Tragedie van de Noordwijk

gepubliceerd op 17.09.2018 | tekst Gideon Boie Opinie
interventie aan de nieuwe Sint-Rochuskerk op de Antwerpse Steenweg (Brussel) door Manhappen Studio (2 juni 2018)

interventie aan de nieuwe Sint-Rochuskerk op de Antwerpse Steenweg (Brussel) door Manhappen Studio (2 juni 2018)

Er waart een nieuwe wind door de noordwijk. De ambities en verwachtingen zijn hoog voor de WTC1 toren, pionnier van de verandering. Maar is die verandering realistisch met de huidige partners?

Na een jarenlang comateus bestaan, vertoont de Noordwijk eindelijk een teken van leven. Tijdens het academiejaar gaf de gezellige drukte van de Faculteit Architectuur KU Leuven een klein voorsmaakje. Kort voor de zomer werd een versnelling hoger geschakeld met de Internationale Architectuurbiënnale Rotterdam. Interactieve denktanks lieten geen enkel thema onbesproken. De moestuin op het ongebruikte dakterras en straatfeesten met foodtrucks op het Bolivar-rondpunt zorgen voor fotogenieke momenten. Het meest desolate stadsdeel van België werd met een woordgrapje omgedoopt tot het ‘World Transformation Centre’ – en dat allemaal onder het goedkeurende oog van eigenaar Befimmo en consorten.

Te midden van de verhoogde droomarbeid, nodigden we emeritus professor Albert Martens uit in de sofa op de 24ste verdieping. Albert Martens bond als buurtbewoner een leven lang de strijd aan tegen de destructie van de Noordwijk. Een vuistdik boekwerk verzamelt cijfermateriaal en statistieken over wat hij bestempelt als een daad van ‘urban criminality’. Drie burgemeesters kwamen samen en verdeelden over een gebied van 530.000 m² de aanleg van twee kruisende snelwegen en 2 torens voor Schaarbeek, 2 torens voor Sint-Joost en 4 torens voor Brussel. Het megalomane Manhattanplan was het startschot voor een ongeziene afbraak- en herhuisvestingsoperatie.

Opmerkelijk was vooral de duiding bij de voorname rol die architecten speelden in de misdaad op de Noordwijk. “De tragedie van de architectuur is,” zei Albert Martens, “dat architecten daadwerkelijk zijn gaan geloven in het modernisme.” Vragen over financiële en politieke belangen werden naar de achtergrond gedrongen vanuit een absoluut geloof in architecturale kwaliteit. Een moderne stad werd zegen voor volk en vaderland. De Noordwijk werd het uitverkoren laboratorium. Het architecturale plan creëerde de consensus. De toekomst is hier, was de ideologie. Droom omzetten in actie. “De verwijzing naar Manhattan toont des te meer de ideologische leugen,” lacht Martens hartelijk, “aangezien de architecten, projectontwikkelaars en politici in realiteit op werkbezoek trokken naar Houston.”

De dagdroom van de architect verenigde de meest uiteenlopende actoren. Het is té gemakkelijk om enkel de betonboeren en politici met de vinger te wijzen. Martens noemt de vakbonden die brood zagen in de werkgelegenheid voor de achterban. Ook de media hielp een handje met sappige verhalen die de buurt denigreerden. Tenslotte speelde het beperkte uithoudingsvermogen van buurtbewoners speelde ongetwijfeld een rol. “Het leven in een permanent Pompeï van destructie is niet te onderschatten,” merkt Albert Martens gelaten op.

De tragedie is des te groter als we er vanuit gaan dat de moderne architectuur best wat sociale inspiraties had. Modernisme beloofde scheiding van verkeerstromen met esplanades als verbinding van stedelijke plinten met sociale voorzieningen en motor van ontmoetingen. Bij goede bedoelingen en mooie beloften adviseert Albert Martens om “altijd te kijken naar datgene wat NIET gerealiseerd werd van een plan.” In het Manhattanplan bleven de autostrades achterwege – al was dat dankzij het hevig protest. Het stedelijke platform en de plint met sociale voorzieningen werd wegbezuinigd. De woonblokken kunnen bezwaarlijk gezien worden als sociale menging. Slotsom: de publieke voorzieningen die naar plan uitgevoerd werden, bleven beperkt tot de wegeniswerken en het rioleringsstelstel.

De geschiedenis dreigt zich te herhalen in de Noordwijk. De droom van het modernisme werd ondertussen bij het grof huisvuil geplaatst. Andermaal werd de Noordwijk het uitverkoren laboratorium. De gapende leegte van WTC toren 1 is het ideale podium voor de nieuwe droom van ecologie, duurzaamheid, levendigheid, productieve stedenbouw en whatever. Het gebouw is proeftuin waar sociale problemen oplossen in een paar spannende scenario’s. Het gebouw is de tentoonstelling van de ambitie om tot actie over te gaan. ‘De toekomst is hier’ staat in kanjer van letters op de gevel te lezen. Ondertussen verdwijnen de belangen van de betrokken actoren in de achtergrond. Dezelfde spelers die verantwoordelijk zijn voor een halve eeuw stilstand in de Noordwijk presenteren zich vandaag als wissels naar de toekomst.

Wordt het niet tijd om de moed bij een te rapen en de belangen in de toekomstplannen ­van de Noordwijk te expliciteren? De vraag is niet alleen welke kwaliteiten de Noordwijk van de toekomst nodig heeft. De vraag is eerst en vooral aan wie we de vraag toevertrouwen en welke garanties zij geven. Zeggen dat het levendiger of duurzamer kan in de Noordwijk is een open deur intrappen. De afbraak van het afgeschreven Boudewijngebouw staat symbool voor de efficiënte stompzinnigheid die er aan de grondslag van lag. Het is nog wachten op de nieuwe plannen voor de WTC toren 1 en 2, waar 51N4E toegevoegd werd aan JaspersEyers. Het ontwerp ligt vandaag bij de stedenbouwkundige vergunningsdienst. Van enige inspraak in het ontwerp was alvast geen sprake. De ambitieverhoging krijgt het voordeel van de twijfel. De hamvraag weten we nu al: wat wordt/werd NIET gerealiseerd van de opgeklopte ambities?

schrijf je in voor de nieuwsbrief