie suggereert echter het omgekeerde: alleen daar waar afgebakend wordt, kan iets heiligs verschijnen. De afbakening scheidt binnen van buiten, dagdagelijks van bijzonder, goddelijk van menselijk. Ze maakt een onderscheid mogelijk, creëert structuur, communicatie, betekenis.

Verwant aan het woord ‘tempel’ is de Griekse term ‘temenos’. Ook dit begrip betekent letterlijk ‘afbakening’. Het verwijst niet alleen naar het tempelterrein zelf, maar ook naar een opmerkelijk gebruik in de antieke waarzeggerij dat aantoont hoe eenvoudig het kan zijn om het sacrale te creëren. De term duidde het denkbeeldige vierkant aan dat de vogelwichelaar met zijn stok in de hemel afbakende. Alles wat daarbinnen gebeurde, was heilig. Elk vogeltje dat overvloog, of het nu een arend of een simpele mus was, was een voorteken. In de temenos – of het nu om het meest majestueuze tempelterrein gaat of om een simpel onzichtbaar vierkant in de lucht – wordt een leegte afgebakend, een mentale ruimte waar het sacrale mócht verschijnen. De tememos fungeert ook als microkosmos: in dat ene vierkant wordt de hele wereld symbolisch zichtbaar. Een uitnodiging om stil te staan bij het bestaan in zijn totaliteit – meer is er niet nodig om een sacrale ruimte te creëren.

William Blake, The Ancient of Days, 1794

William Blake, The Ancient of Days, 1794

Microcosmos
Je kan met reden zeggen dat elke vorm van architectuur – ook de eerder dagdagelijkse – alleszins het potentieel heeft om als temenos te fungeren. Zo verhoudt een woning zich tot een mensenleven zoals een kader zich tot een kunstwerk verhoudt. Vanaf hier gelden andere interpretatieregels, zeggen zowel de kader als de muren van het huis. Wat zich hierbinnen bevindt, is betekenisvol, waardevol, vormt een geheel. Geen wonder dat bijvoorbeeld huizen van gestorven schrijvers en historische figuren ideale musea vormen: ze zijn als het ware materiële aanhalingstekens die iemands leven, werk en dood als een geheel tonen en dat geheel sacraliseren.

Architectuur is in een mensenleven als de interpunctie van een zin: ze structureert, markeert begin- en eindpunten, voegt delen samen tot gehelen, creëert sprekende leegtes en stille betekenis. Ze verknoopt binnen en buiten, individu en gemeenschap, heden en verleden. Daarom is ze nog steeds de meest sacrale der kunsten – zelfs waar die sacraliteit niet meer aan de oppervlakte ligt. Elke architectuur die meer is dan een optelsom van praktische functies, doet nog steeds wat Odysseus’ huis deed: uit chaos een kosmos creëren, van de wereld een woning maken.

schrijf je in voor de nieuwsbrief