Beetje warm, veel koud

gepubliceerd op 15.09.2014 | tekst Dirk Somers

Er zijn een aantal punten in het nieuwe Vlaamse regeerakkoord die iets kunnen betekenen voor de ruimtelijke kwaliteit in Vlaanderen.
Elementaire inzichten die al lang leefden in de wereld van de stedenbouw en de architectuur worden eindelijk bewaarheid. Al decennia lang roept ons vakgebied op om de bevoegdheden leefmilieu, ruimtelijke ordening en landbouw samen te brengen. Dit zijn de domeinen waarin de nevelstad zich beleidsmatig heeft vastgereden in conflicterende ruimteclaims en tegenstrijdige regelgeving. Eindelijk krijgen we een minister die over de noodzakelijke bevoegdheden beschikt om de dikke mist boven de nevelstad te laten opklaren. En er is nog meer reden tot enthousiasme. Het Vlaamse regeerakkoord erkent ook het belang van projectmatige samenwerkingen die de verkokering moeten tegengaan. De introductie van projectorganisaties laat toe om ruimtelijke uitdagingen over de grenzen van entiteiten en kabinetten heen aan te pakken. Projectorganisaties kunnen ook over het onderlinge wantrouwen en de afgunst tussen kabinetten en afdelingen heen stappen, en zo een nieuwe beleidsmatige dynamiek in gang zetten.

De meest betekenisvolle sterkhouders van de ruimtelijke kwaliteit in Vlaanderen worden vleugellam gemaakt.

Al dat goede nieuws maakt het slechte nieuws des te merkwaardiger. De meest betekenisvolle sterkhouders van de ruimtelijke kwaliteit in Vlaanderen worden in hetzelfde document vleugellam gemaakt. De nieuwe Vlaamse regering stelt voor om de middelen van het federaal grootstedenbeleid, de stadsvernieuwingsprojecten en het plattelandsfond in een grote pot te stoppen. Diezelfde regering laat de Vlaams Bouwmeester inkantelen in het departement ruimtelijke ordening. Zo degradeert de nieuwe regering het stadsvernieuwingsbeleid tot een vrijblijvende dotatie en stopt het de Vlaams Bouwmeester in de koker van de planning en de regelgeving.
De stadsvernieuwingsprojecten waren jaren lang de gangmaker van een vernieuwend stedenbeleid dat de Vlaamse steden in een gezonde competitie bracht en zo steeds hoger deed springen. Dat allemaal met relatief weinig middelen. De stadsvernieuwingssubsidie was de katalysator van nagenoeg alle spraakmakende vernieuwingsoperaties in de Vlaamse steden.
De Vlaams Bouwmeester zette met de pilootprojecten een nieuwe dynamiek in gang. Door actoren uit verschillende administratieve geledingen samen te brengen in een regelluwe omgeving, ontstonden unieke momenten waarop iedereen even uit de eigen koker kroop. Het succes van die pilootprojecten hing nauw samen met de onafhankelijke positie van de bouwmeester. Ook hier slaagde een klein team erin om belangrijke maatschappelijke actoren samen te brengen en ze in een voortrekkersrol te manoeuvreren. Deze methodiek gaat bovendien over meer dan ruimtelijke kwaliteit alleen. De knowhow die Vlaanderen hier opbouwt rond wonen, zorg of innoverende landbouw kan een exportproduct worden.
Het succes van veel innovatieve ruimtelijke processen in het moderne Vlaanderen werd mogelijk gemaakt door een projectorganisatie als het stedenfonds en een onafhankelijke ‘vrijdenker’ als de Vlaams Bouwmeester. Twee moderne projecten die passen in de nieuwe beleidsstijl die het regeerakkoord voor zichzelf definieert. Net die twee projecten wil het nieuwe Vlaanderen nu ontmantelen.

schrijf je in voor de nieuwsbrief